Dankzij Twitter is de commentator ook lobbyist

‘Zeg, twitter jij niet?” Politici en anderen met wie ik de laatste tijd in Den Haag kennismaakte, bleken me niet te googelen, zoals in de VS gebruikelijk is. Ze keken wat ik had getwitterd. En omdat ze niets konden vinden, waren ze ontregeld: wie wás ik dan?

Wat vroeger visitekaartjes waren, is nu in Den Haag Twitter. Dus de laatste weken twitter ik (alle begin is moeilijk, volg mij maar niet). Het deed me denken aan een avond in een Ierse pub in Washington, jaren geleden. Eelco Bosch van Rosenthal, correspondent van het NOS Journaal, had het nieuwe medium ontdekt en zat de hele avond met zijn duimen op een versleten Blackberry te duwen: kijk deze tweet, en die en die. Hij was razend enthousiast, dit moest ik ook gaan doen! Als slow adopter wist ik zeker dat de hype zou overwaaien. Nu heeft hij (stand van afgelopen donderdag) 18.028 volgers. Ik 271.

Het verschil is wel dat Twitter in de Nederlandse politiek groter is dan in de Amerikaanse. Senatoren die tweeten tijdens een beleidsdebat, waren in mijn tijd zeldzaam. Kamerleden doen niet anders. In hun werkhok hebben ze Teletekst (pagina 101) vaak vervangen door een computerscherm met een Twitter-feed. Ook getalsmatig loopt Nederland voor. De Republikeinse presidentskandidaten Romney en Santorum hebben 344.000 respectievelijk 138.000 volgers. In Nederland, met een bevolking die twintig keer zo klein is, heeft Geert Wilders er 158.000.

Er is al een gemeenschap ontstaan, vertellen ze in Den Haag, die zich via Twitter toegang verschaft tot politici. Een gemeenschap die zich onttrekt aan het oog van ouderwetse Binnenhof-watchers. Bij twitterende politici zelf kom je niet ver. Dat zijn vooral zenders – persberichten, reisverslagen, ‘gezellig koken met mijn dochter’; dat werk.

Een student communicatiewetenschappen van de Universiteit Utrecht, Martijn Weghorst, analyseerde in 2010 de contacten van alle Kamerleden op Twitter. Hij selecteerde twitteraars die door meer dan vijf Kamerleden werden gevolgd, en bekeek daarna wie van hen de beste toegang tot Kamerleden heeft. Hij legde onbedoeld een nieuw circuit bloot. Niet columnist Paul Jansen van De Telegraaf stond bovenaan, niet topambtenaarBuijink van EZ of een slimme departementale woordvoerder. Bovenaan stond Bas Paternotte (35) uit Utrecht. „Hij heeft het meeste contact met politiek belangrijke mensen op Twitter”, zegt Weghorst.

Maar wie is Bas Paternotte? Een fenomeen, dat om te beginnen. In een Utrechts café vertelde hij me deze week dat hij de afgelopen drie jaar 120.000 tweets publiceerde. „Honderd per dag”, zei hij, snipverkouden nippend aan een glas thee. Op zijn werkkamer staan twee schermen: op het ene doet hij zijn werk, op het andere twittert hij, vaak tot voorbij middernacht.

Hij is freelancejournalist met een ongebruikelijk breed bereik: hij werkt voor de website van HP/De Tijd en GeenStijl, waar hij een politieke column verzorgt. Eerder was hij Haags verslaggever met een neus voor nieuws bij Metro en bedreef hij stuntjournalistiek voor Panorama. Zijn Twitter-tijdlijn is een mix van politieke analyse, tv-kijken, ironie, Sinatra en woedeaanvallen: „S-c-h-a-n-d-a-l-i-g dat [CDA-Kamerlid] Mirjam Sterk haar afval niet scheidt.”

