Uitzetting migranten naar Libië verboden

Italië heeft de rechten van de mens geschonden door in 2009 migranten uit Eritrea en Somalië op de Middellandse Zee terug te sturen naar Libië, voordat zij de Italiaanse kust konden bereiken.

Dit heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg gisteren bepaald. Met de uitspraak verbiedt het Hof Europese regeringen migranten terug te sturen naar landen als Libië, waar de mensenrechten niet zijn gewaarborgd.

Italië moet dertien Eritreeërs en elf Somaliërs die de zaak hadden aangespannen, elk 15.000 euro schadevergoeding betalen.

De heenzendingen, midden op zee, waren deel van een bilateraal akkoord tussen de regering van oud-premier Silvio Berlusconi en de toenmalige Libische leider Moammar Gaddafi. Honderden migranten werden door de Italiaanse kustwacht naar Tripoli gevaren en daar overgedragen aan de Libische autoriteiten.

Berlusconi zegde de samenwerking in februari vorig jaar op, toen de Libische opstand was uitgebroken. Sindsdien heeft Italië geen migranten meer teruggestuurd naar Libië.

Volgens het Hof schond Italië het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens door de migranten bloot te stellen aan het risico van onmenselijke behandeling in Libië, Eritrea en Somalië; door collectieve uitzettingen te verrichten; en door de migranten geen toegang tot het Italiaanse rechtssysteem te geven.

Premier Mario Monti zei in een reactie dat zijn regering „maximaal rekening zal houden met het vonnis’’. Mensenrechtenorganisaties verwelkomen de uitspraak. Judith Sunderland, onderzoeker voor Human Rights Watch in Milaan, spreekt van een „wettelijk precedent, ook voor andere landen dan Italië”. Ze wijst erop dat mensenrechtenschendingen ook onder de huidige Libische interim-regering plaatsvinden.

Roberto Maroni, oud-minister van Binnenlandse Zaken onder Berlusconi en lid van de rechts-populistische Lega Nord, bekritiseerde het vonnis als „politiek” van aard. Hij noemde het hof „gepolitiseerd”.