Alleen Ronald Plasterk vond mij oliedom

Frans Timmermans, wiens e-mail de val van Job Cohen inluidde, vertelt voor het eerst wat er gebeurde sinds hij vorige week donderdagochtend op de zendknop van zijn Blackberry drukte. De desillusie van een man die nog altijd hartstochtelijk gelooft in zijn partij. En in Job Cohen: „Ik hóu van die man.”

‘Toen dat interview van Job en Hans Spekman in Trouw verscheen, vorige week donderdag, dacht ik: daar wil ik het even over hebben.

„Ik las het stuk online, thuis in Heerlen, rond half negen. De kinderen waren net naar school. Ik wil niet dat de partij een SP-light wordt, zoals in Trouw werd gesuggereerd. Daar gruw ik van. Ik had mijn eerste vergadering in Den Haag pas om vier uur ’s middags. Ik heb mijn reactie op dat interview er in een kwartier, twintig minuten uitgerammeld, op mijn Mac. Ik schrijf veel en graag, ik ben cartesiaans opgevoed.

„Ik heb geen seconde gedacht dat dit zou uitlekken. Dit soort mails aan de fractie schreef ik vaker. Een week eerder nog over die PVV-website, ik vond dat we daar langzaam op reageerden. Die mails lekten nooit uit. Ik heb geen adressen op mijn Mac, dus ik weet nog dat ik het mailtje eerst naar mijn Blackberry zond, en vandaar uit met één druk op de knop naar fractie en medewerkers: vijftig personen. Ik had geen idéé wat ik in werking stelde.

„We hadden vorige week dinsdag in de fractie besproken wat er gebeurt bij de buren, GroenLinks en D66. De fractie heeft watchers in die partijen en zij brachten verslag uit. Zo kwamen we over onszelf te spreken. Willen we een niche kiezen, zoals de SP en D66 nadrukkelijk doen? De kern van ons bestaan als sociaaldemocraten is dat we een relatie met de middenklasse in stand houden. Dat lukt alleen als je de middengroepen meekrijgt en je niet richt op bepaalde groepen. Je moet dus niet willen lijken op die anderen. Die discussie hadden we gehad in de fractie. We waren het erover eens, althans dat gevoel had ik. In die context was ik verrast door dat interview.”

Hoe reageerde Cohen op uw mail?

„Job stond al na een kwartier op mijn voicemail. Ik heb meteen teruggebeld. Hij was boos: ‘Waarom doe je dit nou? Echt vervelend.’ Hij vond dat ik hem onrecht deed, omdat hij het zo niet bedoeld had. Dat ik te veel in het interview las. Het gesprek duurde maar een paar minuten.

„Jullie moeten weten: ik kan ontzettend goed met die man opschieten. Toen ik in 2008 een vijftienpuntenplan publiceerde, in essentie hetzelfde pleidooi dat ik in mijn mail hield, liet hij me weten dat hij het er zo ontzettend mee eens was. Ik dacht altijd dat we op dezelfde lijn zaten, en dat bevestigde hij in dat gesprek. Het leek me een mooi onderwerp voor discussie in de fractie, later die dag.

„Maar ik heb nooit gedacht, nooit verwacht, dat deze discussie een totaal andere wending zou krijgen. Ik heb die context niet goed aangevoeld. Omdat er kennelijk iets aan de hand was dat ik niet wist.”

Volgens de GPD-kranten was in de fractie bekend dat Cohen zichzelf tot het krokusreces gaf om zich te bewijzen.

„Dat weet ik dus niet. Ik ben door mijn campagne voor die functie bij de Raad van Europa veel weggeweest. Niemand heeft dat met mij gedeeld.”

Wie belde er nog meer, vorige week donderdag?

„Het grappige was dat ik op weg was naar een bijeenkomst in Heerlen, waar ik Mariëtte Hamer verving, toen er een sms’je van Nieuwsuur kwam. Dat was nog geen twee uur nadat ik het mailtje schreef. En daar was ik dus helemaal niet op ingespeeld. Ik dacht: wat is dit?

„Ik weet nog dat journalisten mij die dag vroegen of dit ging over de positie van Cohen. Ik zei tegen iedereen: wat een onzin. Hoe kom je er bij? Dat had ik dus verkeerd ingeschat.”

En dit geluid uit de fractie: ‘Frans steekt Cohen een mes in de rug’?

