Het Polenhotel, noodzakelijk kwaad

Een hotel aan de Oude Rijn in Zuid-Holland is sinds vijf jaar bewoond door Poolse arbeidsmigranten. De Polen zijn onder de buurtbewoners niet erg populair. Maar het gemeentebestuur nog veel minder. „Als je één Europa een goede filosofie vindt, moet je ervoor zorgen dat arbeidsmigranten hier op een goede manier ontvangen kunnen worden. En niet wéér zoals de Turken en Marokkanen.”

Hazerswoude Rijndijk 24-2-2012 Naar aanleiding van het oprichten van het Meldpunt problemen Oost Europeanen. Gefotografeert bij klager Hans Pars. Hij zag het hotel tegen over hem veranderen in een vol gebouw voor Polen. Toen Hotel Groenendijk failliet ging, heeft uitzender Otto (zie eerdere serie Laarbruch) er Polen gehuisvest. Hans Pars, was ook niet blij geweest als er oppeens Ado supporters tegen over hem kwamen wonen. Hij is niet boos op de Polen, maar wel op de gemeente. Foto Floren van Olden.

Op het bureau van Anja Latenstein van Voorst-Woldringh staat een metalen bordje met drie woorden erin gegraveerd: Ik ben verantwoordelijk. Latenstein (VVD) is sinds 2008 burgemeester van de Zuid-Hollandse fusiegemeente Rijnwoude. Kort voor haar aantreden was daar een grote groep Poolse arbeidsmigranten neergestreken. Zo kreeg ze het nieuwe verschijnsel ‘migratie uit Oost-Europa’ direct op haar bord.

De Polen betrokken hotel Groenendijk, gelegen in het gelijknamige buurtschap van zevenhonderd inwoners. Eind vorig jaar bepaalde de rechter dat ze daar niet mogen wonen – het is in strijd met het bestemmingsplan. Maar ze wonen er nog steeds. En het college van Rijnwoude is verwikkeld in een verbeten conflict met andere buurtschapbewoners.

Sinds 1 mei 2007 staat het inwoners van Polen vrij in Nederland te wonen en werken. Meer dan de ‘klassieke migrantengroepen’ (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen), van wie 43 procent in de vier grote steden woont, vestigden ze zich op het platteland. Ze werken in de tuinbouw, maar ook in bouw, transport en industrie. In Rijnwoude en omgeving werken veel Polen in de sierteelt.

Hotel Groenendijk ligt tussen een doorgaande weg en rivier de Oude Rijn. De naam staat in zwarte plakletters op een lichtbakje, bovenop een roestige paal. Vanouds logeerden in het hotel veel Duitsers die de Keukenhof wilden bezoeken. Toen de rijksweg N11 openging, parallel aan de weg langs het hotel, ging het hotel failliet.

Zakaz Palenia No Smoking staat nu op de zijdeur, naast andere opschriften in het Pools. Op de parkeerplaats achter het gebouw, aan de rivier, staan twee overvolle kliko’s met lege potten en flessen: Jim Beam, Grolsch, Smirnoff en Rapsodia aardbeienjam. Aan de overkant van het water staat een huis met opengeslagen groene luiken en de naam Plexat.

De bewoners van het buurtschap reageerden aanvankelijk laconiek op de komst van de Polen. Als voorzitter Jan Wesselingh van het wijkcomité eind 2007 een telefoontje krijgt van een projectontwikkelaar, de nieuwe eigenaar van het hotel, met de vraag of de buurt akkoord gaat, antwoordt hij positief. „Misschien dat het wat overlast zou geven, daar moesten we dan maar doorheen bijten. Het zou maar voor een jaar zijn. Dan zouden er nieuwbouwhuizen komen.”

