Niet mooi, geen blij einde? Dan ook niet in het vrouwenblad

Vrouwenbladen tonen maar een klein deel van de werkelijkheid. Oorzaak: ‘formatterreur’. „Een tijdschrift moet aanvoelen als een cadeautje.”

Zien ze er een beetje uit? Dat vroeg de hoofdredacteur van een glossy aan een freelance journalist toen die een verhaal wilde maken over twee lesbische vrouwen.

Ze zagen er uit. Dus het verhaal kon worden geschreven. Waren ze niet mooi genoeg geweest? Dan geen stuk.

Sla een vrouwenblad open en je ziet: lelijkheid bestaat niet. Althans, in die wereld. Dat is altijd al wel zo geweest, maar volgens de freelancers die de bladen grotendeels volschrijven, worden de eisen van redacties onder commerciële druk almaar buitenissiger. Moest een geïnterviewde vroeger vooral ‘knap’ zijn, nu moet ook wat hij te zeggen heeft passen in de vooraf bedachte formule van het blad.

Onwenselijke antwoorden? Verkeerd levensverhaal? Dan geen stuk.

Freelancers voelen zich steeds minder schrijver en steeds meer vakkenvuller. „Bij mij is een reportage afgewezen omdat de geïnterviewde grijs haar had”, schrijft een van hen op een besloten discussieforum van freelancers op Facebook. Hier, en op weblogs, klagen ze over redacties die kant-en-klare levensverhalen bedenken, waar zij dan passende personen bij moeten vinden. Die artikelen moeten voldoen aan een bepaald stramien – Wat is er gebeurd? Wat voor effect heeft het gehad op je leven? Wat heb je er van geleerd? – en hebben vaak een happy end.

Of zoals een freelancer vertelt: „Een vrouw die een kindje heeft verloren, moet inmiddels wel weer een kind hebben gekregen. En er sterker uit zijn gekomen.”

Zo niet? Dan geen stuk.

Vrouwenbladen leggen zelden verantwoording af over de wijze waarop hun stukken tot stand komen. Ze pretenderen verhalen te brengen die uit het leven gegrepen zijn. En ze hebben invloed. Maar wat als die verhalen grotendeels voorgekauwd blijken te zijn? „Zij zorgen ervoor dat gewone vrouwen straks denken dat ze mismaakt zijn”, zegt een freelancer die niet met haar naam in de krant wil. „Want alledaags gaat niet meer op.”

Er zijn maar weinig freelancers die willen praten over dit fenomeen. „Bepaalde informatie is naar mij te herleiden”, is een veel gehoorde reactie. Wie wel praat, doet dit alleen op voorwaarde van anonimiteit. En dat is niet zo raar: de tijdschriftenwereld is klein. De meeste bladen zijn in handen van één concern, mediabedrijf Sanoma (Libelle, Flair, Grazia, Marie Claire).

Rob van Vuure is een van de meest succesvolle bladenmakers van Nederland. Hij was creatief directeur bij Sanoma en hoofdredacteur van onder meer Libelle, Viva en Playboy. Wat zegt hij over de ‘mooie-vrouwen-regel’? „Ik herken me hier niet in. In een Libelle of Esta staan echt niet alleen mooie vrouwen.”

We pakken de Libelle van vorige week erbij. Op pagina 73 laten zes ‘gewone’ vrouwen zien hoe zij de kleur rood dragen. Er staat: ‘Tanya (49) is accountant en heeft boven maat 34 en onder 36. Ze draagt nooit rood maar is wel verrast over hoe goed het haar staat.’ Tanya is een knappe vrouw, en ook de andere dames zien er goed uit. En dan de Flair. Op pagina 12 vertellen vier dochters over de bijzondere band met hun vader. Wederom: mooie vrouwen.

„Zou jij een tijdschrift kopen dat vol staat met onaantrekkelijke mensen?”, vraagt Marina Zwaan, voormalig docent journalistiek. Samen met Ingrid Cramer schreef zij het Handboek Tijdschrift. „Het is natuurlijk heel politiek correct om te roepen dat ook lelijke mensen in de bladen moeten kunnen, maar daar zitten de lezers niet op te wachten.” Het is geen verschijnsel van deze tijd, zegt zij. „Duik de archieven in en je ziet dat dit altijd al heeft gespeeld.”

Wel nieuw is de sterke bemoeienis vooraf met de inhoud van stukken. Een freelancer vertelt hoe zij eens op pad werd gestuurd voor een „tranentrekkend stuk”. Het moest gaan over een vrouw van rond de dertig die geadopteerd was, hechtingsproblemen had en geen contact meer onderhield met haar moeder. „Ik had iemand gevonden”, zegt ze. „Maar er was geen happy end. Dus het stuk ging niet door.”

Op het weblog ‘Ervaringen van 2 freelancers’ schrijft een persvoorlichter (die niet met de krant wil praten): „Ik heb soms het gevoel voor een modellenbureau te werken. In een redactievergadering wordt bij wijze van spreken besloten dat ze iemand willen spreken die in het land van herkomst verkracht is, door haar familie is verbannen en nu een kapsalon runt. En oh ja, ze moet inderdaad ook een beetje knap zijn.”

