Een wel héél rustige rampenoefening voor de Olympische Spelen

Police, fire and ambulance crews participate in a drill in the event of a bomb attack during the Olympic games, at a disused underground station in London February 22, 2012. Dazed travellers emerged from a London underground station on Wednesday, some coughing, some covered in blood, and some on stretchers as dozens of police and emergency workers swarmed outside as part of a massive pre-Olympic drill. REUTERS/Luke MacGregor (SPORT OLYMPICS CRIME LAW DISASTER) Reuters

Het is 8 augustus 2012 en Londen is vol met olympische toeristen. Opeengepakt staan ze in de metro. Dan ontploft er een bom.

Het zou zomaar kunnen. Het kon zomaar, zeven jaar geleden. Op 7 juli 2005, ontploften vlak na de ochtendspits twee bommen in de metro en één in een dubbeldekkersbus. Er vielen 57 doden. Het was de dag nadat Londen de Olympische Spelen toegewezen had gekregen.

Met nog 154 dagen te gaan voor de Spelen op 27 juli beginnen, willen de autoriteiten op alles zijn voorbereid. En dus werd er deze week net gedaan alsof het 8 augustus was, vier dagen voor het einde van de Spelen. Ruim 2.500 acteurs en personeel van ambulance, brandweer en politie deden mee aan een grootscheepse rampenoefening bij Aldwych, een metrostation dat in 1994 sloot en nu een geliefde filmlocatie is. Het is levensecht – op de tientallen journalisten na die op een balkon tegenover de stationsingang staan.

Bij de aanslagen van 2005 bleek dat de verschillende Londense hulpdiensten slecht met elkaar communiceerden en slecht waren voorbereid op een ramp. Radio’s werkten niet ondergronds, brandweerlieden wisten niet of de stroom van het metronetwerk was uitgeschakeld.

De aanslag van 2012 begint met een alarm dat afgaat, en de bekende metrostem die normaal waarschuwt voor het gat tussen metro en perron zegt nu: „Uw aandacht graag. U wordt verzocht dit gebouw te verlaten. Zoek de dichtstbijzijnde uitgang op. Niet rennen.”

Kalm komen de eerste ‘gewonden’ naar boven: twee mannen die er niet uitzien alsof ze zojuist een aanslag hebben overleefd. Andere slachtoffers wachten geduldig op wat er komen gaat, of drukken zakdoeken tegen nepwonden. Geen paniek, geen geschreeuw, geen gehuil.

Net zo kalm reageren de mannen in gele hesjes. Na enkele minuten komen de sirenes. Een aantal brandweerlieden slentert naar de ingang van de metro, rolt in alle rust een lint uit, en blijft in de deuropening hangen. Alleen het meisje dat de pers op het balkon moet houden, raakt lichtelijk gestresst als alle journalisten op hetzelfde moment naar dezelfde plek willen.

Een woordvoerder van de Metropolitan Police blijft benadrukken dat de oefening niet is gebaseerd op inlichtingen van de veiligheidsdiensten, dat er geen specifieke terreurdreiging is, dat de kans op een aanslag klein is, en dat de metro van Londen heel veilig is.

Tijdens de Spelen worden er bovendien naast extra ambulances, agenten en brandweerlieden, ook nog eens 13.500 militairen ingezet. Er staan dan zelfs twee oorlogsschepen en gevechtsvliegtuigen paraat.

Opmerkelijk is dat er maar één slachtoffer is dat zijn telefoon pakt en gaat filmen. Bij een echte aanslag zouden de eerste beelden van de plek van de aanslag onmiddellijk de wereld in zijn gestuurd. Nu weten de journalisten niets van wat er zich onder de grond heeft afgespeeld.

Het blijkt ook geen zin te hebben dat aan de acterende gewonden te vragen. Een woordvoerder houdt journalisten tegen: „Dit is geen mediaoefening”, zegt hij boos. „Dit is een rampenoefening.”

Maar hoort daar niet bij dat de media slachtoffers interviewen? „Dit zijn vrijwilligers. Ze moeten eerst hun rollenspel afmaken”, zegt hij.

Een evaluatie vindt over enkele weken plaats.

Correspondent Verenigd Koninkrijk & Ierland

    • Titia Ketelaar