Einde van 'weduwen- en wezenfonds' (1)

Malcolm Brinded vertrekt als hoofd van de Shell-divisie die de aardbol afspeurt op zoek naar nieuwe olie- en gasvelden. Achter het kleine berichtje in deze krant schuilt een reusachtige boodschap. De kleine belegger kent Shell als ‘het weduwen- en wezenfonds’: een belegging zo vast als een huis. Toch zijn die mooie tijden aan het verstrijken.

Brinded zou zijn ontslagen omdat het hem de laatste jaren niet lukte de olie- en gasproductie van Shell op te voeren. Maar hij trad aan in 2004, het jaar van peak oil, waarin de wereldolieproductie een record bereikte van 74 miljoen vaten per dag. Vanaf dat moment gaat het gestaag bergafwaarts, korte uitschieters daargelaten. De olie in de aarde raakt domweg op. Daar kon Brinded niets aan veranderen.

In 2004 kwam ook uit dat Shell-managers op jacht naar bonussen hun olie- en gasvoorraden 20 procent te hoog hadden voorgesteld. Door de affaire verloor Shell twaalf miljard euro aan beurswaarde, een record aan het Damrak.

„De grote olieconcerns bezitten de oudste en meest uitgeputte velden”, zegt David Field. „Het kost ze steeds meer geld om de laatste resten olie en gas eruit te persen. Aandelen als Exxon en Shell zijn fundamenteel onaantrekkelijk.”

De Australiër Field is manager van Carmignac Commodities, het grondstoffenfonds van het grote Franse fondsenhuis Carmignac Gestion (46 miljard euro aan beheerd vermogen). Woensdag gaf hij in het hoofdstedelijke Amstel Hotel een presentatie.

Shell staat nu op 27 euro, twee schamele eurootjes hoger dan in 2005. „Begrijp me goed: voor de kleine belegger zal Shell nog heel lang aantrekkelijk blijven.” Zo werd het dividend nog nooit overgeslagen. Maar Field belegt liever in groeiers, zoals het Zweedse Lundin Petroleum. Dat aandeel steeg van 33 kronen in 2005 naar 155 kronen nu.

In 2007 ontdekte Lundin een nieuw reuzenveld voor de kust van Noorwegen. Daarmee kunnen de Zweden nog jaren vooruit. En in de dienstverleners aan de olieconcerns. „Er moet steeds dieper worden geboord, op steeds onherbergzamer plaatsen. De langzame dood van big oil is het brood voor de bouwers van boorplatforms en exploratieschepen.”

Een andere belegging van Field is het Canadese Enridge, een grote vervoerder van olie en gas via pijpleidingen. „Enridge sluit langlopende transportcontracten tegen vaste vergoedingen. Het bedrijf is daardoor immuun voor de grillen van de olie- en gasprijzen.”

Carmignac Commodities presteert beter dan gemiddeld en laat zich daar goed voor betalen: liefst 8,85 procent over de inleg van klanten. De jacht op schaarse grondstoffen is geen spel meer voor weduwen en wezen. Want, zo erkent Field ruiterlijk: „Grondstoffenwinning is en blijft een grote vervuiler.” Over dat dilemma volgende week meer.

Joost Ramaer

    • Joost Ramaer