Een andere freelancer kreeg het verzoek zeven vrouwen te vinden die hun baan kwijt waren, nu thuis zaten en heel gelukkig waren. Ze konden nu immers meer tijd doorbrengen met de kinderen. „Ik vond zeven vrouwen en allemaal zeiden ze hetzelfde: het was vreselijk thuis.” Dat pikte de redactie niet, vertelt ze. „Die zei dat ik niet goed had gezocht en niet de juiste vragen had gesteld.”

Kennelijk is het zo dat wie betaalt, bepaalt. Bepaalt hoe de wereld eruit ziet, wat voor mensen hierin rondlopen en wat die denken en doen. Freelancers hoeven alleen nog maar de details in te vullen. Volgens sommige freelancers is het ook niet ongewoon dat de inhoud van verhalen wordt aangepast aan de advertentieruimte die er vlak naast wordt verkocht.

Deze ‘formatterreur’ komt niet uit de lucht vallen. In een tijd waarin het wemelt van de vrouwenbladen, de concurrentie moordend is, oplages dalen en advertentie-inkomsten minder worden, hebben bladen het zwaar. En dan is het heel belangrijk om een blad te maken dat verkoopt.

Bovendien krimpen de redacties, als gevolg van bezuinigingen. Veel damesbladen beschikken over niet veel meer dan een rompredactie, bemand door een paar mensen. „Bijna alle stukken zullen dus door freelancers gemaakt moeten worden”, zegt Marina Zwaan. „En om de bladformule te bewaken, krijgen de schrijvers zulke specifieke opdrachten mee.”

Niets ergers dan een freelancer die terugkomt met een verhaal dat niet in het blad past. „Dat kost tijd, energie en geld.”

Inderdaad, maar verliezen redacties die bijna uitsluitend met freelancers werken niet het zicht op de buitenwereld? Een freelancer zal immers minder snel de door een redactie gebaande paden verlaten, uit vrees voor inkomstenverlies, en zal dus niet snel tegengas geven of kritiek leveren. En een redactie die geen kritiek krijgt, kan al snel gaan geloven in het zelf geconstrueerde wereldbeeld, ook al klopt het niet meer met de werkelijkheid.

Volgens Marina Zwaan hebben bladenmakers maar één doel: ervoor zorgen dat de lezer denkt ‘ha, dat is mijn blad, en hiervoor hol ik naar de kiosk’. Om dat te bereiken, kun je niet zomaar wat willekeurige verhalen publiceren, zegt ze. „Als je niet feilloos weet voor wie je een tijdschrift maakt en hoe je de lezer kunt inspireren, prikkelen en raken, is je blad ten dode opgeschreven.”

De uitgangspunten van een tijdschrift staan beschreven in de bladformule: wat is de doelgroep, welke onderwerpen en thema’s horen daarbij, welke invalshoeken. Maar ook: de titel, het doel van het blad, de pijlers, de bladmix en het grafische concept. „Alles bij elkaar moet ervoor zorgen”, zegt Zwaan, „dat het blad een spiegel is waar de lezer zich in herkent.”

De redactie weet als geen ander wat de consument wil, zegt Kristel Thijssen, woordvoerder van mediabedrijf Sanoma. „En daarom bedenkt het blad vooraf welke onderwerpen op welke manier aan bod komen. Journalisten worden met een opdracht op pad gestuurd, gebaseerd op een duidelijke briefing qua tekst en beeld, aansluitend bij de bladformule.”

Op het besloten forum illustreert een freelancer hoe dat in de praktijk uitpakt. Ze schrijft dat ze een artikel moest maken over vrouwen die jong moeder waren geworden, net als hun eigen moeders. „Ik bleek alleen maar terecht te komen bij ontzettend ordi, onverzorgd volk. Hele reportage afgeblazen, dat wil je gewoon niet in je blad, klaar.”

Volgens Thijssen spelen alle bladen van Sanoma in op aspiratie en inspiratie en is er dus niet zoveel aan de hand. „Zo zie je bij woonbladen de mooiste huizen, tuinen en meubels die je inspireren of autobladen met mooie auto’s.” Zwaan: „Een tijdschrift moet aanvoelen als een cadeautje, waar je lekker mee op de bank kruipt.”

Lezers krijgen dus een zeer specifieke uitsnede van de werkelijkheid te zien. Een werkelijkheid waarin bepaalde onderwerpen niet aan bod komen. Geen Antilliaanse tienermoeder in de Flair. Geen mantelzorgers in de Grazia. Een werkelijkheid waarin bovendien vrijwel uitsluitend mooie mensen rondlopen die soms wel eens problemen hebben, maar die er ook altijd weer bovenop komen.

Is het erg, al die voorgebakken stukken die passen in de bladformule? Weten lezers dit? Lezers weten volgens Zwaan waarschijnlijk niet hoe een blad wordt gemaakt. Maar, zegt ze: „Als ik een auto rij, hoef ik ook niet te weten hoe de wagen is gemaakt. Ik wil dat hij er mooi uitziet, goed rijdt en veilig is.”

De freelancers zaten intussen, zoals een van hen het zegt, in „een nare spagaat”. „Waarin ik mijn loyaliteit met de interviewkandidaten en met de redactie moest zien te verenigen in één stukje.” En dat terwijl het haar passie was om echte verhalen te vertellen, over echte mensen.

    • Juliette Vasterman