We zijn de cipier van onszelf

Byung-Chul Han: De vermoeide samenleving. Vert. Frank Schuitemaker. Van Gennep, 61 blz. €6,95

Een paar jaar geleden heeft Peter Sloterdijk de hele mensengeschiedenis herschreven in termen van toenemende immuniteit. Al maar effectievere beschermingsmechanismen en afweersystemen hebben ons behoed voor gevaren van buiten, van virussen tot bedreigende ideologieën. Drie delen telt zijn magnum opus Sferen tellen.

In een dun boekje, eerder een schotschrift, betoogt de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han nu dat Sloterdijk alweer vieux jeu is. Niet negatieve bedreiging van buitenaf maar een positieve bedreiging van binnenuit is het probleem van de toekomst. We produceren teveel, we buiten onze eigen krachten uit en blijven tenslotte uitgewoond achter: ‘Geen infecties maar infarcten’. De gevolgen zijn collectieve depressie, borderlinestoornissen, ADHD en burn-outsyndroom.

Een aantal vooraanstaande critici van de moderne samenleving moet het ontgelden: Foucault, Agamben, Baudrillard en Hannah Arendt vechten in hun werk nog de vorige oorlog uit, aldus Han. Juist de auteur bij wiens werk zijn kritiek het duidelijkst aanknoopt wordt echter niet genoemd. Sloterdijk is de rector van de hogeschool waaraan Han zelf hoogleraar is.

Een opvallende afwezige is Georges Bataille, die ruim een halve eeuw geleden al een lucide analyse maakte van de gevaren van een overproductieve maatschappij. Dat maakt Hans commentaar niet minder relevant. Repressief of collectiviserend is de samenleving al lang niet meer, zo stelt hij vast. Het probleem is juist dat het individu veel te vrij geworden is en zich tot zijn eigen cipier ontwikkeld heeft. We werken ons over de kop omdat we almaar hogere eisen stellen aan onszelf. Toch ligt in de oververmoeide samenleving die daarvan het gevolg is, volgens Han ook de remedie. De vermoeidheid kan ons verleiden tot een gelatenheid waarin de sociale relaties tot ontspanning komen en drukdoenerij wegebt. Dat idee ontleent Han aan een essay van Peter Handke, waarvan de uitwerking helaas nogal vaag blijft. Hoe de verwoestende vermoeidheid moet omslaan in een verzoenende wordt niet duidelijk. Het schotschrift eindigt in een vrome wens. Daarin wreekt zich Hans geringe aandacht voor de collectieve druk die ieder persoon ertoe aanzet ‘zichzelf’ te zijn. De paradox van vandaag is dat wij allemaal unieke individuen geworden zijn, maar dat de dwang daartoe nog altijd onszelf overstijgt. Dat systeem heeft geen gezicht meer, en is daardoor des te moeilijker in de ogen te zien. Intussen blijven wij onszelf dwingen tot een rat-race die geen toezicht meer nodig heeft.

    • Ger Groot