Heldenepos voedt Ottomaanse trots

Een film over de val van Constantinopel in 1453 trekt enorm veel bezoekers in Turkije. Is dit heroplevend nationalisme? Of juist afscheid van verleden?

De Grieken waren al boos voor de film in de bioscoop te zien was. „Veroveringspropaganda van de Turken”, snoof het Griekse weekblad To Proto Thema. Vanuit Duitsland riep de christelijke vereniging Via Dolorosa op tot een boycot en dreigde met boze flyers voor de bioscoopzalen. „We adviseren alle christenen om niet te gaan kijken.” De een zijn verovering is de val van de ander.

Maar in Turkije is ‘Fetih 1453’ (de verovering van 1453) sinds de première van afgelopen week een onbetwiste kaskraker. In het eerste weekeinde gingen meer dan 1,6 miljoen Turken kijken naar het heldenepos van Mehmet II, de Ottomaanse sultan die een einde maakt aan twaalf eeuwen Byzantijns bestuur over dit deel van de wereld. Constantinopel werd Istanbul.

Het is de duurste en de op een na best bekeken film in Turkije. En in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en Engeland de talk of the town onder geëmigreerde Turken. „Ik heb tranen met tuiten gehuild”, zegt Nur Yilmaz als ze de bioscoopzaal in het centrum van Istanbul uitloopt. „Het is prachtig.” Haar vriendinnen knikken. „Adembenemend.”

Dat ligt niet alleen aan het verhaal. Turken kennen hun Ottomaanse geschiedenis doorgaans slecht, maar twee jaartallen zijn mijlpalen voor iedereen: 1453 en 1923, het begin en einde van het Ottomaanse Rijk. Istanbul draagt nog steeds de littekens van die strijd. Het Rumeli Hisari kasteel, dat werd gebouwd door Mehmet II als lanceerplek voor het beleg, waakt nog altijd over het nauwste deel van de Bosporus.

Welke Turk kent niet het verhaal over de mysterieuze nacht van 24 mei 1453, de verduistering van de maan, het symbool van Constantinopel? Het zou een waarschuwing zijn voorafgaand aan de val van de stad. Vier dagen later pakt een dichte mist de stad in en als de wolken wegtrekken, staat de citadel in lichterlaaie.

Fetih 1453 is de geschiedenis van de overwinnaar, een vertelling van bloedvergieten voor een rechtvaardige zaak, een Turkse versie van ‘Troy’, ‘300’ of ‘Lord of the Rings’. Armen en benen die in slowmotion worden afgehakt, verstilde bloeddruppels. De dood als lustobject.

Sommigen zien in de populariteit van de film een bewijs van een groeiende fascinatie onder Turken voor Ottomaanse tijden, een Ottomania. Nog geen jaar geleden werd een televisieserie gelanceerd over het leven van de tiende sultan, Süleyman. Muthesem Yüzyil, de prachtige eeuw, ontlokte een golf van woedende reacties onder gelovige Turken omdat de sultan zou zijn afgebeeld als een rokkenjager met een drankprobleem. De makers werden met de dood bedreigd. Maar de serie werd verslonden, en heeft na een jaar nog iedere woensdagavond 20 miljoen kijkers, eenvierde deel van de bevolking.

Die fascinatie groeit parallel aan de ambities van de regerende AK-partij, die in de afgelopen tien jaar de banden met de oude Ottomaanse provincies weer aanhaalde. Toen premier Erdogan vorig jaar juni met meer dan de helft van de stemmen werd herkozen sprak hij als een sultan. „Geloof me, Sarajevo won vandaag net zoveel als Istanbul, Beiroet won zoveel als Izmir, Damascus won als Ankara, Ramallah, Nablus, Jenin, de Westelijke Jordaanoever, Jeruzalem won als Diyarbakir.”

Die parallellen tussen de politieke ambities en de fascinaties van het volk moet je niet overdrijven, vindt Ferudun Emecan, hoogleraar geesteswetenschappen aan de Universiteit van Istanbul. „In het Westen wordt veel gesproken over Ottomania. Dit is een foute conclusie. Dit heeft niets met het verlangen naar het oude te maken maar met de ontwikkeling van het land. De Europeanen maken al jaren dit soort films. We laten juist het verleden achter ons.”

Met de film is een typisch Turkse polemiek geboren. De kranten voor gelovige lezers juichen over de scènes waarin de goddelijke steun aan Mehmet de veroveraar wordt uitgebeeld. De film begint met de woorden van profeet Mohammed: „Constantinopel zal ooit veroverd worden. Wat een geweldig soldaat zal hij zijn die Constantinopel verovert, wat een geweldig commandant zal hij zijn die Constantinopel verovert.” Historicus Mustafa Aramagan schrijft in Zaman dat hij zich geen beter begin had mogen wensen: „Ik heb altijd gezegd dat de verovering van Istanbul het best kan worden begrepen in het licht van de hadith [de woorden van de profeet, red.] en de spiritualiteit van Mehmet II.”

In seculiere kranten van als Hürriyet mogen de woordvoerders van verwesterde Turken hun walging uiten over de religieuze verpakking. Pianist Fazil Say noemde de film te nationalistisch. „Als de film alleen Turkse kijkers gelukkig maakt, waarom zouden anderen er dan naar kijken?”

Veelbesproken is de eindscène waarin de sultan na de verovering van het paleis een groep doodsbange Byzantijnse vrouwen en kinderen vindt. Na twee uur bloedvergieten spreekt Mehmet de historische woorden: „Wees niet bang, u kunt u religie praktiseren zoals u wilt”. Kinderen en vrouwen vallen de sultan dankbaar in de armen.

Zonde, vindt Feyzullah Keles, een jonge twintiger op weg naar een film uit Hollywood en in zijn eigen woorden „een uitgesproken racist”. „Hij had die christenen beter allemaal kunnen uitmoorden. Dan hadden we er ook geen last meer van gehad.”

    • Bram Vermeulen