Syrische oppositiegroepen maken elkaar uit voor verrader

In Libië slaagden rebellen erin zich redelijk snel achter een gemeenschappelijk politiek front te verenigen. Maar de Syrische oppositie blijft verdeeld.

Hoe verdeeld de Syrische oppositie is bleek vandaag weer eens toen een belangrijke organisatie besloot de grote Syrië-conferentie in Tunis te boycotten. Want, zo meldde de Coördinatie Commissie, ze had een „gevaarlijke neiging” ontwaard „om vast te stellen wie het Syrische volk vertegenwoordigt”.

Dat sloeg op een verklaring van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, die gisteren zei dat er een „geloofwaardige vertegenwoordiging is” die bewijst dat „er een alternatief voor het regime van Assad bestaat”. Ze doelde op de concurrentie, de Syrische Nationale Raad. De kwestie van erkenning komt in Tunis aan de orde.

De Syrische Nationale Raad (SNC) van Burhan Ghalioun is de grootste oppositie-organisatie buiten Syrië en maakt er geen geheim van te willen worden erkend als legitieme vertegenwoordiger van het Syrische volk. Maar er is veel kritiek op deze overkoepelende organisatie van acht kleinere groepen. Internationale critici, zowel westers als Arabisch, verwijten haar een onhelder standpunt en gebrek aan interne cohesie. Ghalioun heeft bijvoorbeeld slechts een hernieuwbaar mandaat voor drie maanden, omdat er geen consensus is over zijn leiderschap.

De Koerden (10 procent van de bevolking) zien in de SNC vooral een Arabische organisatie. Seculiere activisten zeggen dat de fundamentalistische Moslimbroederschap te veel invloed heeft. De SNC is verbonden met de Plaatselijke Coördinatie Comités van jonge activisten binnen Syrië, maar het is zeer de vraag hoeveel invloed hij daarop heeft. De organisatie bestaat immers in meerderheid uit ballingen die al jaren buiten Syrië leven en binnen het land onbekend zijn.

De belangrijkste concurrerende politieke oppositie-organisatie is de in Syrië gevestigde Coördinatie Commissie voor Nationale en Democratische Verandering, waarvan Haitham al-Manna de woordvoerder in het buitenland is. Deze groepering omvat linkse en nationalistische partijen. In december mislukte een poging tot een toenadering tot de SNC. De SNC heeft zich halfslachtig uitgesproken voor westerse militaire interventie. Maar de Coördinatie Commissie is fel tegen en juist voor een dialoog met het regime waarvan de SNC weer niets wil weten.

Binnen Syrië is de verdeeldheid even groot als daarbuiten. De Plaatselijke Coördinatie Comités zijn cellen van lokale activisten die protesten organiseren en via Facebook en Skype met elkaar en met het buitenland contact onderhouden. Maar de noodzaak van strikte geheimhouding, uit angst voor regime-infiltranten, staat elke coördinatie in de weg.

Het Vrije Syrische Leger van kolonel Asaad is geen leger maar een losse verzameling zelfstandig optredende brigades met eigen ideeën. Ze hebben nauwelijks gebied in handen, maar voeren guerrilla-acties uit tegen het leger en regeringsvertegenwoordigers. Kolonel Asaad heeft de SNC uitgemaakt voor „verraders” omdat deze zich niet onomwonden voor de gewapende strijd uitspreekt.

De Amerikaanse journalist Nir Rosen, die twee maanden door Syrië heeft gereisd, zei deze maand tegen Al-Jazeera dat deze strijdgroepen lang niet alleen uit gedeserteerde militairen bestaan, maar voor een groot deel uit de plaatselijke bevolking voortkomen. Hij zei dat het gewapend verzet al in april begon vanuit het platteland, waar iedereen hoe dan ook wapens heeft.

Het beeld wordt verder vertroebeld door de komst van jihadisten uit Irak, die de afgelopen jaren juist de andere kant op reisden. Volgens de Amerikaanse inlichtingenchef James Clapper zijn zij verantwoordelijk voor een serie zelfmoordaanslagen in Damascus en Aleppo. De Iraakse autoriteiten zeggen dat het in het Al-Qaeda-broeinest Mosul de laatste maanden veel rustiger is geworden.