Er arriveren 75 Polen. Later worden dat er 100, dan 125. Eén jaar wordt twee jaar. De huizenmarkt stort in. Nog twee jaar gaan voorbij. Een voormalig zusterhuis, schuin tegenover het hotel, krijgt ook Poolse bewoners. Dat gaat van 8, naar 16, naar 38 man. Nu zijn in Groenendijk 163 van de 700 inwoners Pool.

De voorspelbare overlast komt er. De buurtschap ziet hoe de ramen van het hotel worden afgeplakt. Hoe woeste planten welig tieren achter het glas. Hoe afval blijft liggen op de stoepen. Ze komen de Polen tegen in de supermarkt, waar ze vertrekken met kratten bier op hun schouders. De Polen barbecuen op de oude begraafplaats aan het water, achter de rooms-katholieke Scheepjeskerk, die twee jaar geleden is geruimd. Witte nummerborden houden ’s avonds alle parkeerplekken bezet.

Maar veel buurtbewoners bagatelliseren de overlast. „Ik heb geen hinder van het hotel”, zegt Anet Hillemans (56). „Het zijn allemaal hardwerkende mensen, die Polen. En ze moeten toch ergens wonen?” „Ik denk niet dat Polen voor veel meer overlast zorgen dan anderen”, zegt bewoner Eelco Adrichem (45). Garagehouder Piet de Jong (67): „Polen maken troep. Ze smijten alles maar neer. Dat heb ik bij de gemeente gemeld. Sindsdien is het niet zo erg meer als in het begin.”

De overlast is voor de Groenendijkers niet het probleem. Sommigen klagen over de gedaalde waarde van hun huizen. Moeilijker te verteren is de aanwezigheid van een grote groep buitenlanders met wie nauwelijks contact is. „Het aantal Polen is naar verhouding te groot”, zegt Eelco Adrichem. Garagehouder Kees-Jan Wentzel: „Omdat ze geen Nederlands spreken, kun je haast geen contact met ze maken. En onbekend maakt onbemind in dit dorp. Ik denk dat de Polen het slachtoffer zijn van een taalprobleem.”

Hans (65), die niet met zijn achternaam in de krant wil: „Die Oostblokkers hebben een andere mentaliteit. En je moet niet te veel mensen met een andere cultuur op één plek laten wonen. In achterstandswijken zie je hetzelfde. Daar zou de gemeente toch van moeten hebben geleerd?”

Twee kapitaalkrachtige bewoners, de ondernemers Hans Pars en Eric van Ulden, richten het actiecomité Mijn Groenendijk op. Pars woont tegenover het hotel, Van Ulden een paar huizen verderop. Ze plaatsen artikelen in de Rijnwoude Koerier. Houden posteracties. Spannen een rechtszaak aan omdat de bewoning van het hotel in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. En ze krijgen gelijk. Maar de gemeente geeft geen opdracht het hotel te ontruimen. De gemeente gaat in hoger beroep bij de Raad van State. „Daar hebben ze vast een goede reden voor”, zegt bewoner Klaas Kuit. „Maar op het moment dat je dat doet, gaat de helft van de buurt PVV stemmen.” De zaak dient in april.

Oud-basisschoolleraar Klaas Kuit (62), in spijkerpak, woont pal naast het hotel. „Ik hoef geen bord met ‘Te Koop’ op mijn huis te zetten, want niemand wil het hebben. Ik ben natuurlijk wel de pineut. Maar ja. Anders is een ander de pineut.” Na enige ergernissen heeft hij een modus vivendi gevonden met het hotel. Hij zocht contact met uitzendbureau Otto Work Force, de huurder van het hotel en werkgever van de Polen. „Als er nu wat is loop ik even binnen. Laatst stond er een container met bouwafval waar ze ook vuilnis in gooiden. Dan loop ik erheen. Een uur later was het weg.”

