Er wordt nu vooral gehuild

In Homs kwamen tientallen mensen om, onder wie twee journalisten. Is het onverantwoord om naar Syrië te gaan?

Correspondent Noord-Afrika

Het laatste wat ik tegen Rémi Ochlik heb gezegd op Skype was: „Je past toch wel een beetje op, hè? Je hebt je World Press Photo al gewonnen.”

Dat was vorige week woensdag. Rémi was net terug in Parijs. Na een hachelijk avontuur in Zabadani in Syrië skypte hij: „We waren in een vallei toen die werd afgesloten door het leger. De rebellen hebben ons in de steek gelaten, behalve eentje die ons heeft verstopt onder een pak dekens in zijn auto. Hij heeft ons naar een dorp gebracht. Daar heeft hij ons een ster gewezen. Volg die gedurende vijf uur en je bent in Libanon, zei hij. ’s Nachts. Zonder gids. Geen wegen. Met Syrische grensposten. En patrouilles van Hezbollah. Ik weet nog altijd niet hoe we zijn ontsnapt.”

Het Franse weekblad Paris Match, waarvoor hij op reportage was, riep Rémi en de journalist onmiddellijk terug naar Parijs. Maar Rémi was freelance: hij nam het volgende vliegtuig terug naar Beiroet om van daaruit naar Homs te gaan.

Woensdag werd hij gedood toen het Syrische leger een mediacentrum in de belegerde wijk Baba Amar met mortiergranaten bestookte, samen met Marie Colvin van The Sunday Times en een onbekend aantal Syrische burgers. Was ik erbij geweest, dan had Rémi mij mogelijk over de streep getrokken, net zoals hij dat deed bij de Egyptisch-Libische grens op 19 maart, de dag waarop het Gaddafi-leger voor de poort van Benghazi stond.

De beslissing om een oorlogsgebied binnen te gaan hangt van veel factoren af, waarvan moed er één is. En Rémi had moed in overschot – overmoed, zeggen sommige collega’s. „Putain”, schreef fotograaf Bruno Stevens, „waarom heb je voor één keer niet naar papy (opa) geluisterd?”

Ik leerde Rémi kennen tijdens de Tunesische revolutie. Daags tevoren was zijn vriend Lucas Dolega vlak naast hem doodgeschoten door de oproerpolitie van Ben Ali. Rémi legde raadgevingen van collega’s dat hij een break moest nemen naast zich neer. We gingen samen op reportage naar Kasserine, het hart van de opstand. Het werd een gewoonte dat Rémi vroeg of laat, eerder vroeg, opdook. In Libië, in Egypte, in Syrië. Een gewoonte die veel langer had moeten duren.

Wanneer journalisten gedood worden, komt vroeg of laat het verwijt dat de media meer aandacht hebben voor de eigen doden dan voor de plaatselijke bevolking. Die kritiek komt doorgaans van het thuisfront, niet van de mensen ter plaatse. In Homs zijn woensdagavond honderden mensen met gevaar voor eigen leven de straat op gegaan om met een traditionele dabke-dans de laatste eer te bewijzen aan Rémi en Marie. Het filmpje ervan is te zien op YouTube.

Het klopt dat er veel meer over Rémi en Marie zal worden gepraat dan over Ramy al-Sayed, de Syrische burgerjournalist die verantwoordelijk is voor de meeste YouTubebeelden uit Homs. Ramy werd dinsdag neergeschoten door een sluipschutter terwijl hij live beelden uitzond van de laatste beschietingen. Of over Mazhar Tayyara, een Syrische freelancer die ondermeer voor The Guardian and AFP werkte.

Journalisten die naar oorlogsgebied gaan, worden verondersteld stoere binken te zijn. Maar de laatste tijd wordt er vooral veel gehuild.

Dinsdag nog werd in Libanon Anthony Shadid begraven, een lichtend voorbeeld voor iedereen die in het Midden-Oosten journalistiek bedrijft. Anthony stierf door een astma-aanval, veroorzaakt door een allergie voor de paarden waarmee hij en fotograaf Tyler Hicks vanuit Turkije Syrië waren binnengetrokken.

Homs is ook de plek waar 11 januari de Franse journalist Gilles Jacquier, een vriend, werd gedood tijdens een bombardement van het Syrische leger. Syrië is op weg om het dodelijkste conflict voor journalisten in lange tijd te worden.

Rémi was 28. Hij maakte deel uit van een nieuwe generatie journalisten die groot werd met de Arabische Lente. Oude rotten in het vak schudden soms het hoofd bij de risico’s die de jongere collega’s nemen, daarbij vergetend dat ze zelf ook zo zijn begonnen.

Rémi’s collega-fotograaf Bruno Stevens zei woensdag, na het bericht van zijn dood: „Ik ben razend op hem. Ik heb hem zo vaak gewaarschuwd. Ik heb daar ernstige gesprekken met hem over gehad. Dan luisterde hij, hij begreep mij, en vervolgens vertrok hij weer met een extra dosis vastberadenheid.”

Was het onverantwoord om naar Homs te gaan? Uiteindelijk zijn alle redenen goed om naar een oorlog te trekken; het komt er op aan wat je eenmaal ter plaatse doet.

Syrië is Libië niet. Als er in Libië soms veel meer journalisten waren dan nodig, dan is in Syrië het omgekeerde waar. Slechts een handvol journalisten is in Syrië of probeert er te komen. Er is een gesloten groep op Facebook waar wij informatie uitwisselden.

Het is daar dat Marie Colvin ons woensdag om een gunst vroeg. Of iemand over de paywall van de Sunday Times kon kruipen en haar artikel uit Homs zo ruim mogelijk verspreiden? „Ik doe dit normaal nooit, maar naar buiten brengen wat hier gebeurt, is de reden waarom we in de journalistiek zijn gegaan.”

Marie is het tegenovergestelde van Rémi: zij is 55 en ze draagt een zwart ooglapje over het oog dat ze in 2000 in Sri Lanka verloor door een granaatscherf. Een oude rot in het vak. „Ik zou gehard moeten zijn”, schreef ze dinsdag, „maar ik kan niet begrijpen hoe de wereld dit laat gebeuren. Ik voel mij hulpeloos.”

Het leed in Homs vertelt niet het complete verhaal van Syrië. Maar nergens anders is zo’n cynische berekening gemaakt: hoe minder journalisten, hoe minder internationale verontwaardiging.

De tactiek lijkt te werken. Vorige week nog zei CNN-directeur Mark Whitaker naar aanleiding van de dood van Anthony Shadid: „Als we uit Syrië het soort beelden kregen die we in Egypte en Libie hebben gezien, dan zou dit elke avond de opening van het tv-journaal zijn.”

De Franse krant Libération schreef dat Libanon Syrische communicatie heeft onderschept waaruit blijkt dat het Syrische leger opdracht had gekregen om de journalisten te doden.

Het is een cynische troost dat #mariecolvin en #remiochlik woensdag wereldwijd ‘trending’ waren op Twitter – #syria en #homs waren dat niet. Aan Rémi had ik nog willen vragen wanneer hij zijn ‘About’ op Facebook precies heeft veranderd in: „In girum imus nocte et consumimur igni” (We verdwalen in de nacht en worden verteerd door het vuur).

En hoe het nu was in Homs.

    • Gert Van Langendonck