Een campagne is bij hem zo geboren. Dan gooit Bas Paternotte er in een minuutje een stuk of tien tweets uit (veel „man, man, man”, veel „poep”). Maar mensen moeten dat natuurlijk niet letterlijk nemen. „Zelf zit ik dan rustig koffie te drinken.” Een „beetje rellen” is gewoon leuk. Controverse loont. Toen Paternotte op de site van HP liet zien dat Dion Graus een potje maakte van zijn werk in de commissie-De Wit, typeerde de PVV’er hem op televisie als „klotskop”. „Leverde meteen 150 volgers op.”

Hij doet veel op Twitter, ook met politici, omdat het medium een goede bron is. „Het is handel. Stukjes. Ik leef ervan.” Bij zijn volgers maakt hij reclame voor zijn stukjes, en Twitter is „een alleraardigste manier van netwerken”.

Hij relativeert zijn invloed, maar noemt tegelijk voorbeelden waaruit die blijkt. Twee weken voor haar officiële vertrek kon hij mede dankzij Twitter-contacten in HP/De Tijd beschrijven dat Femke Halsema het leiderschap van GroenLinks zou neerleggen. GroenLinks is misschien wel het belangrijkste blijk van zijn invloed: op GeenStijl mag hij de partij graag weglachen („Henk en Ingrid maar dan met kruidenthee en ecologische koekjes”), toch heeft hij door Twitter ook in die partij aanzien verworven: toen Job Cohen deze week zijn aftreden bekendmaakte, vroeg ex-partijleider Halsema, op reis in Congo, of Paternotte „even van minuut tot minuut twitterupdate [kon] geven van persco”. „Ja, mevrouw”, schreef Paternotte, en zo geschiedde. Het is de variatie tussen verslaggeving, ironie en opinie die Twitter voor hem zo aantrekkelijk maakt. „Die vermenging van rollen is nieuw voor de journalistiek en dat vind ik interessant.''

Dit laatste heeft, als principe, grotere gevolgen dan het lijkt. Ik telefoneerde uitvoerig met Sywert van Lienden (21), een Amsterdamse student die in het onderzoek van Weghorst ook naar voren kwam als twitteraar met veel hoogwaardige politieke contacten. Ook hij valt buiten traditionele Haagse invloedssferen. En hij gaat verder dan Paternotte. Hij is, heel openbaar, niet altijd meer wie hij is. Op Twitter presenteert hij zich als „politiek commentator en publicist”, maar in de praktijk is hij ook adviseur en lobbyist in Den Haag, vertelt hij.

Van Lienden zegt dat hij groot werd op Twitter door uitzonderlijk veel mensen (bijna drieduizend) te volgen. Daardoor heeft hij nieuws snel, en „snelheid wordt beloond” op Twitter. „Ik merk dat ik in Den Haag gevolgd word.” Hoewel hij zich als commentator voordoet (hij werkt ook mee aan radioprogramma’s van de publieke omroep), wil hij onder geen beding journalist genoemd worden. Daarom neemt hij „de ethische normen van een journalist op Twitter niet over”. Zodoende voelt hij zich vrij om naast zijn werk als publicist ook Haags lobbywerk te doen.

Hij beschouwt het als zijn succes dat hij VVD-Kamerlid Afke Schaart, in een vorig leven werkzaam bij KPN, op Twitter definieerde als ‘KPN-lobbyist’, toen zij KPN vorig najaar in omstreden kwesties verdedigde. „Op die manier kun je reuring veroorzaken. Ik werd erop aangesproken door journalisten en medewerkers van Kamerleden.”

Voor wie Van Lienden lobbyt, wil hij niet zeggen. Zijn opdrachtgevers staan hem dat niet toe. „Je ziet in Den Haag steeds vaker dat mensen verschillende rollen spelen”, legt hij uit. „Ze zijn parttime bestuurder en parttime lobbyist. Op sociale media kun je een andere rol aannemen dan je feitelijk vervult.” Twitter lijkt openheid te bevorderen, zegt hij, maar juist daardoor blijft het oogmerk van invloedrijke twitteraars vaak in het verborgene: nieuwe politieke duiders op Twitter „hebben lang niet altijd een journalistiek motief”, zegt Van Lienden. „Vaak is het omgekeerd van wat het lijkt.”

    • Tom-Jan Meeus