Het is de hoogste tijd voor een Italiaanse lente

Deze week was ‘t er weer. Ja, dat lentegevoel, maar nog meer... dat verlangen. Dat verlangen naar Amerikaanse toestanden. En nu ook naar Italiaanse.

Diverse ministers in het Italiaanse kabinet hebben deze week de details van hun persoonlijke bezittingen en vermogen openbaar gemaakt. De regeringswebsite ging meteen plat.

Veel Italiaans spreek ik niet, maar de documenten op internet zijn wel te lezen. De taal van het grote geld is universeel. Voor een verwijzing naar enkele van de authentieke documenten, zie de berichten vanmiddag op mijn twitteradres @menno_tamminga.

Minister Corrado Passera van Economische en Industriële Ontwikkeling verdiende 3,5 miljoen euro voordat hij in de regering kwam. Passera was daarvoor topman van de bank Intesa Sanpaolo.

Minister van justitie Paola Severino meldt een vakantiehuis in het sjieke ski-oord Cortina d’Ampezzo. Ze was eerder topadvocaat met 7 miljoen euro inkomsten.

Minister-president en voormalig eurocommissaris Mario Monti blijkt zestien huizen en flats te bezitten. Daaronder is een flat in Brussel waarvan hij voor de helft eigenaar is.

De Italiaanse ministers met vermogens en inkomens die in de miljoenen lopen doen denken aan het eerste kabinet van de Amerikaanse president Eisenhower (1953-1961). Zijn ministersploeg stond bekend als acht miljonairs en een loodgieter. Die laatste was een Democraat en voorzitter van de loodgieters- en gasfittersvakbond. Een van de miljonairs, Charlie Wilson, kwam van General Motors. Hij werd minister van Defensie en moest zijn aandelen in General Motors verkopen omdat de autofabrikant (toen) ook een grote klant van het Pentagon was. Op deze manier probeerde hij het conflict tussen private belangen (aandeelhouder) en publieke belangen (minister) bij voorbaat uit de wereld te krijgen.

Sindsdien zijn openheid en belangenscheiding de norm waaraan ministers en vergelijkbare dienaren van het publieke belang moeten voldoen. Openheid is hinderlijk voor de betrokkenen. Niemand legt graag zijn financiële hebben en houwen op tafel. Maar openheid is een superieure vorm van verantwoording. Wie weet dat anderen kunnen meelezen zal zich ervoor hoeden om beslissingen in het publieke domein te nemen waar hij persoonlijk baat bij heeft. Wie de schijn wekt een loopje te nemen met de openheidsnorm, zoals de vermogende Amerikaanse presidentskandidaat Mitt Romney, is toch de klos. Ook Romney moest zijn belastingformulieren rap integraal openbaar maken.

Oog in oog met de Italiaanse en Amerikaanse openheid slaat Nederland een ouderwets en schlemielig figuur. Dat geldt voor de trage invoering van openheid bij grotere giften aan politieke partijen. En dat geldt ook voor zakelijke en financiële belangen van ministers en staatssecretarissen.

Na de kabinetsformatie stuurt de minister-president hier een brief aan het parlement met regelingen die bewindspersonen hebben getroffen tegen het risico van „(schijnbare) belangenverstrengeling”. Maar het parlement en het publiek krijgen niet de maatregelen te zien. Zij krijgen alleen te lezen dát er regelingen zijn getroffen. Zoals de zinsnede: „Minister Hillen en minister Leers hebben het beheer over een zakelijke onderneming op afstand geplaatst.”

Parlement en kiezers krijgen niet te lezen wat die belangen zijn die ‘weggeregeld’ moeten worden. Niet hoe de regelingen eruit zien. Niet wie erop toezien dat de afspraken gehandhaafd worden.

Nieuwe lente, nieuwe openheid. Dames en heren van het kabinet-Rutte, tijd voor de full monty.

Menno Tamminga