De situatie is „leefbaar”, zegt hij. Met het actiecomité Mijn Groenendijk wil hij niets te maken hebben, alleen al vanwege de naam. „Ik ben van mening dat Groenendijk niet van mij is, maar van iedereen.” Maar net als het actiecomité is hij boos op de gemeente. „Je weet van tevoren dat dit weerstand wekt. Licht mensen dan in. Zorg dat ze ergens terecht kunnen als er problemen komen. Maar nee, de gemeente laat het gebeuren en drukt een foldertje. Dat krijg je twee keer in de bus en dan het is weer afgelopen.”

Het gemeentehuis van Rijnwoude staat in het dorp Hazerswoude-Rijndijk, op enkele kilometers van de buurtschap Groenendijk. Burgemeester Latenstein en verantwoordelijk wethouder Herman Haarman (D66) komen uit een uitgelopen collegevergadering over de gemeentelijke herindeling. Begin 2014 fuseert Rijnwoude met Boskoop en Alphen aan den Rijn. Heel druk zijn ze ermee. Maar nu even het dossier ‘Polen’. Begrijpen ze de weerstand van de Groenendijkers? Wat is hun beleid?

„Ik wil wel even aantekenen”, zegt Herman Haarman, „dat hotel Groenendijk altijd een hotel is geweest. Of de gasten nou gezinnetjes zijn of jongelui die de bloemetjes buiten zetten: er is beweging. Dat kan lawaai met zich meebrengen.”

„Feesten”, zegt burgemeester Latenstein.

„Partijen”, zegt Haarman. „Er was ook een restaurant. Er zal misschien weleens wat gedronken zijn.”

Maar de bewoners hebben moeite met de Polen, zo blijkt uit gesprekken. Met het feit dat de Polen Pools zijn, anders dan zij. Dat er weinig of geen contact is. En dat ze verhoudingsgewijs met veel zijn. Verschijnselen die bekend zijn uit eerdere migratiegolven. Waar de Tweede Kamer een keer onderzoek naar heeft gedaan.

„Dat heeft er niets mee te maken”, zegt Latenstein. „Voor mij is dat een heel andere kwestie. Je hoort nu veel mensen zeggen dat de problematiek vergelijkbaar is. ‘Leer die mensen Nederlands, probeer ze te integreren.’ Maar het probleem is dat ze niet blijven. Na drie of vier maanden gaan ze terug naar Polen.”

Haarman: „Ik kan me voorstellen dat het onrust geeft. Maar dat heb je ook als je ergens een nieuwe woonwijk wilt neerzetten, of bomen wilt kappen. Er zijn altijd gevestigde belangen. Mensen gaan zich afvragen: is mijn belang gediend? Heb ik er last van? Zal ik in het geweer komen? Hier gebeurt in feite hetzelfde. Het is de PVV die het neerzet als een probleem voor de buurt en voor mensen die hun baan verliezen.”

En de rechterlijke uitspraak dat de bewoning van hotel Groenendijk illegaal is? Foutje van de rechter, zegt Haarman. Bewoning is wél in overeenstemming met het bestemmingsplan, het staat er zwart op wit in. Dat kan uitzendbureau Otto Work Force ook lezen. Als de gemeente eist dat de Polen het hotel verlaten, sleept Otto de gemeente voor de rechter. Een „onbegaanbare weg”. Dat zullen de rechters van de Raad van State ook inzien, verwacht hij.

En dan wil hij graag nog iets zeggen over dat parlementaire onderzoek naar integratie, uit 2004. Weten we nog wat de conclusie was? Dat het integreren van gastarbeiders vooral een zaak is van werkgevers. „Die moeten eens goed bij zichzelf te rade gaan. Hoe ze hun personeel huisvesten, te werk stellen en zo verder.”

Latenstein: „Als mensen permanent hier zouden komen, dán moeten ze Nederlands leren. Dan kunnen mensen elkaar beter leren begrijpen. Maar ze zijn opeens weer weg!”

