'Het was de woede van de ouders'

De Molukse cultuur in Nederland bracht amper schrijvers voort, maar nu is er scenariste en romancière Sylvia Pessireron. ‘Ik zou willen dat men ons beter begreep.’

Nederland, Appingedam, 12-08-'09; De Molukse gemeenschap in Appingedam viert in de Adamistraat het 50 jarig bestaan van de Molukse wijk. Bewoners luisteren naar een toespraak. Foto: Kees van de Veen Kees van de Veen/Hollandse Hoo>

Sinds 1951 bestaat er zoiets als een Moluks-Nederlandse cultuur. In dat jaar kwamen iets meer dan 12.000 Molukkers op dienstbevel naar ons land, waar ze werden verspreid over de provincies en werden opgevangen in tijdelijke ‘woonoorden’. Die cultuur heeft muzikanten, sporters, televisiepresentatoren, dansers en politici voortgebracht, maar in de literatuur zijn Molukkers nauwelijks aanwezig.

Niemand lijkt dat erg op te vallen. Zelfs in de jaren tachtig, toen volop werd gedebatteerd over het schijnbare uitblijven van een Nederlandse variant van het Britse postkoloniale fenomeen ‘The empire writes back’, viel het M-woord niet of nauwelijks. Toen de tweede generatie Surinamers, Marokkanen en Turken zo’n tien jaar later met vaart en verve de literatuur hadden betreden was er nog steeds geen Molukse schrijver of dichter van naam opgestaan.

Aan de Molukse geschiedenis, vóór of na 1951, kan het niet liggen. Als wingewest van de VOC, waar kruidnagels en foelie door slaven werden geoogst, waren de Molukken een mozaïek van bevolkingsgroepen met verschillende achtergronden (uit Australië, Nieuw-Guinea en de Melanesische eilanden en, later, uit Zuidoost-China), concurrerende religies (animisme, islam en christendom) en tegengestelde opvattingen over de geopolitieke betekenis van de eilandengroep. Het is een geschiedenis van conflict, verzet en opstand die personages van mythische statuur heeft voortgebracht.

Ook rond en na het uitroepen van de Republik Maluku Selatan, op 25 april 1950, ontbreekt het niet aan heldenverhalen. Desondanks zien we daar nauwelijks iets van terug. Er is een rijke nostalgische Indische literatuur, maar ik ken maar een handvol Molukse romans en dan waarschijnlijk nog alleen omdat ik daar toevallig in geïnteresseerd ben. Van een ‘aanwezigheid’ is het nooit gekomen.

Misschien komt daar verandering in met De verzwegen soldaat van Sylvia Pessireron, een gelaagde en allesbehalve nostalgische roman die iets minder dan een eeuw Molukse geschiedenis verhalend samenvat in de geschiedenis van KNIL-soldaat Marcus Kainama en zijn in Nederland opgegroeide dochter Nona.

Pessireron schreef eerder Tussen mensen en geesten (1996), Trouwen in zeven Nederlandse culturen (1998) en Wij kwamen hier op dienstbevel (2003). In 2009 was ze co-scenarist voor de telefilm ‘De Punt’, over de dramatische kaping van een trein in het Noord Drentse dorp. Het werk aan ‘De Punt’ was haar eerste proeve van fictie en vormde in zekere zin de opmaat voor het besluit om een roman te schrijven.

Effect

Bij de presentatie van haar boek sprak ik haar uitgebreid: „Ik ben journalist en ik heb gemerkt dat ik eigenlijk geen publiek meer kan bereiken als ik op een journalistieke manier over Molukkers schrijf. Als ik dat deed zag ik de hoofden bij wijze van spreken afwenden: Oh ja, Molukkers. Maar bij ‘De Punt’ merkte ik dat fictie, drama, wel effect heeft, dat je daardoor de harten van mensen raakt, ook als ze eigenlijk niet meer in het onderwerp geïnteresseerd zijn.

„Ik wist onmiddellijk dat ik het verhaal van mijn vader wilde vertellen, maar het probleem was dat ik daarvan alleen maar fragmenten kende. Veel van die oud-KNIL-militairen praten niet over wat er gebeurd is. Ze kunnen er niet over praten, ze willen er niet over praten. Dat was ook meteen het begin van het boek, een man die voor het raam staat en zwijgt.’’

