Voorzichtige hoop over toekomst van Somalië

De Somalische terreurgroep Al-Shabaab verliest terrein en ook politiek gloort er hoop. Dus waren diplomaten uit vijftig landen gisteren bijeen om te praten over Somalië.

Het ging gisteren in Londen niet zozeer over wát er werd besloten over Somalië, maar over het feit dát er een conferentie werd gehouden over het door burgeroorlog verscheurde land. Ruim twintig jaar lang kwamen er weinig hoopvolle geluiden uit Somalië. Het land werd genegeerd door de internationale gemeenschap.

Maar Al-Shabaab verliest terrein en de hoop groeit dat de terreurgroep met militaire middelen kan worden verslagen. Dat werd gisteren bevestigd door de deelname van diplomaten uit vijftig verschillende landen, en vertegenwoordigers van de Verenigde Naties, Afrikaanse Unie en Europese Unie.

De internationale belangstelling voor Somalië heeft deels met eigenbelang te maken. Dat erkende de Britse premier David Cameron, organisator van de conferentie, ook: ,,De Somalische problemen hebben niet alleen effect op Somalië. Ze hebben effect op ons allen.”

Daarbij doelde hij op terrorisme en piraterij. Eerder deze week had de Britse minister van Buitenlandse Zaken, William Hague, al gezegd: „Somalië is een vrijhaven geworden voor zo’n beetje de ergste criminaliteit en terrorisme in de wereld. Piraterij bloeit, en onschuldige Britse toeristen zijn in buurlanden en in omringende zeeën ontvoerd.” Verschillende landen beloofden een financiële bijdrage aan een regionaal coördinatiecentrum dat de geldstromen van de piraterij in kaart moet brengen.

De internationale gemeenschap beseft wel dat terrorisme en piraterij alleen kunnen gedijen door de voortdurende oorlog en wetteloosheid. Gisteren kwamen er geen pasklare oplossingen om aan die instabiliteit een einde te maken. Wel waren de aanwezigen eensgezind in hun besluit dat het mandaat van de huidige – zwakke en corrupte – overgangsregering van president Sheikh Shariff in augustus niet wordt verlengd.

Somalische leiders kwamen afgelopen weekeinde zelf met een plan voor een nieuwe regeringsvorm. Somalië moet een federale staat worden, waarbinnen de vele semi-autonome ministaatjes die zich op clanniveau hebben gevormd meer zelfstandigheid krijgen. Politiek gloort er dus voorzichtige hoop.

Ook militair wordt er vooruitgang geboekt. De vredesmacht van de Afrikaanse Unie, AMISON, heeft Al-Shabaab vrijwel uit Mogadishu verdreven. Ethiopische militairen namen deze week de strategisch belangrijke stad Baidoa in. En Keniaanse militairen maken kans de havenstad Kismayo, Al-Shabaabs belangrijkste inkomstenbron, te veroveren. Gisteren beloofden de deelnemers aan de conferentie meer steun aan AMISON.

Het optimisme over Somalië was de afgelopen maanden al zichtbaar in de Somalische hoofdstad Mogadishu. De Britten openden er een ambassade en minister van Buitenlandse Zaken William Hague kwam langs, net als zijn Iraanse collega en de Turkse premier. Zelfs de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki Moon, bezocht Somalië. In de afgelopen twintig jaar haalde geen enkele gezant in zijn hoofd naar het Oost-Afrikaanse land af te reizen.

Het meest concrete resultaat van de conferentie is dat van de oprichting van een financiële raad van toezicht. Die moet de geldstromen naar Somalië inzichtelijk maken, en helpen bij het efficiënt verdelen van inkomsten en donorgelden. De Somalische regering is voor haar inkomsten afhankelijk van buitenlandse donoren, maar „bijna 95 procent van de inkomsten van de regering verdwijnen door corruptie”, vertelt een Amerikaanse Somalië-deskundige. „Leger en politie worden niet of te laat betaald en in door AMISON bevrijde gebieden blijkt de overheid nauwelijks in staat te regeren”.

Desondanks leidde dit plan in Somalië tot beschuldigingen dat Londen het land onder curatele wil stellen. Er is inderdaad een tegenstrijdigheid tussen een dergelijke buitenlandse toezichtraad en de derde alinea van het slotcommuniqué van gisteren. Dat stelt dat de besluiten over de toekomst van Somalië „in Somalische handen liggen”.

In een door en door verdeeld land blijft het echter moeilijk tot één besluit te komen. Dat bleek gisteren uit het feit dat er vier Somalische presidenten aanwezig waren.

Bovendien mag Al-Shabaab dan de controle over Mogadishu zijn verloren, eerder deze maand sloot de terreurgroep een verbond met Al-Qaeda, wat door de laatste werd toegejuicht als „vreugdevolle tijdingen”. Dat wijst erop dat Al-Shabaab van een terreur- en bestuursorganisatie verwordt tot een zuivere terreurgroep. In Zuid-Somalië gaan de strijders iedere conventionele militaire confrontatie met het Keniaanse leger uit de weg; ze doen hun uniformen uit, mengen zich onder de bevolking en worden ongrijpbaar. En elders betekent een zwakker Al-Shabaab juist dat ieder stukje grond opnieuw inzet wordt van een machtsstrijd.

    • Titia Ketelaar
    • Koert Lindijer