Syrië-beraad zoekt alternatief voor Assad

Vandaag komen zeventig landen bijeen in Tunis om te praten over een eind aan het geweld in Syrië. Maar de verdeelde oppositie maakt een oplossing zeer complex.

De wereld is dringend op zoek naar een verenigde Syrische oppositie als alternatief voor het bewind van Bashar al-Assad. Als politiek aanspreekpunt en eventueel om er wapens aan te leveren. Vandaag op de Syrië-conferentie in Tunis is het een zeer belangrijk onderwerp.

Maar wie moet dat zijn? De groepen die het regime van Assad nu politiek of gewapend bestrijden zijn immers intens verdeeld.

Oppositiegroepen buiten Syrië willen verandering. Maar ze kunnen het niet eens worden langs welke weg, ze hebben geen programma geformuleerd en ze hebben weinig greep op de oppositie binnen het land. In Syrië is het Vrije Syrische Leger een optelsom van losse, lokale brigades met verschillende loyaliteiten. Jihadisten hebben hun entree gemaakt binnen het verzet.

Die verdeeldheid is geen wonder: het regime heeft sinds jaar en dag elke oppositiepartijvorming hardhandig de kop ingedrukt.

Ongeveer zeventig landen bespreken in Tunis wat ze kunnen doen om zo snel mogelijk een eind te maken aan het geweld in Syrië en liefst ook aan Assads bewind. Een militaire interventie wil op dit moment bijna niemand – de risico’s zijn te groot.

Sommige Arabische landen hebben geen probleem met militaire steun voor het gewapend verzet. Hun prioriteit is het einde van het huidige regime, omdat het een pion van Iran is; het post-Assad-tijdperk doet er voor hen minder toe. Maar met name in het Westen bestaan daarover grote aarzelingen.

Want wie stuur je wapens en wat zijn de consequenties? „Er zijn manieren om wapens bij mensen te krijgen die tegen dit soort onderdrukking vechten; dat lieten we zien in Libië”, zei deze week de Amerikaanse Republikeinse senator en ex-presidentskandidaat John McCain.

Maar Libië is nu geen gelukkig voorbeeld, met tientallen milities die zich opwerpen als rivalen van de centrale regering.

Amerika’s hoogste militair, generaal Martin Dempsey, is dan ook veel voorzichtiger. „Tenzij we heel wat meer duidelijkheid krijgen over wie ze [het verzet] zijn en waar ze voor staan, is het volgens mij prematuur erover te praten hun te bewapenen”, zei hij tegen CNN.

Eerst maar eens de oppositie op één lijn krijgen, is nu het idee in het Westen. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Alain Juppé antwoordde eerder deze week op een persconferentie op een vraag naar de rol van de oppositie: „We moeten hen nu dwingen zich te hergroeperen, zich te organiseren, en rekening te houden met alle gevoeligheden, die er binnen het land en erbuiten zijn”.

„De verschillende gemeenschappen moeten binnen deze oppositie vertegenwoordigd zijn als we willen dat ze een partner wordt die helpt de crisis te overwinnen”, zei Juppé.

Syrië heeft weliswaar een sunnitische meerderheid, maar is verder een mozaïek van minderheden – de shi’itische alawieten, die de basis vormen van het regime, christenen, druzen en Koerden, die allemaal onderling ook weer verdeeld zijn tussen voor- en tegenstanders van het regime. Binnen en buiten het land leeft grote angst voor een bloedige sektarische oorlog als de situatie nu niet zorgvuldig wordt gestuurd.

    • Carolien Roelants