Haagse grandeur in Den Bosch

Het Paleiskwartier in Den Bosch is een geliefde woonwijk – voor zuiderlingen én voor mensen uit het westen.

07-02-2012, Den Bosch. Appartementen aan de Bordeslaan. Foto Bas Czerwinski

Vroeger was het de achterkant van station Den Bosch, een buurt met industrie en prostitutie. Nu heet het Paleiskwartier. Straten strekken zich breed en schoon uit, op 30 hectare staan vele nieuwe appartementen, scholen en kantoren. Plus middenin het Paleis van Justitie, naast het gymnasium met gouden gevelplaten. Even verder nog bedrijfsgebouwen uit de jaren vijftig, met daarin de kunstacademie en tot voor kort ook het Stedelijk Museum. Helemaal passend bij deze tijd, waarin oude industrie vaak onderdak biedt aan jonge kunst en restaurants. Dwars door het kwartier is een gigantische waterpartij, waarop met vorst kan worden geschaatst.

Twintig jaar geleden boog een groep rijksambtenaren zich met de lobbygroep voor milieuvriendelijk verkeer Wijs op Weg over de kaart van Nederland. Samen zochten ze naar een nieuwe toplocatie buiten de Randstad voor wonen én werken. De keus viel op de wijk direct ten westen van het Centraal Station van Den Bosch. Veel fabrieken daar hielden het voor gezien en verhuisden. Op loop- en fietsafstand van de binnenstad van Den Bosch moest het toekomstige Paleiskwartier aantrekkelijk kunnen worden voor kantoren, overheidsgebouwen en appartementen.

Magistraten

„Ik ga niet naar die hoerenbuurt”, zou een van de magistraten hebben geroepen, toen duidelijk werd dat het gerechtsgebouw naar ‘achter het station’ verhuisde. De tegenzin werd overwonnen. Bank Van Lanschot durfde het aan zijn nieuwe hoofdkantoor in het Paleiskwartier te vestigen. Uitgeverij Malmberg later ook.

Voor een deel kwam de droom uit. Beroemde architecten ontwierpen gebouwen (de Belgische architect Charles Vandenhove tekende bijvoorbeeld het nieuwe gerechtsgebouw) en in architectonisch opzicht kwam er duidelijk lijn in de wijk. Zelfs de kleuren van de gebruikte materialen zijn op elkaar afgestemd. Vele kantoren kwamen er, en ruim 2.000 woningen. Onder een van de eerste flatgebouwen, complex La Cour uit 1996, enkele stappen van de roltrappen van de NS, zitten winkels: bakker, sigarenzaak annex postagentschap, kapper, diverse cafés en restaurants. De historische binnenstad ligt dichtbij – voetgangers kunnen via een loopbrug met kiosken en een kleine supermarkt over het spoor wandelen. Een stukje verder is een auto- en fietserstunnel.

Op werkdagen zie je in het Paleiskwartier hier en daar grote stromen kantoormensen en scholieren. Maar in de meeste straten: stilte. Een grijzend echtpaar loopt naar hun flat, ze hebben inkopen gedaan in de binnenstad. Zij: „Wij komen uit Rotterdam, maar we verhuisden naar hier omdat Den Bosch centraal in Nederland ligt.” Wat maakt de stad aantrekkelijk? „Loop of fiets hier rechtdoor langs het kanaal en je bent bij de Drunense Duinen in de natuur. Ga de andere kant op, en je hebt het station met intercity’s naar Utrecht, Eindhoven. En ook de A9 en de A59 zijn snel bereikbaar. De ruimte hier, daar doen we het voor”, zeggen ze.

Hoe waardevast is hier een koophuis? Een makelaar: „De belangstelling voor de hele woningmarkt beneden Utrecht is verflauwd. Anderzijds blijft Den Bosch aantrekkelijk. Voor een zuiderling die zich op de Randstad moet oriënteren, is het nog net acceptabel als meest noordelijke woonplaats. De wijk is nog niet af en de plannen zijn enigszins vertraagd. Maar er komen toch verschillende gebouwen gereed of staan in de steigers, zoals Belvédère van architect Herman Herzberger. Ik zie de komende jaren meer vraag naar kleine appartementen. Veertig vierkante meter voor zo’n 120.000 euro. Voor starters en studenten. Of om als pied à terre te dienen.”

Onder de grond

Werken, wonen en voorzieningen lopen in het Paleiskwartier in elkaar over; auto’s parkeren gebeurt onder de grond. Architect Jeroen Simons van bureau Inbo ziet dat juist afwijkende woningen, met woon- en atelier- of praktijkruimte het best in de markt liggen. In een van de huizenblokken wonen mensen zelfs op min-één niveau. Passanten kijken vanaf de stoep zo de kelderwoningen in.

Imposant zijn de appartementencomplexen langs een grote waterpartij. Zilveren flats met bolle spiegelende wanden, alsof het zeilen zijn, die samen Armada heten. In een van de Armada-gebouwen is een informatiecentrum met een maquette van het bestaande en nog te bouwen Paleiskwartier. Aspirant bewoners kunnen hier terecht, maar ook Paleisbewoners die hun woning al weer kwijt willen.

Tussen de nieuwbouw in het Paleiskwartier herinneren een paar monumentjes aan de naoorlogse wederopbouw van 1957. De flatgebouwtjes met vier woonlagen zien er nog goed bruikbaar uit na ruim een halve eeuw. De oude flats geven de wijk ook iets vriendelijks. De investeerders hebben het Paleiskwartier iets deftigs willen geven. De nieuwe gebouwen en straten ademen grandeur, die onderstreept wordt met Haagse namen. Wie heeft bedacht dat in de Brabantse provinciehoofdstad naast elkaar het ‘Binnenhof’, de ‘Hofvijver’ en ‘Huis den Bosch’ zouden verrijzen?

Een gewaagd experiment moet het Paleiskwartier en oud Den Bosch in de loop van 2012 nog beter aan elkaar knopen. Dan komt aan de zuidkant over het spooremplacement een extra korte verbinding met de binnenstad voor wandelaars en tweewielers. Een brede, 250 lange stalen brug ontworpen door Mels Crouwel. Deze verbinding met veel groen van tuinarchitect Piet Oudolf is on-Hollands tot in de naam: Ponte Palazzo.