Een cursus sigaren roken voor de vastentijd

Afgelopen woensdag is de veertigdagentijd ingegaan: na drie losbandige carnavalsdagen wordt daarin door vasten naar Pasen toegewerkt. Anders dan bij de Ramadan, die gelovigen strikte en universeel geldende regels oplegt, staat in het christendom de persoonlijke keuze centraal: de toets is het individuele geweten. Een mooie traditie, ook voor wie – zoals ik – niet echt gelovig is.

Zo kennen we de optie die Arie Boomsma in het populaire tv-programma 40 Dagen Zonder Seks aan de man bracht: om dichter tot zichzelf te komen, moesten deelnemers zelfs hun sex toys afstaan aan de gespierde presentator. Een uitstekend idee voor seksverslaafden, maar voor wie een liefdevolle relatie heeft, is dit waarschijnlijk een minder aantrekkelijke keus.

Hetgeen je jezelf onthoudt moet niettemin dicht aan je hart liggen. Ik heb ervoor gekozen vanaf afgelopen woensdag tot aan Pasen geen alcohol meer te drinken – in weerwil van de waarschuwing van de Britse filosoof Roger Scruton, die stelt dat je wijn niet mag laten staan tijdens de vastentijd, omdat „in ons geloof de wijn zowel heilig is in zichzelf, als het eerste wonder van haar stichter belichaamt”.

Gelukkig zijn er de zondagen – waarop niet gevast hoeft te worden. Na enkele dagen onthouding levert bijvoorbeeld een glas Pouilly-Fumé reeds een daadwerkelijk goddelijke ervaring op. Het ziltige goudwit stijgt op naar je neus, het doortrekt direct alle ledematen en het wordt een stuk gemakkelijker dan bij dagelijkse consumptie om te begrijpen hoe Christus’ bloed in die substantie zou kunnen zitten. Als je daarna toevallig nog ergens een fles Volnay of lichtgekoelde Pinot Noir aantreft, hoef je die heus ook niet te laten staan.

Omdat de woensdag waarop de vastentijd begint Aswoensdag heet – we zijn immers as en zullen tot as wederkeren – besloot ik aan de vooravond daarvan een cursus sigaren roken te volgen. ‘Genietend roken’ heette de cursus, die werd aangeboden door de beroemde sigarenfirma Hajenius in Amsterdam.

Gedurende enkele uren werd ik ingewijd in de hogere vaardigheden die het roken van tabak zoal omgeven. Het aansteken alleen al vergde twintig minuten intensieve theoretische vorming, en ook het eerste trekje – waarbij de tong van achter naar voren schuin omhoog het verhemelte licht dient aan te tikken – kostte de nodige oefening. Bij een eenvoudige Corona van het huismerk was de gelaagde smaak inderdaad verbluffend en compleet anders dan ik ooit eerder meemaakte. Zoet eikenhout, mos en vochtig grind, boterbloemen.

Ook het assen is met belangwekkende voorschriften omgeven. Men onderscheidt de ongetrainde roker in elk geval direct van de kenner, niet alleen vanwege de trefzekere polsbeweging waarmee hij het residu de asbak in slingert, maar ook vanwege de achterblijvende stompe askraag: is die te spits, dan heeft de roker zijn enthousiasme onvoldoende beteugeld en te hard getrokken. Op den duur wordt de smaak van het sigaartje dan te pittig, zo niet scherp.

Ik twijfel er niet aan dat roken slecht is voor de gezondheid. Zo was de ochtend van Aswoensdag voor mij ook letterlijk een aswoensdag: het huis walmde van de rook die uit mijn kleren was opgestegen; in de mondholte leken zich enkele dode dieren op te houden; en bij het sporten gaf het T-shirt donkerbruine, teerachtige zweetplekken te zien. Als lichte astmapatiënt ondervind ik bovendien al jaren de enorme lichamelijke voordelen van het rookverbod in cafés: ik heb sindsdien nauwelijks nog medicijnen nodig en ben grotendeels klachtenvrij.

Toch is de gezondheidsmanie die het roken het liefst volledig wil verbieden doorgeslagen. Onlangs adviseerde de British Medical Association aan de Britse staat om roken ook in auto’s – zelfs wanneer de bestuurder alleen is – te verbieden. In de Verenigde Staten is roken op straat op veel plekken al onmogelijk, zoals het dat in Nederland op treinperrons is. Niet alleen gaat hier een gevaarlijke machtstoename van de staat achter schuil, die in naam van de volksgezondheid langzamerhand het individu zijn autonomie volkomen ontneemt; maar net als het drinken van wijn – het ontkurken van de fles, de herkomst bekijken, het inschenken en proeven, het geleidelijk wegzweven – is het roken van sigaren omgeven door een ritueel dat het doelgerichte, het efficiënte, het volkomen rationele van het moderne leven wat afzwakt. Leer ons te zorgen en zorgeloos te zijn / Leer ons stil te zitten prevelt T.S. Eliot in zijn bij uitstek voor de veertigdagentijd geschreven gedicht Ash-Wednesday (1930). En juist dat stilzitten wordt door slechte gewoontes enorm vergemakkelijkt.

De mensen die de gezondheidsrisico’s van roken en drinken benadrukken, hebben doorgaans weinig op met de christelijke traditie en met de veertigdagentijd. Toch zou hierin juist een handreiking aan de levensgenieters mogelijk zijn. Door het zelfopgelegde matigen tijdens de vastentijd worden de gezondheidsrisico’s immers verminderd, terwijl door de bezinning het genieten wordt vergroot.

Zo vinden beide tegenpolen elkaar toch nog, in het begin van de lente.

    • Thierry Baudet