Het droeve lot van Geertje Dircx

Drie vrouwen waren er in Rembrandts leven. Twee schilderde hij als godinnen, de derde zette hij gewetenloos en kwaadaardig weg.

Christoph Driessen: Rembrandts vrouwen. Bert Bakker, 268 blz. €19,95

Drie vrouwen hebben Rembrandts leven getekend. Ze lieten de zachte en de harde lijnen op zijn gezicht achter. Saskia Uylenburgh (1612-1642) en Hendrickje Stoffels (1626-1663) deden dat met hun dood op tamelijk jonge leeftijd, Geertje Dircx (ca. 1610-1656) bezorgde Rembrandt via de Huwelijkskrakeelkamer veel misère.

De analfabete weduwe Geertje had jaren gezorgd voor Titus, het enige nog levende kind van de vier die Saskia had gebaard. Tussen de bedrijven door deelde ze in ongehuwde staat tafel en bed met de schilder. En daar liep ze een fikse reputatieschade mee op: ze werd voortaan gerekend tot de hoeren.

Maar toen de jongere, beeldschone Hendrickje op de stoep stond, schopte Rembrandt haar met een fooi de straat op. En daar nam Geertje geen genoegen mee. Toch wist haar ex-partner haar vijf jaar tuchthuis in Gouda te bezorgen: 10 tot 15 uur werken per dag, en ze bofte dat ze niet met drie vrouwen in één bed hoefde te slapen, zoals in het Amsterdamse filiaal. Toen Rembrandt (1607-1669) dreigde haar opsluiting met jaren te verlengen, sprong een altruïstische vriendin in de bres voor Geertje, die na haar vrijlating niet lang meer zou leven.

In Rembrandts vrouwen pluist historicus Christoph Driessen de levens van het drietal uit. En dat is vast niet meegevallen. We weten dat Saskia van goede, Friese regentenhuize was en familie van Rembrandts kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh en dat de soldatendochter Hendrickje op haar beurt uit de Achterhoek kwam, maar de dames lieten helaas geen dagboek of brieven na. We zullen hen dus niet écht nader komen, hoe grondig hun familie-achtergrond dit keer ook is uitgespit. Maar de wraakzuchtige Geertje leren we wat beter kennen, simpelweg omdat haar leven door juridische en testamentaire procedures uitvoerig is gedocumenteerd.

Driessen moest dus zoeken in verre hoeken; in archieven, biografieën, enz. Uiteindelijk zou zijn oogst een boek van 268 bladzijden over de drie dames niet hebben gerechtvaardigd. Dat dat nu tóch het geval is, komt omdat hij zijn lezers dankzij veel ‘bijvangst’ op eigenaardige feiten kan laten stuiten: 50 procent van de misdaad in 17de-eeuws Amsterdam werd gepleegd door vrouwen, de Warmoesstraat met zijn 230 speciaalzaken was een Europese hot spot, meisjes gingen tot hun 10de naar school, vrouwen droegen als voorbehoedsmiddel een pessarium van wilgenblaadjes en bij ziekte lagen ze vaak niet op bed, maar bleven ze op medisch advies rechtop in een stoel zitten, wat vaak nogal pijnlijk was.

Of het nu om een grachtengordel vol kadavers gaat, om Rembrandts stal van leerlingen, om de bloeiende schilderijenhandel, het reilen en zeilen van huishoudens en spinhuizen, rellen en ziektes (30.000 pestdoden in 1663 en 1664, op 200.000 Amsterdammers) – af en toe raak je Saskia en Hendrickje volledig kwijt, wat overigens niet onplezierig is. Voeg daarbij een lange rits toepasselijke citaten – van Jacob Cats tot Geert Mak – en je verwacht niet langer over ‘jonge vrouwen-levens’ te lezen, maar stelt je tevreden met een panoramisch tijdsbeeld – én met de niet bijster fraaie reproducties in het boek van de prachtvolle schilderijen en tekeningen die Rembrandt van Saskia en Hendrickje heeft gemaakt.

Wie zich vooral laat kennen is Rembrandt, ‘Reinbrent, pittore famoso’ (de beroemde schilder), aldus prins Cosimo de’ Medici, die hartje winter in 1667 zijn opwachting maakte op de Rozengracht en later een van diens 60 zelfportretten kocht. Tijdgenoten vonden hem lastig en excentriek, tactloos en halsstarrig. ‘Hij was zo nukkig als wat en had lak aan iedereen’, aldus zijn Deense leerling Eberhard Keil. Onberekenbaar ook, want hij leverde niet op tijd. Een toonbeeld ook van het ‘MeMyselfandI’-complex, zou je nu zeggen, voorwaarde voor een groot kunstenaarschap, blijkbaar.

In het geval van Geertje liet Rembrandt zich behalve van zijn egocentrische ook van zijn kwaadaardige kant zien. Menig scheidingstraject wordt gestoffeerd met grove verwijten en eindeloze treiterijen, maar dat een schilderkunstige geweldenaar als Rembrandt – met zijn vermogen diepmenselijke empathie tot uitdrukking te brengen – ook forse rotstreken uithaalde, wil je liever niet lezen. Toch doet u er goed aan dat in het geval van dit onderhoudende boekje wél te doen. En vang dan op die twintig reproducties af en toe een glimp op van Saskia en Hendrickje, beiden door hun weerbarstige echtgenoot als godinnen geschilderd.