Ik moet een perfect plaatje zijn

De druk om te excelleren in onze samenleving is hoog, vindt Tim Maan. De gevolgen van de toegenomen competitie: stress, uitputting, ziekte. Een samenwerkende samenleving zou wel eens veel productiever kunnen zijn.

De perfecte ik is uitgeput, tijd voor iets nieuws. ‘Denk aan de tentamens, hoge cijfers zijn belangrijk voor later. Denk eraan om kritische vragen te stellen tijdens colleges, dan val je op. Let op wat je zegt in bijzijn van de docenten, ze moeten een goed beeld van je hebben.’ Dit zijn enkele gedachten die ik in het begin van mijn studietijd heb gekend en die menig student kan herkennen.

Op de universiteit heerst de druk om te presteren en excelleren. De competitie met medestudenten om het beste essay van de groep te schrijven is de normaalste zaak van de wereld. Deze druk tot presteren vindt niet alleen in de academische wereld plaats, maar in de gehele samenleving. Stratenmakers, serveerders, kunstenaars: iedereen voelt in meer of mindere mate de druk om het beste uit zichzelf te halen en om succesvol te zijn in het leven.

Dit is niet altijd zo geweest. Er was een tijd waarin je, als je vader arm was, een rijk leven wel kon vergeten. Tegenwoordig leven we echter in een neoliberale samenleving waarin het idee heerst dat je alles kunt bereiken als je maar genoeg je best doet. En doordat opeens iedereen alles wil en denkt te kunnen, ontstaat een hevige strijd om de beste banen en de hoogste lonen.

Deze wedstrijd brengt een constante druk met zich mee. Je moet een perfect plaatje zijn, de goede foto’s op internet zetten en geen rare dingen zeggen of doen, want je wordt constant in de gaten gehouden. Daarnaast heb je met de moderne media de mogelijkheid om je in allerlei opzichten met leeftijdsgenoten te vergelijken. Dit gevoel van beperkte privacy en de constante oplettendheid voor wat je doet of zegt zorgt voor stress, uitputting en op den duur ziekte, psychisch of lichamelijk.

Aan de andere kant zijn er mensen die door een gebrek aan vaardigheden simpelweg geen advocaat of manager kunnen worden. Dit zijn mensen met een baan die ver van die zogenaamde top verwijderd is. Op deze mensen wordt neergekeken omdat ze een minder betaalde baan hebben. Zij hebben dus minder goed hun best gedaan. Eigen schuld dikke bult, aldus de neoliberale staat.

Dit komt bij deze mensen binnen als een baksteen. Het idee dat geld staat voor geluk en succes, heerst zo sterk in de westerse samenleving dat mensen wezenlijk ongelukkig zijn als zij een flink stuk minder verdienen dan anderen. Ze krijgen op deze manier het idee dat ze gefaald hebben in het leven, wat soms zelfs suïcide tot gevolg kan hebben.

Hoe is dit dan op te lossen? Hoe kunnen we als zelfbewuste mensen goed blijven functioneren in de huidige samenleving? Met de nieuwste technieken kunnen we mensen eenvoudig aanpassen aan de eisen van het tegenwoordige succes. Extra armen, extra geheugen, een oog of drie. Maar wat schieten we daarmee op? De eigen verantwoordelijkheid in het maken van levensbepalende keuzes, met soms keiharde consequenties, blijft bestaan.

Het concept van een neoliberale staat waarin iedereen gelijke kansen heeft en constant aan zichzelf kan werken is een mooi ideaal. Maar waarom moet alles in je eentje en waarom moet je beter zijn dan anderen in kiezen wat je wil worden? Omdat er veel meer mensen zijn die datzelfde ook willen en je moet vechten voor je plekje, is een mogelijk antwoord.

Maar waarom doen we dat zo? Waarom kan samenwerking geen middel zijn om aan de top te komen? Door samen te werken en dingen te bereiken kan iedereen zo nu en dan een steekje laten vallen – dus minder stress – kunnen ieders sterke kanten aanvullend van pas komen en worden gedachtegangen gebundeld om tot andere ideeën komen. Daarnaast is er geen extra stress door competitie met anderen. Een samenleving waarin samenwerking hoog gewaardeerd wordt, zou wel eens veel productiever kunnen zijn dan een waarin iedereen voor zichzelf gaat.

Natuurlijk is dit een ideaalbeeld. Ieder mens gaat uiteindelijk voor zichzelf. Het is echter wel haalbaar de doorgeschoten zelfzucht van de BV Ik te verminderen in toekomstige generaties. Dit kan door in het onderwijs in te grijpen. Daar moet een constante competitie tussen kinderen vermeden worden en het belang van samenwerking worden benadrukt. Op dit moment gebeurt dit al in bijvoorbeeld het jenaplanonderwijs, maar wil het een groot effect hebben dan moet het in al het basisonderwijs en begin van het voortgezet onderwijs doorgevoerd worden.

Op den duur zal de maatschappij als geheel volgen en minder draaien om competitie als het gaat om zelfverwezenlijking.

Ook het idee dat geld staat voor succes moet aangevochten worden Iedereen draagt bij aan het behouden en ontwikkelen van de wereld waarin we leven, en daarom zou iedereen zich gelukkig kunnen voelen bij zijn of haar werk. Dit is nu nog niet zo omdat mensen niet gewend zijn op deze manier te denken. „Geld is succes, ik heb weinig geld en ben daarom minder waard”, kan men denken.

Hier is onderwijs maar ook opvoeding belangrijk. Kinderen moeten opgroeien met het idee dat verschillende vaardigheden kwalitatief van elkaar verschillen en niet in kwantiteiten als geld uit te drukken zijn. Een timmerman is niet minder succesvol omdat hij minder verdient dan een advocaat; hij is succesvol op zijn eigen manier en daar heeft geld niks mee te maken.

En onze generatie, valt die nog te helpen? Ik ben al te veel gewend aan het idee van succes en het bereiken daarvan, vaak zonder daar bewust over na te denken. Mensen in de huidige generatie twintigers, die soms ziek worden van de stress en prestatiedruk, kunnen zich beter realiseren wat ze aan het doen zijn. Ze moeten zich afvragen of datgene waar ze naartoe willen werken in het verlengde ligt van hun eigen idee van succes en geluk. Of zoals Alain de Botton het mooi weet te zeggen: „Let’s make sure our ideas of success are truly our own”.

Tim Maan is student psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    • Tim Maan