Valencia komt voor de val

Geen regio in Spanje stak zich met ambitieuze projecten zo diep in de schulden als Valencia. Aanvankelijk profiteerde de bevolking, maar nu de vastgoedzeepbel uiteen is gespat, gaan de belastingen omhoog en wordt bezuinigd op onderwijs en zorg. De vraag is of de regio daarmee een bankroet nog kan afwenden.

People attend a demonstration in Valencia on February 2é, 2012 against education spending cuts and police violence, two days after baton-wielding riot police charged another protest in the city of Valencia. Anger over budget cuts that left Spanish schools short of heating and toilet paper has sparked mass street protests and bloody baton charges by riot police. AFP PHOTO / JOSE JORDAN AFP

Al een week is het nu elke dag raak in Valencia, de hoofdstad van de gelijknamige regio. Rond vier uur ’s middags verzamelt zich een legertje scholieren en studenten in het centrum van de derde stad van Spanje. Ze demonstreren tegen bezuinigingen en geldtekorten in het Valenciaanse onderwijs.

De eerste dagen mondde hun protest uit in een veldslag met de oproerpolitie. Beelden van agenten die met gummiknuppels inslaan op betogers, kinderen soms nog, schokten tv-kijkers. Ze voedden de verontwaardiging onder de Valenciaanse burgers. Ook al houdt de politie zich sinds woensdag op de vlakte, de protesten blijven aanzwellen en verspreiden zich inmiddels ook naar andere Spaanse steden.

Het is de voorlopige climax in een al maanden sluimerend conflict in het onderwijs. Scholen verkeren in acute geldnood nu de regioregering op de rand van bankroet verkeert en al driekwart jaar geen cent heeft overgemaakt aan het middelbaar en hoger onderwijs.

Deze noodsituatie werd begin dit jaar echt acuut, toen energiebedrijven begonnen te dreigen wanbetalende scholen af te sluiten. Er verschenen foto’s van leerlingen die in klassen zonder verwarming zaten, zichzelf warm houdend met dekens, jassen, mutsen en sjaals.

„Gelukkig hadden we een relatief milde winter, maar deze situatie is natuurlijk absurd”, zegt directeur Pepe Martí van het IES Penyagalosa, in de Noord-Valenciaanse stad Castellón. Zijn middelbare school heeft bijna een ton van de regioregering tegoed. Net als honderden collega’s kon Martí aanvankelijk nog reserves aanspreken, maar inmiddels is hij op het punt beland dat hij leveranciers niet meer kan betalen.

„Het achterstallig onderhoud stapelt zich op”, vertelt de schooldirecteur terwijl hij een rondleiding geeft. De zonwering van sommige ramen zou moet vervangen worden. De belijning van het sportveld is amper nog zichtbaar. Buitenschoolse activiteiten worden teruggeschroefd. „We zouden de ouders om een bijdrage kunnen vragen. Maar kan dat wel in crisistijd?”

In de landelijke pers werd Valencia al voor de gewelddadige straatprotesten aangeduid als ‘het Griekenland van Spanje’. De geldnood van de regioregering is het gevolg van jarenlang financieel wanbeheer. Geen andere regio stak zich zo diep in de schulden als Valencia.

Volgens de laatste schattingen gaat het om circa 60 miljard euro. Ruim een derde hiervan zijn directe schulden aan banken. Nog eens een derde betreft openstaande rekeningen bij leveranciers en openbare instellingen. De rest zijn langlopende verplichtingen, vooral op het gebied van publiek-privaat aanbestede infrastructuur.

Het contrast is groot. Nog maar enkele jaren geleden gold Valencia juist als lichtend voorbeeld. Langs de hele kuststrook verrees een uitgebreide infrastructuur om toeristen en grote evenementen te lokken: pretparken, hotels, vakantieresorts met golfbanen, culturele megacomplexen, congrescentra, een F1-circuit en een vliegveld. De regionale economie groeide jarenlang onstuimig, en het aantal inwoners steeg navenant: tussen 1997 en 2007 van 4 miljoen naar ruim 5 miljoen.

