Juwelenkistje van het Rijksmuseum

Een nieuw paviljoen van het Rijksmuseum tart de zwaartekracht. Binnen zullen vanaf volgend jaar honderden Aziatische kunstwerken te zien zijn.

Het Rijksmuseum heeft iets laten zien van de nieuwbouw, die in 2013 gereed moet zijn: het Aziatisch paviljoen. Het onregelmatig gevormde gebouwtje van twee verdiepingen staat tussen het hoofdgebouw en de Philips-vleugel, aan de zuidkant van het museum.

Het paviljoen wordt 670 vierkante meter groot en heeft twee verdiepingen, één boven- en één ondergronds, die met een brede houten trap met elkaar zijn verbonden. De bovenste komt straks in een ondiepe vijver te staan. Een brede strook ramen aan de onderkant van de gevel maakt het voor de voorbijganger mogelijk om schuin in het paviljoen te kijken. In een nis achter die grote ramen komt een beeld uit Thailand te staan. Met die ramen lijkt het paviljoen de zwaartekracht te tarten: de geknikte glazen strook aan de onderkant draagt juist de zware, gesloten bovenkant.

Architect Antonio Ortiz van het Spaanse bureau Cruz y Ortiz liet in een diagram zien hoe de oorspronkelijke waaier van zichtlijnen verstoord was geraakt door latere bijgebouwen. „Het zal wel toeval zijn, maar architect Cuypers is kort na de bouw daarvan gestorven.” Hij wilde iets nieuws doen op een plek die al beschadigd was, zei hij, in de hoop deze ‘cul-de-sac’ een nieuwe rol in het geheel van het museumgebouw te geven. De grillige, hoekige vorm van het bovengrondse deel benadrukt het verschil tussen dit paviljoen en het oude, bestaande museum. Als referentie liet Ortiz beelden van follies zien, even fraaie als nutteloze gebouwen op Engelse landgoederen.

De collectie Aziatische kunst bestaat uit in totaal 7000 beelden, prenten, schilderijen en porselein, waarvan er steeds 365 te zien zullen zijn. Deze afdeling krijgt minder ruimte en toch zal er meer van de collectie worden getoond dan vroeger: de opstelling zal om de zes maanden zal wisselen.

Conservator Menno Fitski noemde het paviljoen „een juwelenkistje”, dat bescheiden maar esthetisch een podium aan de kunstwerken biedt. De Aziatische collectie past straks niet meer in de chronologische opzet van het museum en krijgt daarom een apart gebouwtje. Maar gezien de banden van Nederland met Azië geeft deze collectie juist context aan de rest, in „een nationaal museum dat internationaal wil denken”. De collectie is begonnen door de in 1918 opgerichte Vereniging Vrienden der Aziatische kunst. Soms kopen Vereniging en museum samen kunstwerken, bijvoorbeeld een stel Japanse wachters uit de veertiende eeuw waarvoor eerst bij de Japanse overheid een exportvergunning moest worden aangevraagd.

Bezoekers komen straks boven binnen; de ingang ligt aan de route tussen hoofdgebouw en Philipsvleugel. Het bezoek is een lus, je moet er weer uit zoals je gekomen bent. Boven zal kunst uit China, Japan en Korea te zien zijn; beneden uit India, Indonesië en Zuidoost-Azië.