Goede raad voor de partijredders in spe

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met deze week een wraakroman, Van Dullemen en de kern van Koch.

Als de PvdA zich wil redden, zal zij terug moeten naar de hoeksteen van haar bestaan – de arbeidsverhoudingen. Dat betoogt socioloog Bertus Mulder in Het hart van de sociaal-democratie. Over het belang van Arbeid & Zeggenschap (Wiardi Beckman Stichting, 285 blz. € 23,–). Mulder onderzoekt hoe de sociaaldemocratische kijk op de arbeidsverhoudingen zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld. Hij doet dit aan de hand van vijf denkers en politici uit opeenvolgende perioden (Troelstra, Sternheim, Drees, Poppe en Kok) en komt tot de conclusie dat de PvdA zich zal moeten bevrijden van „liberale illusies over de markt en de terugtredende overheid”. Dertig jaar flexibilisering, deregulering en privatisering waren de opmaat voor nog verder gaande maatschappelijke ontregeling, toenemende ongelijkheid en schrijnende afhankelijkheid, betoogt hij. „De Partij van de Arbeid dient opnieuw een visie te formuleren op arbeid en de kwaliteit van de arbeid.” Op zijn minst een zwaarwegend advies aan de kandidaat-redders van die partij.

Minder zwaarwichtig, eerder vederlicht, maar niet minder actueel is een bundel van historicus Rutger Bregman (1988): Met de kennis van toen. Actuele problemen in het licht van de geschiedenis (De Bezige Bij, 256 blz. €18,50). Nog een advies, maar dan van links-liberale kant: „Ik geloof in de mogelijkheid van een bevlogen politiek met inhoud tegenover de fact-free politics van de PVV en de grauwe machtspolitiek van de VVD en het CDA.” In 42 korte stukjes trekt Bregman een parallel tussen een nieuwsfeit en een gebeurtenis uit het verleden. Of hij laat een persoon in historisch gewaad optreden om de actualiteit te duiden. Dat kan evengoed Pericles, Voltaire of koning Willem III zijn. Of Hitler: „Iedereen die ook maar een beetje heeft opgelet tijdens de geschiedenisles ziet overeenkomsten tussen de PVV en (de opkomst van) het nationaalsocialisme.” Bregmans stijl vind ik soms nogal wijsneuzig belerend („Hoe zit dat?”) of popie-jopie („Dûh”), maar dat kan het leeftijdsverschil zijn.

Alhoewel: leeftijd en stijl hebben weinig met elkaar te maken. Neem de Brits-Australische Jon Bauer (1974) die in 2010 op zijn 36ste debuteerde met Rocks in the Belly, één van de beste literaire debuten van de afgelopen jaren. Hoeveel regen (Podium, 331 blz. €19,50) heet deze roman in de fraaie Nederlandse vertaling van Rob van Erkelens. Een jongen van acht kan het niet verdragen dat zijn moeder meer om zijn pleegbroer Robert lijkt te geven dan om hem. Als hij 28 is – en Robert dood en begraven – keert hij bij zijn doodzieke moeder terug en neemt wraak. Dit is wat in het Engels a good read heet. Het verhaal wordt in de ik-vorm verteld door de psychisch ontwrichte naamloze hoofdpersoon en vanaf de eerste bladzij is elke zin raak: „Het lukt me zelfs niet om me thuis te voelen in mijn eigen kindertijd.”

Daar hebben meer romanpersonages last van. Inez van Dullemen (1925) voegt met de novelle Twee zusters (De Bezige Bij, 108 blz. € 18,90) een hartverscheurend familiedrama toe aan haar rijke oeuvre. De Amerikaanse zusjes Heather en Holly Hughes groeien samen op in een schijnbaar idyllische omgeving. De getalenteerde Heather pleegt in 1975, 26 jaar oud, zelfmoord. Ze zou schizofreen zijn. Of komen haar psychoses voort uit het misbruik dat haar vader van haar maakte? Het lijden van de jonge Heather wordt in korte, indringende hoofdstukjes afwisselend uit de doeken gedaan door de twee zusters en af toe komt ook moeder Todi aan het woord. Had Holly zich maar eerder herinnerd dat haar zusje niet fabuleerde over haar jeugd, maar de waarheid sprak.

De meeste leugens zijn trouwens waar, zoals Herman Koch aannemelijk maakt in het titelverhaal van zijn Korte geschiedenis van het bedrog (Anthos, 367 blz. €15,–) waarin al zijn korte verhalen zijn gebundeld. Vooral een aanrader voor zeurpieten die naar aanleiding van de bestsellers Het diner en Zomerhuis met zwembad klagen dat Koch met oppervlakkig geschrijf het grote publiek wil pleasen. Al mijn lievelingsverhalen, bijvoorbeeld uit Geen agenda (1998) staan in deze bundel, maar ook onbekendere stukken uit Propria cures, Hard Gras en Arts & auto. Hoe lichtvoetig zijn proza ook lijkt, het is vaak morbide. De personages verraden, ongewild, allerlei angsten die ze verbergen achter een masker van onthechting en cynisme. Wie de populaire romans van Koch echt wil doorgronden, moet met deze verhalen beginnen.

Elsbeth Etty