Uitstel splitsing energiebedrijven

Energiebedrijven Delta en Eneco hoeven voorlopig hun netwerkbedrijven niet af te splitsen van hun commerciële activiteiten.

De uitspraak van de Hoge Raad over de splitsing van energiebedrijven is uitgesteld. Er wordt eerst advies gevraagd aan het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie. Volgens juristen betekent dit dat er pas over circa twee jaar een definitieve uitspraak kan worden verwacht in het complexe dossier. Dat betekent dat energiebedrijven die zich nog niet naar de wet gevoegd hadden, zoals Eneco en Delta, tot die tijd hun gang kunnen gaan.

Aanleiding voor de wet was de vrees dat geïntegreerde energiebedrijven eventuele verliezen zouden afwentelen op de goed draaiende netwerken (elektriciteitskabels en gasbuizen), met achterstallig onderhoud als gevolg. Hierdoor zou de levering van energie aan consumenten en bedrijven in het geding komen.

Laurens Jan Brinkhorst (D66) was in 2004 als minister van Economische Zaken verantwoordelijk voor de indiening van de splitsingswet. Hij noemt het besluit van de Hoge Raad „fantastisch”. Europese regels waren de aanleiding voor de splitsing van de energiebedrijven, zegt Brinkhorst. „Voor eens en voor altijd zal het Hof van Justitie in Luxemburg dat bekrachtigen.”

Energiebedrijven Essent en Nuon hebben zich al neergelegd bij de splitsingswet en hebben zichzelf gesplitst. De leveringsbedrijven zijn vervolgens verkocht aan de buitenlandse energiebedrijven RWE (Essent) en Vattenfall (Nuon).

Delta en Eneco hebben zich tot dusver met succes verzet tegen gedwongen splitsing. Het gerechtshof in Den Haag stelde in de zomer van 2010 dat een onderdeel van de splitsingswet, het zogeheten groepsverbod, in strijd is met recht op vrij verkeer van kapitaal in Europa. Door het groepsverbod zouden netbeheerders namelijk niet mogen investeren in buitenlandse bedrijven als deze commerciële activiteiten in Nederland hebben.

Opsplitsen: pagina 26-27