Liefde is... evalueren

Heeft een duurzame relatie sleur nodig? Nee, zegt Joke Hermsen: de basis is verliefdheid én vriendschap. Plus een contract, dat iedere vijf jaar een relatie-evaluatie voorschrijft. Daarmee nemen geliefden niet alleen de liefde serieus, maar behoeden zij ook hun kinderen voor een vechtscheiding.

Stel dat Ger Groot mij ten huwelijk zou vragen. Wat dan? Stel dat hij echt diep door zijn knieën zou gaan en mij zou vragen een „leven vol sleur” met hem te delen, omdat „meer er simpelweg niet in zit”, zoals hij afgelopen zaterdag in NRC ( ‘Een goed huwelijk bestaat uit sleur’, Opinie & Debat) schreef. Stel dat hij mij vervolgens zou verzoeken om „jarenlang zwijgend met hem op de bank voor de televisie te zitten”, omdat een huwelijk zich nu eenmaal „voortsleept in routine en banaliteit” en „niets opwindends of aantrekkelijks heeft”. Stel dat hij daar ook nog aan toevoegt dat we ons binnen het huwelijk niet kunnen ontplooien, omdat dat nu juist de grote illusie is, maar dat we elkaar hooguit „mompelend de suiker bij het ontbijt mogen aanreiken”. Zou hij heel erg verbaasd zijn als ik voor de eer bedank?

Ik vermoed eerlijk gezegd van niet, want het lijkt erop dat Ger Groot nergens meer op hoopt en nergens meer in gelooft. Niet in de liefde en niet in zelfontplooiing of een vervuld leven, volgens hem „gevaarlijke” en „hoogdravende” woorden. Sleur is nog het enige wat hem op de been houdt en het besef „niet voortdurend met elkaar te hoeven praten”. De enige zegeningen van een huwelijk bestaan uit „de wetenschap dat de ander de hond uitlaat” of „de eerste rochel bij het wakker worden”. Sjonge jonge, van zo’n cynische en nihilistische kijk op het leven en de liefde word je wel even stil. Zeker als Groot juist die mensen die nog wel enig geloof in de liefde hebben, precies dat verwijt van nihilisme maakt.

Zo verwijt Groot mij bijvoorbeeld dat ik „irreële verwachtingen” van het huwelijk heb, die de oorzaak van alle ellende zijn. Dat is opmerkelijk, omdat ik in het interview over mijn roman Blindgangers met de Volkskrant, waaruit hij citeert, precies het tegenovergestelde beweer. Juist de te hoog gespannen verwachtingen van het huwelijk leiden volgens mij vaak tot conflictueuze echtscheidingen. Zo kan de belofte van eeuwige trouw voor nogal wat woede en verdriet zorgen, als blijkt dat die niet gestand kan worden gedaan.

Vandaar dat ik ervoor pleit ‘de verwachtingen van tevoren reeds bij te stellen’ en in plaats van die eeuwige trouwbelofte een opvoed- of vriendschapsbelofte uit te spreken. Verre van het huwelijk te willen „afserveren”, zoals Groot stelt, breek ik juist een lans voor meer duurzame verhoudingen, waarbij ook als de verliefdheid vervlogen is, nog op vertrouwdheid en vriendschap gerekend kan worden, die ook het kroost een veilig dak boven het hoofd biedt.

Want wat mij zorgen baart, is dit: elk jaar worden er vele tienduizenden kinderen het slachtoffer van vechtscheidingen. Hun ouders zijn vaak met te hoge verwachtingen getrouwd, waardoor ze hun woede en frustratie niet kunnen beheersen als hun relatie stuk loopt. Hoewel wij getraind zijn om op vrijwel elk gebied rationeel te handelen, lukt dit op relationeel vlak veel ex-partners juist niet.

De onredelijke en niet zelden wraakzuchtige houding ten aanzien van de ex manoeuvreert kinderen echter in een uitermate ingewikkelde positie. Het ene na het andere onderzoek wijst uit dat deze kinderen vanwege die strijd en de ermee gepaard gaande loyaliteitsconflicten tal van psychische problemen krijgen. Ik wil het huwelijk niet failliet verklaren, maar wel nadenken hoe we het hoge aantal vechtscheidingen kunnen terugbrengen, waar kinderen op grote schaal het slachtoffer van worden.

Om die reden opperde ik in hetzelfde interview de ‘verliefde vriendschap’ als basis voor het huwelijk. De belangrijkste voordelen van die relatievorm is dat die noch op bezitsdrang noch op valse verwachtingen is gestoeld. Als de verliefdheid is uitgeraasd, en vroeg of laat is dat zover, dan blijft altijd nog de vriendschap over, en het ouderschap en wie weet hoeveel andere ‘schappen’ nog meer.

Wie zich al in aanvang verzoent met die toekomstige vriendschap zal minder snel vervallen in ruzies en wraakacties als die fase is aangebroken. Nietzsche schreef dat een huwelijk meestal niet mislukt vanwege een gebrek aan liefde, maar vanwege een gebrek aan vriendschap. Daar zou hij wel eens gelijk in kunnen hebben. Voorwaarde is wel dat er ook dan met elkaar gesproken wordt, want de toestand van „het niet met elkaar hoeven praten” die Groot voor ogen heeft, ondermijnt iedere menselijke relatie.

Hoewel een romanpersonage natuurlijk niet zomaar de mening van de schrijver verkondigt, zoals Groot suggereert, heeft hij goed gezien dat ik in mijn boek enige alternatieven voor het huwelijk naar voren schuif die mij na aan het hart liggen. Zo stelt een van de personages voor om in plaats van een levenslang contract met je geliefde af te sluiten, een verbintenis aan te gaan van bijvoorbeeld vijf jaar. Tegen het eind van die verbintenis evalueren de partners dan hun tijdelijke huwelijk. Een dergelijk model kan voorkomen dat eventuele onvrede onderhuids doorwoekert en dat het huwelijk als een gevangenis gaat voelen.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek krijgen zo’n vijftig- tot zestigduizend kinderen per jaar te maken met de ellende van disharmonische scheidingen. Op een generatie van achttien jaar spreken we dan over een miljoen kinderlevens die hierdoor ontwricht raken. Dat is een serieus maatschappelijk probleem dat ons bijna dwingt om de wijze waarop geliefden zowel het huwelijksbootje in- als weer uitstappen te heroverwegen. Als we én het leed van kinderen én de liefde serieus willen nemen vraagt dat om een open en creatieve reflectie op de wijze waarop wij onder druk van de geschiedenis en het maatschappelijk bestel de liefdesrelatie vorm hebben gegeven.

Mijn roman doet een aantal voorzetten om die reflectie op gang te brengen. Niet voor niets draagt een belangrijk deel ervan de titel: ‘Tussen droom en daad’. Want we weten allemaal dat het jarenvijftighuwelijk dat Groot ons voor ogen tovert, in de meeste gevallen eindigt zoals het huwelijk van de man in het overbekende gedicht van Willem Elsschot:

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot

en zagen dat de man dien zij hun vader heetten,

bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,

een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

Naar die tijd wil toch niemand terug.

Joke Hermsen is filosofe en schrijfster. Onlangs verscheen haar boek Blindgangers.