Elke druif een eigen glas

In de glasblazerij van Riedel in Oostenrijk test Harold Hamersma verschillende wijnglazen. Zijn conclusie: vorm doet ertoe.

Een glas moet de boodschap van de wijn vertalen, verkondigt Maximilian Riedel (1977) met luide stem. En nog moet ik mijn best doen om hem te verstaan. Niet omdat ik zijn boodschap niet wil horen, maar omdat ik met Maximilian op de werkvloer sta van de Riedel glasblazerij in Kufstein, Oostenrijk. Buiten heerst een serene rust. Besneeuwde wegen. Besneeuwde toppen. De sneeuw valt ook vandaag gestaag in de vallei van de Inn en maant tot kalmte. Het staat haaks op wat zich binnen afspeelt in de Tiroler Glashütte. Daar bulderen negen ovens op een temperatuur tussen 1200 en 1400 graden Celsius. Water sist. En dat vierentwintig uur per dag. Riedel is een volcontinu bedrijf waar in ploegendiensten wordt gewerkt om uit Beiers kwartszand, kalk, soda en potassium kristallen glazen en karaffen te vormen. En ondanks de industrieel aandoende entourage gebeurt dat met de mond. Want al kent het bedrijf ook nog een aantal vestigingen in Duitsland waar de robot blaast, hier brengt de menselijke ademtocht glas tot leven.

Ik kijk om mij heen. Nergens een thermometer te vinden, maar ik vermoed dat het op de werkvloer rond de veertig graden is. En glasblazen blijkt een mannenaangelegenheid. Ik tel er een stuk of veertig. Ze doen mij denken aan mannen die op een zomerse zaterdag op de camping een barbecue aan het voorbereiden zijn. Ik zie veel dikke buiken onder slobberige witte bedrijfspoloshirts. Rode koppen. Korte broeken. Sokken in sandalen. En – een beetje rock and roll – donkere Oakley-sportbrillen vanwege het permanente ovenschijnsel.

Deze groep vormt het keurkorps van Riedel. In Kufstein worden de karaffen en de glazen geblazen die de exclusieve Sommeliers-serie vormen, goed voor slechts twee procent van de totale Riedel-productie. Ik kijk hoe een zweterige man in shorts en op slippers onverwacht elegant met een delicaat en precies pufje een gloeiende glasbol tot ‘Mamba’ zucht. Deze slangvormige karaf is het nieuwste geesteskind van Maximilian die de winstcijfers van het familiebedrijf een fikse impuls heeft gegeven met zijn opmerkelijke karafontwerpen. Want al is hij tevens CEO van Riedel Crystal of America, design is een grote passie van deze telg uit de elfde generatie Riedel.

Joker

Nu ben ik niet hier om de Mamba te zien ontstaan, maar om Riedels claim to fame wat betreft het wijnglas te toetsen. „Sinds 1956 produceren wij grape-specific glassware, toetert Maximilian nog eens in mijn oor, terwijl ik nu een productie-unit van vijf man bezig zie om één Bordeaux Sommeliers Grand Cru glas te maken. „Iedere wijnsoort verdient zijn eigen architectuur. Shape does matter. Vorm is van essentieel belang om kleur, geur, mondgevoel, smaak en afdronk – die karakteristiek zijn voor de druif of wijn – optimaal te laten beleven.”

In de proefruimte elders in de Glashütte heeft Riedel om een en ander proefondervindelijk te ervaren een half dozijn glazen laten neerzetten. Ik vraag hem of hij toevallig het artikel uit het februarinummer van het Amerikaanse blad Wine Spectator al heeft gelezen dat ik voor hem heb meegenomen. Daarin staat dat de makkelijkste manier om een wijn beter te laten smaken is door je wijnglazen te ‘upgraden’. „Als je wijn van vijftien dollar in een gewoon glas al lekker vindt, zul je er echt van genieten in een designerglas”, lees ik hem voor. Hij gniffelt. „Ik kan het je nog sterker vertellen. Mijn vader Georg heeft eens een blindproeverij gegeven waarbij hij goede, maar eenvoudige rode wijn uit zo’n drieliterpak in Riedelglazen schonk en premier grand cru uit Bordeaux in confectieglazen. Je begrijpt natuurlijk wel welke als lekkerste werd beoordeeld.”

De wijnen voor deze sessie worden ingeschonken. Het zijn onder andere een Oostenrijkse riesling, chardonnay en pinot noir van de Nederlandse importeur Résidence. Riedel levert zijn glazen overigens nergens ter wereld aan een glazen- of serviesgroothandel. Wijnglazen moeten verkocht worden door mensen met een passie voor wijn, zo luidt de bedrijfsfilosofie. Ik bekijk de verschillende Sommeliers glazen. De smalle kelk van de Rheingau voor de riesling. De wijder openstaande van de Bourgogne Grand Cru.

Maximilian doceert nog dat zeventig procent van wat er geproefd wordt op rekening komt van de geur. Is het een wijn die zijn geur snel moet prijsgeven of juist langer moet koesteren? Een open kelk geeft de geur sneller prijs, een wat meer ‘geknepen’ kelp houdt deze juist langer vast. Ik noteer hoe de vorm van een glas de drinker kan dwingen zijn nek iets meer naar achter te bewegen om een slokje te kunnen nemen. Hierdoor neemt de wijn een ‘aanloopje’ en springt het over het deel van de tong dat het eerst zoet registreert, omdat de wijn dat bijvoorbeeld pas in tweede instantie verlangt. Het dunne kristal brengt een aangenaam mondgevoel teweeg. En geen van de wijnglazen valt de onderlip ook maar ergens lastig met een onhebbelijk randje.

Ik begin aan een wijnuitwisselingsprogramma. Daarbij schenk ik pinot noir uit het Bourgogne Grand Cru glas over in het Rheingau Riesling glas om zo te ontdekken dat ik daar een volstrekt andere wijn voor terug krijg. Korter, minder fruitig, zonder complexiteit, wat bitterder. De chardonnay verliest zijn karakter in het Bordeaux-glas en vice versa. En als ik de zoete wijn uit het Sauternes glas overschenk in een type glas dat met ‘Joker’ is aangeduid, proef je eerst onhebbelijke zuren. Het jokerglas is een merkloos kitscherig kelkje waarin geen van de wijnen ook maar enigszins tot zijn recht kwam.

Riedel Sommeliers serie (± 40-70 euro), Riedel Vinum (vanaf ±17 euro), www.riedelglas.nl. Een filmverslag uit de Riedel-fabriek op het weblog Honger & Dorst, via nrch.nl/ub