„Dat heeft niemand tegen mij gezegd. Alleen Ronald Plasterk vond het oliedom, omdat ik mijn emotie in bedwang had moeten houden.”

Dat was een goedmoedige of kwaadaardige opmerking?

„Ik vertel haar zoals ze is uitgesproken. Ik respecteer die opmerking. Zolang ik niet voor leugenaar wordt uitgemaakt kan ik ermee leven.”

U was zojuist emotioneel toen u beschreef hoe Cohen in dat telefoontje op uw mail reageerde. Waarom?

„Ik was dit helemaal niet van plan.” Stilte, weer tranen. „Ik hóu van die man…”

Die man is Job?

„Ja. Op die donderdagavond in de fractie zei hij: ik ga door op mijn manier, onder mijn leiding. Ik dacht toen dat de discussie over was.”

Had hij een inhoudelijk verhaal?

„Job was een heel intuïtief politicus. Zijn probleem was niet een verhaal, maar het verwoorden van het verhaal. Zijn intuïtie en zijn morele kant zijn zo dik in orde, maar je moet in dit vak snel en goed kunnen formuleren, Dat was niet zijn sterkste kant.”

Wat is er in die fractievergadering gebeurd? Uit alle lezingen rijst de vraag op of het oordeel van de fractie zo droevig voor Cohen was dat hij wel moest vertrekken?

„Ik weet niet of ik op dat moment zelf nog in staat was goed te lezen wat er gebeurde. Het ging een heel andere richting op dan ik me ooit had kunnen indenken. Ik dacht dat ik aan het voetballen was. En ineens stond ik op een rugbyveld. Ik keek om me heen en dacht: waar gáát dit over? Ze hádden het helemaal niet meer over wat ik geschreven had. Het ging mij veel te snel. Er kwam emotie bij kijken. Maar ik heb nooit… Toen ik maandag het telefoontje kreeg dat Job zijn vertrek aankondigde ben ik op vakantie in Napels bijna letterlijk van mijn stoel gevallen. Ik had nooit – nooit – verwacht dat dit na donderdag de conclusie zou zijn.”

Hebt u na maandag contact met hem gezocht?

„Nee, nee. We hebben geprobeerd met mijn gezin vakantie te hebben, voor het eerst in twee jaar. Dat is natuurlijk ook niet gelukt. Maar ik heb wel geprobeerd niet een hele tijd aan de telefoon te zitten. Ik wil graag met Job praten. Maar het moment daarvoor was er nog niet.

„Op een gegeven moment kreeg het zo’n idiote dimensie dat ik onder meer op Facebook ben gaan reageren. En daar werden mijn reacties geaccepteerd. Ik heb in Napels ook veel mails beantwoord. Dat deed ik vooral ’s nachts, ik heb weinig geslapen. Iedereen die mij heeft gemaild heeft een uitvoerig persoonlijk antwoord gekregen. Ik ben er met een hopeloos gevoel aan begonnen. En het heeft me wel gesterkt. Omdat ik merkte dat mensen in hun reactie mijn lezing accepteerden.”

Hebt u niet soms de neiging te achterhalen wie dat mailtje aan de pers heeft doorgestuurd?

„Ja, maar hoe doe ik dat? Ik zou wel graag weten wat het motief van die persoon is geweest.”

Over de inhoud van uw mail: hoe moet de PvdA uit het dal komen?

„Dus niet door een SP-light te worden. Ook geen D66-light. De PvdA moet dicht bij zichzelf blijven, bij haar traditie. Bij het principe dat mensen de kans krijgen zichzelf te verheffen. Dat lukt ons alleen als we de middengroepen meekrijgen en ons niet specifiek richten op de onderkant van de samenleving. De verzorgingstaat van na de oorlog is gebaseerd op het principe dat sociale stijging alleen mogelijk is doordat andere mensen bereid zijn de kosten van die investering te dragen. De middengroepen kregen er wat voor terug. Rust in het land, minder criminaliteit, economische groei en meer welvaart. Maar nu gaat het de verkeerde kant op. De migranten verheffen zich nog nauwelijks en bij de middengroepen bestaat voor het eerst sinds tijden een achteruitgangsvrees. Alleen als je dat laatste wegneemt, kun je wat betekenen voor mensen die dat perspectief op sociale stijging nodig hebben.”