Haarman: „In Naaldwijk is een Polenhotel dat probeert ook partners naar Nederland te halen. Als een werkgever dat stimuleert, zou je er als overheid een cursus Nederlands aan kunnen koppelen. Daar zou Otto Work Force een functie in kunnen…”

Latenstein: „Móeten!”

Haarman: „...vervullen, eerder dan wij. Vervolgens moet je je gaan afvragen of een Polenhotel de meest geschikte woonvorm is. Of moet je als gemeente ruimte gaan creëren in je huisvestingsbeleid, in overleg met corporaties. Zoals je dat ook doet voor asielzoekers en mensen met een urgentieverklaring.”

Otto Work Force, de huurder van hotel Groenendijk, wil niet op de zaak ingaan zolang die onder de rechter is. Manager Harrie van Mierlo van AB Service, een ander groot uitzendbureau, legt uit hoe hij er tegenaan kijkt.

„Voor een uitzendbureau is de huisvesting van werknemers geen core business”, zegt hij. „Eerder een noodzakelijk kwaad. In het hoogseizoen moeten we voor driehonderd Polen een onderkomen vinden. Voorheen huurden wij daar particuliere woningen voor. Maar dat is duur. Polen zitten hier maar een half jaar. De rest van het jaar moet je ook wat met zo’n woning. Daarnaast zijn er kosten voor controle, handhaving, verwarming. Het is goedkoper om werknemers te clusteren op een grote locatie. Daar betaal je per bed.”

Overlast? „Die wordt niet groter als je meer arbeiders in een gebouw plaatst. Het maakt niet uit of je nou 8, 30 of 130 Polen bij elkaar zet. De weerstand is er toch wel.” Daarom is juist de opstelling van de gemeenten belangrijk, vindt Van Mierlo. „De gemeente zou een belangrijke rol moeten spelen bij de acceptatie van dit soort locaties.” Helaas is dat vaak niet het geval. „Veel gemeenten zeggen tegen uitzendbureaus: reguleren jullie het zelf maar. Dat is te makkelijk.”

De actievoerders van Mijn Groenendijk wachten de uitkomst van de rechtszaak af. De politiek heeft die zaak aan zichzelf te wijten, vinden ze. Eric van Ulden: „De gemeente heeft het probleem niet op de kaart gezet en niets gecommuniceerd. Met het begrip dat de burger in het begin had, is helemaal niets gedaan.” Hans Pars: „Als je één Europa een goede filosofie vindt, moet je ervoor zorgen dat arbeidsmigranten hier op een goede manier ontvangen kunnen worden. En niet wéér zoals de Turken en Marokkanen.” Sommige bewoners geven het actiecomité de schuld van de polarisatie. Maar voorzitter Jan Wesselingh van het wijkcomité begrijpt hen wel, zegt hij. „Als je je niet gehoord en niet begrepen voelt, rest je niets anders dan naar de rechter te gaan.”

Het is nog niet duidelijk of de Polen in hotel Groenendijk blijven, ook niet als het van de Raad van State mag. Het pand is onlangs doorverkocht. Nieuwe eigenaar Guido Keutgen wil niet zeggen wat hij met het hotel van plan is, maar sluit niet uit dat de huisvesting van arbeidsmigranten doorgaat. „Dit is een manier van exploitatie waar ik helemaal achter sta. Alles gebeurt keurig binnen de regels.” De gemeente zegt ook nog niet te weten hoe het verder gaat. Wethouder Haarman: „Volgens mij is er ambtelijk overleg met de nieuwe eigenaar over wat zijn plannen zijn.”

In het hotel laat de Pool Kristof (32) zijn kamer zien. Er staan drie bedden met 15 centimeter loopruimte ertussen. Aan de blauwe muur hangt een poster van een Pools bikinimodel. Flessen bier staan op een boekenplank. Kristof is net aangekomen en hij wil eigenlijk meteen weer weg. 320 euro per maand betaalt hij. „For thís! Dit is niet goed. Zo kan ik niet leven.”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Joke Mat