Samen lekker lelijk Nederlands praten

Waarom zijn de taalboeken van Paulien Cornelisse zo’n succes? ‘Ze mikt op een bevrijdende saamhorigheid onder haar lezers.’

Binnen een week stond Paulien Cornelisse van niets op 1 in de Bestseller Top 60. Volgens haar uitgever heeft ze inmiddels al 50.000 boeken verkocht. „En het loopt per uur op.” Het taalboek En dan nog iets heeft dat succes te danken aan zijn voorganger Taal is zeg maar echt mijn ding. Daarvan zijn er 400.000 verkocht. Maar nog had het tweede boek een zetje nodig, aldus een woordvoerder van Contact: „Boekhandelaren zijn voorzichtig geworden. Ze bestelden het boek pas op de ochtend nadat Paulien in De wereld draait door zat.”

‘Het ideale cadeauboek’, zo wordt En dan nog iets aangeprezen. Dat zal wel kloppen. Want anders dan bij andere bestsellers, hoef je bij Cornelisse niet drie dikke delen door te worstelen voordat de boef op straat ligt. En dan nog iets heeft dezelfde opzet als Taal is zeg maar echt mijn ding: korte tot zeer korte stukjes over eigenaardigheden in de spreektaal. Je kunt ze snel even tussendoor lezen. Leessnacks voor op het perron, in de keuken of op de wc.

De columns bevatten luchtige observaties met veel humor. Voor het te diep gaat, springt Cornelisse snel verder. Ze loopt de hele dag rond met haar oren wijd open en vangt alle rare, kromme zinnen en modewoorden op. In de kortste hoofdstukjes noteert ze alleen de voorbeeldzin, zonder commentaar:

‘Ik ben mijzelf keihard tegengekomen maar daardoor heb ik mijzelf dus wel kunnen heruitvinden. Ik ben nu eigenlijk mezelf 2.0’

‘Nee, maar, wat het punt is: we hebben zeg maar een heel sterke zielsverbondenheid. Lichamelijk dan.’

‘Nee, dat dolfijnzwemmen deden we alleen voor de spreekwoordelijke leuk.’

De meeste stukjes stonden eerder al in nrc.next. Door de bundeling zie je echter beter wat Paulien Cornelisse beoogt. Het boek is een rijke staalkaart van hoe Nederlanders in het begin van de 21ste eeuw praten als ze zich onbespied wanen. Aan de hand van onze taal zegt ze iets over hoe wij leven. Op dit boek kunnen zo vijf onderzoekers van het Meertens Insituut promoveren. Of, zoals Adriaan van Dis zei in DWDD: „Je leert wel verdomd veel van je land, als je dit leest.”

Ze is geen taalpurist, zegt ze in de inleiding. Cornelisse wil niet oordelen over modieuze kromspraak. In lijn met de moderne taalkunde weet ze dat in taal het populisme heerst: de meeste stemmen gelden. Zeggen de meeste mensen ‘restauranT en cabareT’, dan wordt het ook restauranT en cabareT.’ Eén klein dapper groepje intellectuelen kan nog een tijdje ‘restorrân’ en ‘cabbarèh’ blijven zeggen, om zich te onderscheiden van het plebs, maar uiteindelijk zullen ze het afleggen.

Bij het lezen van zo’n verzameling lelijk hedendaags Nederlands, gedomineerd door de taal van ‘bedrijfstrainers en psychologen’, hoopt Cornelisse dat de lezer denkt: ‘Oh, dus het maakt niet uit.’ Zij hoopt op een bevrijdend saamhorigheidsgevoel onder de lezers: ‘Hoi, we praten samen lekker lelijk Nederlands’.

Helaas, het effect is anders. Je gaat toch een beetje neerkijken op mensen die zo praten. Ook als je het zelf blijkt te zijn. Dan denk ik voor mij zomaar bij mezelf: dat moeten we niet willen in dit land!

Paulien Cornelisse: En dan nog iets. Contact, 225 blz. €12,50