Door de mondiale kredietcrisis belandde Valencia echter in een vrije val. Veel grote projecten blijken niet rendabel. Ze schijnen bovenal vehikels te zijn geweest voor politici, bouwbedrijven en projectontwikkelaars om elkaar miljoenen toe te spelen. Net als in Griekenland was er een machtswisseling nodig om de penibele situatie in volle omvang aan het licht te brengen.

De vorige regiopresident Francisco Camps moest afgelopen herfst aftreden, omdat hij zich zou hebben laten omkopen met maatpakken. Sindsdien komt het ene na het andere schandaal naar buiten.

Het meest krasse voorbeeld van een megalomaan, hoogst speculatief project is het vliegveld van Castellón, circa 50 kilometer ten noorden van die stad. Het zou jaarlijks 600.000 reizigers gaan verwerken, maar door problemen met de vergunningen is er sinds de opening, in maart 2011, nog geen vliegtuig geland. Rondom waren al grote lappen bouwgrond verkocht, bestemd voor dure hotels, golfbanen en 40.000 nieuwbouwwoningen. Ze zijn er allemaal nooit gekomen.

Rond het spookvliegveld wordt momenteel de laatste hand gelegd aan metershoog bronzen kunstwerk. Het vertoont het sterke gelijkenis met de hoogste bestuurder van de provincie Castellón, tevens de geestelijk vader van het vliegveld. Hij is inmiddels onderwerp van verscheidene corruptieonderzoeken.

De bouw van de luchthaven kostte de belastingbetaler 150 miljoen euro. Dit is zo goed als zeker weggegooid geld. En daar blijft het niet bij. Zoals veel meer infrastructurele projecten werd het vliegveld ontwikkeld in samenwerking met private partijen. De overheid moet hen tegemoetkomen nu het project niet rendabel blijkt. De nieuwe regiopresident heeft het contract eenzijdig opgezegd, maar rechtszaken dreigen.

Een soortgelijk tegenvaller dreigt rond het Formule1-circuit. De vorige regiopresident haalde de autoraces als verkiezingsbelofte met veel bombarie binnen. Zijn opvolger wil het evenement schrappen of laten afwisselen met de F1 in Barcelona. Dit zou Valencia echter op een boete van 300 miljoen euro komen te staan. Onderhandelingen met F1-baas Bernie Ecclestone om het „wurgcontract” open te breken, leverden vooralsnog niets op.

Ook de tientallen publieke bedrijven en stichtingen die door de vorige regiopresident en partijgenoten werden opgezet, trekken de aandacht. Deze zouden bepaalde overheidstaken beter en goedkoper kunnen uitvoeren dan de regioregering zelf, was het argument.

In werkelijkheid bleken ze vooral nuttig om makkelijker de begrote projectkosten te kunnen overschrijden en schulden te maken, zonder bemoeienis van het regioparlement of Madrid. Ander ‘voordeel’ was dat in de directies en besturen goed betaalde baantjes weggeven konden worden aan vrienden en zakenrelaties.

Aanvankelijk profiteerden ook burgers van het groeiwonder. Regio en gemeenten verdienden tijdens de bonanza goudgeld aan de verkoop van grond en de afgifte van bouwlicenties. De belastingen konden omlaag, terwijl het niveau van de publieke diensten elk jaar werd opgeschroefd. Scholen boden bijvoorbeeld Engelstalig onderwijs en ook lessen Mandarijn aan.

Het hielp de centrumrechtse Volkspartij (PP) om jaar in jaar uit de verkiezingen te winnen en oppermachtig te worden in Valencia. Maar nu de inkomsten uit de vastgoedsector zijn gekelderd, moet ze de belastingen verhogen. Ook moet ze korten op ambtenarensalarissen en snijden in zorg en onderwijs, veruit de grootste posten op de begroting.

