'Als het bij Feyenoord gaat lopen explodeert er iets'

Feyenoord doet tot ieders verbazing nog mee in de titelstrijd. Technisch directeur Martin van Geel over de wederopstanding van een slapende reus.

20-02-2012, Rotterdam. Technisch directeur van Feyenoord, Martin van Geel. Foto Bas Czerwinski

Alsof hij een klap in zijn gezicht kreeg. Zo voelde Martin van Geel zich toen hij in mei vorig jaar Leroy Fer aanhoorde. Het Feyenoordtalent vond het voor zijn ontwikkeling beter naar FC Twente te verhuizen. Even daarvoor had Georginio Wijnaldum laten weten meer toekomst te zien bij PSV. „Als Feyenoord over drie jaar nog steeds een opleidingsinstituut voor andere Nederlandse clubs is, heb ik gefaald”, zei Van Geel toen.

Zelf noemt hij het voortschrijdend inzicht, maar de technisch directeur van Feyenoord wil die uitspraak bijstellen. „Als dat na één jaar nog zo is, heb ik gefaald”, zegt Van Geel in zijn kantoor in de Kuip. In een kast achter hem staan mappen met de gegevens van al zijn contractspelers. Helemaal onderaan een plank met drie nieuwe mappen: [John] Goossens, [Daryl] Janmaat, [Ruud] Vormer.

Ruim voor het einde van de competitie heeft Van Geel zijn transfervrije aanwinsten voor volgend seizoen al binnen. Want hij is nog geen jaar in functie in Rotterdam-Zuid, en de spelers staan weer te popelen om voor Feyenoord te mogen spelen. „Je merkt dat het imago aan het veranderen is”, zegt Van Geel. „Vormer kon veel meer verdienen bij Vitesse, maar hij komt naar Feyenoord voor de naam, de uitstraling, het stadion, het shirt en het legioen.”

Feyenoord is bezig te ontwaken uit een winterslaap die voor tienduizenden supporters aanvoelde als een nachtmerrie zonder einde. „Na een gelijkspel in Amsterdam werden we opgewacht door honderden fans en kregen we een taart van de supportersvereniging”, zegt Van Geel. „Dat zegt alles over de situatie waar we vandaan kwamen.”

Ook op het trainingsveld is een verandering zichtbaar. Van Geel: „Er ontstaat hier een professioneel klimaat. Men eist weer meer van zichzelf en anderen. Als ze na de training nog bezig zijn met trappen en afronden gaat het de goede kant op.”

Want hoe anders was de situatie die de Brabander aantrof toen hij vorig jaar aantrad als technisch directeur van Feyenoord. Nummer tien van de eredivisie, een club met een miljoenenschuld, zonder een stuiver om te investeren. Met Fer, Wijnaldum en Luc Castaignos vertrokken de drie grootste talenten. „Veel mensen zeiden: waar begin je aan? Maar Feyenoord is een ongelooflijk mooie club, met al die supporters. Als het hier gaat lopen, explodeert er iets. Dan kun je weer stappen maken in je begroting. Ondanks de prestaties van vorig jaar waren alle businessunits weer uitverkocht.”

Van Geel, eerder werkzaam bij Willem II, AZ, Ajax en Roda JC, wist waaraan hij begon. „Het zijn zeer eerlijke, betrouwbare mensen. Bij Roda was ik niet goed voorgelicht, bij Feyenoord wel. Ik kende alle mogelijkheden – daar waren we snel doorheen. Ik kende ook alle onmogelijkheden – daar hebben we het heel lang over gehad, totaal open. Ik dacht: ik ga het toch proberen. Het is een uitdaging in hoofdletters.”

Wat heet. Driekwart jaar later staat een fris, jeugdig maar ook wisselvallig Feyenoord verrassend in de topvijf. „Daar hadden we van tevoren niet één handtekening ondergezet, maar wel honderd”, zegt Van Geel, die meteen de euforie tempert. „Kampioen? Onzin. Dat is op dit moment onhaalbaar. Er zijn drie, vier clubs beter.”

Dat heeft vooral te maken met de onervarenheid in de selectie, grotendeels gebouwd op eigen jeugd. Hoeveel talent ze ook mogen hebben, jonge voetballers zijn grillig, zoals de Zweedse publiekslieveling John Guidetti vorig week aantoonde tegen RKC Waalwijk. Nadat hij de bevrijdende openingstreffer had gemaakt trok hij zijn shirt uit en kreeg hij zijn tweede gele kaart. Hij is geschorst voor de topper van zondag tegen PSV.

