Moorden in een boek is nog laffer dan in het echt

Peter Drehmanns: De schrijver en zijn meisjes. Querido, 242 blz. € 19,95

Lezers zijn het, maar gemakzuchtige lezers, de dames van de leesclub in De schrijver en zijn meisjes. Voor hen is een schrijver iemand die iets op te biechten heeft, maar de vrijpostigheid niet bezit om dit recht in je gezicht te doen. Daarom schrijft hij boeken, om via een omweg inzichtelijk te maken wat hij op zijn lever heeft. Maak de dames niets wijs: wie schrijft over psychopathisch aangelegde mensen, die is er zelf één. Fictie is verhulde autobiografie, en de vrouwen zijn onbescheiden genoeg om te stellen dat ze alles in huis hebben om uit de tekst de ziel van de schrijver te lichten.

Dit is zo het publiek waar Mark Gerstenberg, de door Peter Drehmanns beschreven auteur in De schrijver en zijn meisjes, het mee moet doen wanneer hij een avond uitgenodigd wordt bij de leesclub. Ze behandelen hem ronduit vijandig, wat te verklaren valt uit het feit dat in het te bespreken boek van Gerstenberg een man rondloopt die de dames in het geheel niet aanstaat. Gerstenberg moet het op de avond ontgelden, want wanneer hij zelf zou deugen zou hij wel sympathiekere personages creëren, nietwaar? ‘Hij had vast ook van alles te verbergen. En ook vrouwen vermoord, in zijn boeken weliswaar, maar dat was misschien nog wel laffer dan het in het echt doen.’

De schrijver zal de avond, die wel wat weg heeft van de door Gerard Reve beschreven avond met lezers in De vierde man, echter niet boos het pand verlaten. Hij wil de vrouwen namelijk een verhaal ontfutselen, zoals ze hem een biecht willen ontfutselen. Hij is, zo valt al in het nogal dreinerige begin van de roman te lezen, op een dood punt in zijn carrière beland en zal nu proberen via de observaties van de leesclubdames trachten een ‘publieksboek’ te schrijven waaruit eindelijk eens alle moeilijkdoenerij is weggelaten.

De schrijver en zijn meisjes is een metafictieve roman waarin de hedendaagse lezerszucht naar autobiografie en ‘authenticiteit’ centraal staat. Wat opvalt en op den duur ook wel wat irriteert, is dat het in zo’n uitgesproken misogyne vorm gebeurt, waardoor het geheel een nogal ‘ach, de vrouwtjes, ze weten niet beter’-karakter krijgt. Dan doet het besef dat dit Gerstenberg is die spreekt en observeert en niet Drehmanns even niet meer zo ter zake: eentonigheid is eentonigheid, en geen metafictioneel besef dat daar ook maar iets aan verandert.

Het sympathieke van dit boek is dat niet alleen die vervloekte lezer, maar ook de schrijversfiguur Gerstenberg er bij Drehmanns aan moet geloven. Zich alleen maar verkneukelen om de domheid van zijn ‘meisjes’ wordt hem niet toegestaan. Wat in De schrijver en zijn meisjes via een lepe constructie duidelijk wordt gemaakt is dat de toenaderingspoging tussen lezer en schrijver een sneue zaak is. Uiteindelijk zal het op moord en doodslag uitdraaien. Pardon? Nou ja, in deze roman dan.

    • Sebastiaan Kort