Deze ingrepen stuiten, mede door de vele corruptieschandalen en voorbeelden van wanbeheer, op breed verzet. Op internet, in de sociale media en de lokale pers circuleren spottende vragen. Moeten scholieren na Engels en Chinees nu ook braille leren, om toch in het donker hun lesboeken te kunnen lezen? Waarom is er wel geld voor de brandstof van F1-wagens, maar niet voor het warm houden van klaslokalen?

De financiële chaos op scholen vormt slechts het topje van de ijsberg, zegt Alfonso Puncel, ambtenaar op het ministerie van Economie en Financiën van de regio Valencia en tevens actief in de vakbeweging. „Van de tekorten werden eerst vooral kleinere leveranciers van goederen het slachtoffer. Vervolgens stopte de regio met betalingen aan bedrijven en instellingen die diensten leveren: ziekenhuizen, apothekers, bouwondernemers, schoonmaakbedrijven. Als laatste zijn nu de grote bedrijven aan de beurt.”

De geldschaarste leidt tot een domino-effect van wanbetalingen in het midden- en kleinbedrijf. Ondernemers praten er niet graag over met de pers. Ze willen alleen anoniem bevestigen dat ze geld te goed hebben van de regio. „Ik ga dat niet aan de grote klok hangen. Straks word ik achterin de rij gezet”, zegt een leidinggevende van een schoonmaakbedrijf.

De nieuwe regiopresident Alberto Fabra toont meer daadkracht dan zijn voorganger bij het op orde brengen van de financiën. Maar zijn bewegingsvrijheid is beperkt. Hij is weliswaar van de PP, de partij die in november ook ruim de landelijke verkiezingen won, maar door alle schandalen verliest Valencia momenteel snel politieke invloed in Madrid.

Een nog groter probleem voor Valencia is dat met het instorten van de vastgoedsector ook de financiële dienstverlening is ondermijnd. De twee grote spaarbanken (Bancaja en CAM) gingen ten onder en zijn onder druk van de centrale bank en de landelijke regering opgeslokt door grotere, minder zieke concurrenten uit Madrid en Barcelona.

De besturen van deze cajas worden, zoals overal in Spanje, gedomineerd door lokale en regionale politici. Voor de kredietcrisis regelden zij moeiteloos goedkope leningen voor alle vastgoedavonturen van hun partijgenoten. Nu niet meer.

Ook de buitenwereld wil de regio niks meer lenen nu Valencia door kredietbeoordelaars is afgewaardeerd tot de junkstatus. Het leidde er toe dat de nationale overheid begin januari moest bijspringen, omdat de regio niet in staat was zelf een lening van 123 miljoen euro aan Deutsche Bank te herfinancieren.

Het is de vraag een bankroet nog kan worden afgewend. In Valencia wordt gevreesd dat het al te laat is om een volledige interventie van ‘Madrid’ nog af te wenden. „Van hoge ambtenaren hoor ik dat ze er serieus rekening mee houden dat de centrale regering nog voor de zomer de boel overneemt”, zegt Alfonso Puncel, de ambtenaar en vakbondsactivist. „Dit voorjaar moet Valencia zowel enkele grote leningen herfinancieren als belangrijke leveranciers betalen. Maar er is gewoon geen geld.”

Voor de Spaanse premier Rajoy schept de noodsituatie in Valencia daarmee ook een kans. Om aan de door Europa opgelegde begrotingsdoelen te kunnen voldoen, zullen vooral de tekorten bij de regio’s aangepakt moeten worden. Het inleveren van autonomie ligt in het gedecentraliseerde Spanje politieke bestel gevoelig. Vooral in regio’s als Baskenland en Catalonië met een sterke eigen identiteit, maar ook in andere delen van het land. Al zijn die veelal in handen van Rajoy’s eigen PP, geen politicus die herkozen wil worden, snijdt graag in de verzorgingsstaat.

„Rajoy zal ons gaan gebruiken als nuttig afschrikwekkend voorbeeld”, vreest Enric Morera, parlementslid voor de regionalistische oppositiepartij Coalició Compromiso. „We zijn het lachertje van Spanje en zullen door Madrid gebruikt worden om het hele staatsbestel te hercentraliseren.”

Merijn de Waal

    • Merijn de Waal