Een interview

Er is veel te doen over het interview van Matthijs van Nieuwkerk, woensdag in De Wereld Draait Door, met Martijn van Dam, kandidaat-partijleider van de PvdA. Het is zo’n interview dat in de dagen erna steeds meer discussie losmaakt. Mensen vragen elkaar of ze het gezien hebben en of ze zich ook zo geërgerd hebben.

Die ergernis kan de geïnterviewde betreffen, maar ook de interviewer. In dit geval proef ik om mij heen vooral boosheid over het gedrag van Van Nieuwkerk. Alleen al in de Volkskrant van vanmorgen hadden zich, op verschillende pagina’s, liefst drie commentatoren over het interview gebogen. De uitslag: een 2-1 nederlaag voor Van Nieuwkerk. De tv-recensent nam het voor hem op, de andere twee beschouwers kraakten hem af.

Woensdagavond had ik het interview gezien op het moment dat het werd uitgezonden. Ook mijn ergernis over het gedrag van Van Nieuwkerk was groot. Ik vond dat hij Van Dam geen faire kans gaf.

Zijn opening was flauw: dezelfde kinderachtige kennisvragen waarmee Twan Huys in Nova Job Cohen had gepest bij zijn eerste tv-optreden als partijleider. Net als Huys destijds maakte Van Nieuwkerk daardoor de indruk dat hij er vooral op gebrand was de ander onderuit te halen. Verder viel hij Van Dam te vaak in de rede. Je moet in zulke programma’s toch nog wel drie zinnen achter elkaar kunnen uitspreken?

Het ergerlijkst was zijn paternalisme. Eerst: „Mag ik iets zeggen? Dit wordt helemaal niks.” Halverwege: „Ik zie zelfvertrouwen…dit gaat al beter.” En aan het slot spreekt vader zijn zoon nog steeds berispend, maar nu met een welwillende twinkeling in de ogen toe: „Probeer clichés te vermijden, probeer niet in repertoire te praten.”

Als Van Dam guts én tegenwoordigheid van geest had gehad, zou hij met een stout lachje geantwoord hebben: „En blijft u proberen goede interviews te maken, zoals uw held Ischa Meijer dat kon.” Hij zou er tv-geschiedenis mee geschreven hebben. Misschien zelfs wel politieke geschiedenis, want hij was er door de kijkers mogelijk voor beloond. Denk aan Pim Fortuyn die ermee wegkwam toen hij tv-verslaggever Wouke van Scherrenburg toebeet: „Ga lekker naar huis, koken.”

Voor ik aan dit stukje begon, keek ik nog eens goed naar het interview op Uitzending Gemist. Mijn bezwaren tegen Van Nieuwkerks aanpak bleven, maar ik voelde nu ook ergernis over de ontwijkende reactie van Van Dam op de essentiële vraag: waarin verschilt hij van de andere kandidaat, Diederik Samsom? Dat was een legitieme vraag van Van Nieuwkerk en het was ook begrijpelijk dat hij erop terugkwam toen hij geen goed antwoord kreeg.

Het betreft hier een uiterst onbevredigend aspect van de race om het partijleiderschap in de PvdA. Ook uit latere tv-gesprekken met Samsom en Plasterk bleek dat de deelnemers hebben afgesproken dat ze elkaar niet zullen bekritiseren. Vragen over de verschillen tussen hen zijn daarom taboe. Ieder vertelt alleen maar „zijn eigen verhaal”.

Dat zullen spannende debatten worden. „Meneer Plasterk, bij welke kwesties verschilt u het duidelijkst van mening met uw collega’s?”

„Dat zeg ik u lekker niet! Ik kijk wel uit! Wij vertellen ieder ons eigen verhaal en onze leden moeten zelf maar uitzoeken waar de verschillen zitten. Daar hebben ze tijd genoeg voor.”

Partijvoorzitter Spekman wilde toch een wedstrijd met een sterke winnaar? Laat ze dan ook strijden. Met open vizier.