Pessireron heeft het verhaal van Marcus Kainama op een achtergrond gelegd die in vogelvlucht de laatste honderd jaar Molukse geschiedenis schildert. Het boek weeft handig heen en weer tussen het verleden van de Molukse tragiek, de persoonlijke worsteling van Kaianama en het heden van zijn jonge dochter. Het levensverhaal van de KNIL-soldaat, zijn biografie, is de ruggengraat van de roman. Zijn psychologische ontwikkeling en de geschiedenis waarvan hij deel uitmaakt gaan gelijk op, waardoor de wording van Marcus Kainama samenvalt met het groeiende Molukse nationale zelfbewustzijn.

Marcus’ dochter Nona is de voortzetting van die ontwikkelingen, maar dan in ballingschap, in Nederland. De verzwegen soldaat is een roman over de eerste en de tweede generatie, de plaatsvervangende schaamte en woede die daarmee gepaard gaat en de geschiedenis en politieke ontwikkelingen die daar weer het gevolg van zijn. Pessireron doet dat door de verhalen van vader en dochter af te wisselen, waardoor heden en verleden met elkaar verweefd raken en ‘de grote geschiedenis’ altijd op de achtergrond invloed uitoefent.

„Alleen het verhaal van Marcus zou te zwaar zijn geworden. Ik wilde een roman met vaart en avontuur en tegelijkertijd wilde ik ook een beetje didactisch zijn. De dochter is het lichte element, Marcus het zware en het didactische zit in de geschiedenis. Ik wilde niet dat het een en al bitterheid en tegenslag zou zijn.”

De verzwegen soldaat heeft een opmerkelijk milde toon voor een roman over een geschiedenis van loyaliteit aan een vreemde overheerser en de teleurstelling die volgt als de KNIL-soldaten met hun gezinnen over worden gevaren naar Nederland en al op de kade uit dienst worden ontslagen.

„Er was wel boosheid bij het schrijven. Maar telkens als ik dat voelde, hield ik op om mezelf tot kalmte te manen: ‘ho Pessireron, even afstand nemen !’ Natuurlijk is er boosheid, teleurstelling, om de ouders, om mijn vader. Maar het is vooral het verhaal van Marcus zelf, zijn strijd en zijn eenzaamheid. Ik denk dat de tijd van woede voorbij is. Er is nu tijd en ruimte voor begrip. Ik wil dat Marcus Kainama en zijn dochter, nou ja: de Molukkers, begrepen worden op emotioneel niveau.”

Assen

Boosheid was er in de jaren zeventig, toen Molukse jongeren politiseerden en overgingen tot kapingsacties. Hun woede was de woede van hun ouders. Ik kon dat zelf, als joods jongetje in Assen, wel begrijpen.

Pessireron: „Ja, de pijn van de ouders – en je kunt die alleen maar voelen. Ze praten er niet over – dat is misschien nog wel het ergste. Hoewel Marcus Kainama een romanfiguur is en ik het echte verhaal van mijn vader niet kón opschrijven, omdat er zoveel witte plekken zijn, denk ik toch dat ik zíjn verhaal heb verteld.

„Ik voel nog wel teleurstelling. Ik zou ontzettend graag willen dat de Nederlandse regering excuses maakte voor wat er is gebeurd, dat ze ons over hebben laten komen, onze vaders onmiddellijk de zin van hun leven en hun eer hebben afgenomen en ons hebben opgeborgen in woonoorden.”

Die woonoorden waren in een aantal gevallen kampen als Westerbork en Vught, die de Duitsers niet zo lang daarvoor hadden gebruikt om joden af te voeren naar Auschwitz en Sobibor. Maar zoals de regering ook de Nederlandse joden geen excuses wil aanbieden voor wat hen in de oorlog door Nederlanders is aangedaan, ligt een excuus aan de Molukkers ook niet voor de hand.

„Misschien niet”, zegt Pessireron, „maar ik begrijp dat niet. Waarom betuig je spijt over de slavernij en niet voor deze dingen? Ik weet dat het belangrijk wordt gevonden. Het is niet zo dat ik het boek met dat streven in mijn achterhoofd heb geschreven, maar het zou mooi als mijn roman op zijn minst iets meer begrip kweekt voor hoe wij ons voelen.’’

Sylvia Pessireron: De verzwegen soldaat. The House of Books, 320 blz. €17,95