De leiding van Feyenoord besloot zijn topscorer niet te straffen. „Natuurlijk was ik ook verbijsterd toen ik hem dat shirt zag uittrekken. John is een zeer slimme jongen. Hij ging meteen na afloop op tv door het stof. Bij de achterban is hij misschien nog wel populairder geworden. Maar hij heeft zijn lesje wel geleerd.”

Juist om de jongeren te begeleiden heeft Feyenoord, achter hoofdtrainer Ronald Koeman, een hele batterij specialisten klaarstaan. Van Geel noemt assistent-trainers Giovanni van Bronckhorst en Jean-Paul van Gastel, sportpsycholoog Paul van Zwam, teammanager Bas van Noortwijk en spelersbegeleider Jan Mastenbroek. „En dan trekt John nog zijn shirt uit”, lacht Van Geel. „Ronald heeft hem erop aangesproken. Hij heeft de autoriteit en ervaring en verdient de meeste credits.”

Feyenoord hoopt zijn talenten met een persoonlijk ontwikkelingsplan in Rotterdam te houden. „Het is maatwerk. We hebben oud-spelers die ze kunnen helpen. Afgelopen winter hebben we zes jeugdspelers meegenomen naar het trainingskamp in Marbella, zodat ze zien dat de stap naar het eerste elftal niet zo groot is. Ze trainen vier dagen bij het eerste elftal, de rest bij de A-tjes.”

Maar Feyenoord en Van Geel moeten opboksen tegen de wilde toekomstdromen van B-junioren die bij clubs als Chelsea en Manchester City een veelvoud kunnen verdienen van het salaris van hun vader. „Zo’n vader zegt: ‘Martin, jullie plan is perfect, maar hoe moet het als hij straks een been breekt? In Engeland heb ik drie jaar lang twee ton per jaar.’ Maar de kans van slagen bij zo’n grote Europese club is wel erg klein. Die scheppen met een heel groot net door Europa. Misschien dat één van de vijftien het redt. Neem Patrick van Aanholt, die nu door Vitesse wordt gehuurd van Chelsea. Die is 21 jaar en al aan zijn vijfde club verhuurd.”

Het vertrek van talenten naar het buitenland is volgens Van Geel een rechtstreeks gevolg van de zogenoemde homegrown-regel van de UEFA, die stelt dat jonge spelers minimaal drie jaar bij een club onder contract moeten staan voordat ze gelden als zelf opgeleid. „Die regel werkt alleen maar tegen ons”, zegt Van Geel. „Als een Engelse club een speler op zijn zeventiende uit Nederland weghaalt, is hij op zijn twintigste zogenaamd door hen opgeleid. Die drie jaar moeten zes of zeven jaar zijn, zodat Nederlandse talenten minder interessant worden.”

Feyenoord kan zich net als de andere Nederlandse clubs financieel niet wapenen tegen de Europese top. „Met name Engelse clubs hebben baat bij deze situatie. Wij zijn bij de UEFA maar een klein landje dat af en toe aan tafel mag zitten. Ik vroeg laatst Brian Marwood [technisch directeur Manchester City] naar zijn spelersbudget. Dat is 180 miljoen euro. Wij hebben 10 miljoen euro. Twee jaar geleden had Feyenoord nog 18 miljoen euro. Waar wij 3 miljoen euro aan tv-inkomsten krijgen, heeft Wigan Athletic 60 miljoen. Dat verschil maken we nooit meer goed.”

Maar Van Geel kijkt optimistisch naar de toekomst. „Vanaf volgend jaar hopen we weer stapjes omhoog te maken. We hebben het diepste dal gezien. Het is ook een uitdaging onze grootste talenten te behouden. Ze hoeven me niet te vertellen dat de opleiding in het buitenland beter is, want dat is niet zo. Jeugdspelers hebben ook rust en stabiliteit nodig. Wie zijn ontwikkeling bij Feyenoord plant, zich in het eerste elftal speelt en dan naar het buitenland vertrekt, kan een veelvoud verdienen en heeft meer kans op een mooie carrière.”

    • Rob Schoof
    • Michiel Dekker