Kijk eens naar mijn piëteit!

Tomas Ross, nooit te beroerd om rente te trekken van het publicitair kapitaal dat de monarchie met zich meebrengt, pakte deze week ook zijn mediamomentje. In april zou zijn nieuwe thriller verschijnen, waarin Mabel Wisse Smit en een helikopter voorkomen. Uit piëteit met de Koninklijke familie, zo meldde de schrijver, is de publicatie nu uitgesteld. Kennelijk ging de compassie niet zo ver dat het boek stilzwijgend kon worden uitgesteld. Ross postte het bericht maandag voor de zekerheid tweemaal op zijn Facebookpagina.

Dat mediamomenten voor een schrijver collateral damage kunnen veroorzaken bleek bij A.H.J. Dautzenberg, die zoveel bedreigingen ontving naar aanleiding van zijn verdediging van de pedofielenvereniging Martijn dat hij nu een dichtbundel heeft gemaakt van zijn hatemail – en die van Martijn. Ongeveer zoals kunstenares Tinkebell een paar jaar geleden deed met de bedreigingen aan háár adres. Sommige teksten gaan er komischer en dus onschuldiger van gaan uitzien dan ze zijn: ‘Wie aan kinderen raakt beschouw ik / als vuil / En wat doen we met afval? / Verbranden / Als ik jullie soort tegenkom, niet ik / jullie ogen dicht en snij jullie / vingers af met een broodmes / Vervolgens plas ik jullie keihard vol’.

Dautzenberg (‘Voor de goede orde: hij is een felle tegenstander van kindermisbruik’, staat in het boekje) wil geld inzamelen zodat Martijn zich met een advocaat kan verdedigen tegen het dreigende verbod van de vereniging. Waarbij je, hoe absurd en zinloos het verbieden van Martijn ook is, toch niet één-twee-drie je giroboekje pakt om de clubkas aan te vullen.

Dat gaat eenvoudiger bij een andere bundel, De dichter spreekt van Richard Minne. Daarin wordt een heel andere wet met voeten getreden, het literaire gebod: Gij zult geen dichtregels door elkaar husselen. Want dat is precies wat samenstelster Elisabeth Tonnard deed. Ze smeedde regels uit verschillende Minne-verzen aaneen tot nieuwe poëzie.

Dit ‘Liedje’ komt uit vier verschillende gedichten: ‘Wij tikten gevieren ons glazen./ Maar ’t zijn wellicht de laatste dagen./ Zij zong een bitter liedje,/ en gaf meteen den geest./ De passie is gaan liggen met den wind;/ alles is uit en alles herbegint.’ Heiligschennis natuurlijk, maar mooie heiligschennis. En het is wel wat waard om de prachtdichter Richard Minne nog eens een mediamomentje te gunnen.

    • Arjen Fortuin