Gelooft u er nog wel in?

„Zeker. Maar ik denk dat die missie alleen slaagt als je de verbinding tussen verschillende groepen tot stand kunt brengen. Er komt een ontzettend belangrijk element bij. Je moet de jongeren gaan mobiliseren. Het móet. Je moet je voorstellen dat in heel Europa het risico bestaat dat de jongeren van nu, als we geen keuze durven te maken waarbij we streng zijn voor onszelf, twintig jaar van hun productieve leven bezig zullen zijn met het afbetalen van schulden. Doordat de oudere generaties die voor ze achterlaten.”

Dit is een pleidooi voor een jonge fractievoorzitter, type Martijn van Dam?

„Kom jongens. Ik ken hele jonge oude mensen en hele oude jonge mensen. De meest inspirerende spreker die ik de afgelopen tijd hierover heb gehoord is een man van in de negentig! Helmut Schmidt! En Willy Brandt zei al dat elke maatschappelijke verandering voortkomt uit een coalitie van grootouders en kleinkinderen. Er is een hele generatie comfortabele postactieven. Rijken. Mensen met energie die ze niet gericht gebruiken. Als die een alliantie zouden smeden met de jongste generatie zou de PvdA daar een perfect vehikel voor zou zijn.”

Toch leek het er op dat u er niet meer in geloofde. U heeft twee keer geprobeerd weg te komen uit Den Haag. U wilde gouverneur van Limburg worden en was kandidaat voor een topfunctie bij de Raad van Europa.

„Dat klopt. Ik wilde Job niet voor de voeten lopen. Ik vond dat het te langzaam ging. Ook de processen in de fractie liepen te langzaam. Het moest scherper. Daarom heb ik inderdaad geprobeerd, in tamelijk kansloze missies, iets anders te gaan doen. Ik wilde voorkomen dat er een soort verlammende spanning zou ontstaan. Toen het gouverneurschap speelde wist Job het nog niet. Toen dat uitlekte belde hij meteen om te vragen waarom. ‘Ik vind het héél jammer als je gaat’, zei hij. Dat heeft hij altijd gezegd. Ja. Ja.”

Ook dat was volledig gemeend?

,,Ik heb bij hem nooit het idee gehad dat hij deed alsof. Ook toen ik naar Straatsburg wilde zei hij: ‘Van mij hoeft het niet.’ De dynamiek was er niet in de fractie. Het was een collectieve verantwoordelijkheid. Het scherper aan de wind zeilen kwam er bij geen van ons uit. Dat kun je niet alleen Job verwijten.”

En hoe komt dat?

„Het heeft met persoonlijkheid te maken. Maar ook met grote vraagstukken. Als het kabinet op sommige cruciale punten dicht bij jou verkiezingsprogramma blijft, kun je niet meteen je programma overboord gooien. Zo’n partij is de PvdA niet. Godzijdank niet. Maar de kiezer beloont je er niet voor. Dat geldt voor zowel de discussie over Griekenland en Europa als voor de AOW.”

Wilt u zelf partijleider worden?

„Als ik heel eerlijk ben zou ik niets liever doen dan me kandideren. Ik heb pas vrijdagmorgen na een nacht zonder slaap besloten het niet te doen. Er hangt zo’n grauwsluier over mijn kandidatuur. Als degene die de mail heeft gelekt zich voor dinsdag bekendmaakt doe ik het misschien alsnog. Maar nu voel ik me te geremd door die grauwsluier. Daar kan ik niks aan doen, maar het is realiteit.”

Dus een van die vijftig mensen die uw mail kreeg moet zich melden?

„Je moet nooit uitsluiten dat iemand nog zijn fatsoen terugvindt.”

Het gevaar is dat aan u blijft kleven dat u de Brutus was?

„Precies. Zulke reacties heb ik gekregen, vooral van partijgenoten uit Amsterdam. Iedereen heb ik persoonlijk geantwoord. Ik heb uitgelegd dat ik dat niet gedaan heb, en dat ik vaker inhoudelijke mails naar de fractie stuur. Dan begrijpen de meesten dat wel. Maar ik moet het uitleggen, en het is dodelijk in de politiek als je zoiets moet uitleggen. Zeker als mensen een stembiljet moeten invullen. Nee, ik doe het niet.”

    • Tom-Jan Meeus
    • Herman Staal