De historische hype heet Heydrich

In de jaren negentig ging alle belangstelling nog uit naar de ‘goede nazi’ Albert Speer. Nu is de ‘slechte nazi’ Reinhard Heydrich in de mode en is hij zelfs onderwerp van een bestseller, HhhH. Vier boeken over Heydrich: welk beeld krijg je dan van deze muzikale, wrede organisator?

Robert Gerwarth: Hitlers beul. Leven en dood van Reinhard Heydrich. Vert. Gerrit Jan Zwier. Balans, 451 blz. €24,95

Philipp Kerr: Prague Fatale. Quercus, 439 blz. € 17,-

Op 26 mei 1942, een dag voor de aanslag op Reichsprotektor Böhmen und Mähren Reinhard Heydrich, brengt Albert Speer een bezoek aan Praag. Heydrich (1904-1942) neemt de minister van Bewapening van het Derde Rijk mee in zijn open Mercedes en laat hem de oude stad zien. ‘Speer raakt in vervoering bij het zien van het sierlijke ensemble van gotische en barokke gebouwen’, schrijft de Franse schrijver Laurent Binet in HhhH, zijn roman over de operatie Anthropoid, de beroemde aanslag van drie Tsjechoslowaakse verzetstrijders op Heydrich die leidde tot de dood van de Reichsprotektor.

Eigenlijk zouden Speer en Heydrich elkaar moeten mogen, schrijft Binet. Anders dan Hitler en SS-leider Himmler zijn ze allebei geen ex-zwerver of ex-kippenfokker, maar kunstzinnige topnazi’s van goede komaf. De een is een architect uit een gegoede familie in Mannheim, de ander een verdienstelijke violist en zoon van de niet onbekende Duitse componist en conservatoriumdirecteur Bruno Heydrich. Ook lichamelijk zijn ze verwant: ze zijn geen dikzak in operetteuniformen, zoals Luftwaffeminister Hermann Göring, of een manke Nelis, zoals de propagandaminister Goebbels, maar redelijk normale verschijningen.

Hoewel hij een paardenhoofd heeft met een grote neus die volgens nazi-criteria onmiskenbaar joods is, wordt Heydrich beschouwd als een van de weinige leiders van het Derde Rijk die het nationaal-socialistische Arische ideaalbeeld benaderen. Groot, blond en als schermer behept met een sportlijf, werd hij ‘blonde Bestie’ genoemd.

Ondanks hun verwantschap – beide traden ook pas in het begin van de jaren dertig toe tot de nazi-partij – mogen Speer en Heydrich elkaar volgens Binet niet. ‘Speer, een voorname intellectueel, beschouwt Heydrich als de putjesschepper van Hitler, de man aan wie men het vuile werk overlaat, en die het zonder met zijn ogen te knipperen uitvoert: een beschaafde schoft. Heydrich beschouwt Speer als een bekwaam man, wiens kwaliteiten hij bewondert, maar hij blijft een burger, een snob met verzorgde nagels. Hij verwijt hem nou juist dat hij zijn handen niet genoeg in de stront steekt.’

Met zijn beschrijvingen van Speer en Heydrich bevestigt Binet de clichés over de twee leiders van het Derde Rijk. Ook in HhhH is Speer de ‘goede nazi’, de aristocraat met een geweten die na de oorlog spijt betuigt over zijn daden en door het Neurenberg-tribunaal tot slechts 20 jaar gevangenisstraf wordt veroordeeld. Heydrich is de ‘slechte nazi’, de gewetenloze organisator van de terreur, de mastermind van de Holocaust en de ‘slager van Praag.’

Goede nazi

Binet (1972) is niet de enige schrijver die zich de laatste jaren op Heydrich heeft geworpen. De ‘slechte nazi’ heeft de ‘goede nazi’ afgelost: was Speer een jaar vijftien geleden de favoriete nazi-leider van historici – Gitta Sereny, Dan van der Vat, Lambert Giebels en Joachim Fest schreven in de periode 1995-2001 allemaal een boek over Speer – nu is Heydrich de meest bestudeerde nazi. Eerst verscheen in 2009 HhhH , in 2010 bekroond met de Prix Goncourt en in 2011 ook in Nederland uitgegroeid tot een bestseller. Toen kwam eind vori jaar Prague Fatale uit, de achtste Bernie Guntherthriller van Philip Kerr waarin Heydrich een hoofdrol speelt. Onlangs publiceerde de Duitse historicus Robert Gerwarth (1976) onder de titel Hitlers beul een omvangrijke biografie van Heydrich. En tot slot verschijnt binnenkort een Nederlandse vertaling van Jiri Weils Mendelssohn is op het dak uit 1960, een briljante roman over het Praag onder Heydrich die begint als een slapstick en eindigt als een tragedie.

Waarom Heydrich nu de favoriete nazi is, is moeilijk te verklaren. Het is natuurlijk verleidelijk om de wisseling van de naziwacht te zien als een uiting van de tijdgeest. Elke tijd krijgt de nazi die hij verdient, zo zou je kunnen redeneren. Bij de gay nineties waarin de economische groei eeuwig leek te duren en populisme nog marginaal was, past een neoclassicistische architect en briljante manager als lievelingsnazi. De huidige sombere tijden, met twee achtereenvolgende economische recessies en zwartgallige toekomstscenario’s voor Europa, brengen een buitengewone belangstelling met zich mee voor de slager van Praag.

Probleem met zulke tijdgeestverklaringen is dat ze altijd kloppen en daarom niets verklaren. Zo hoor je vaak beweren dat slechte economische tijden juist een verlangen naar vrolijk vermaak oproepen en dat bijvoorbeeld glinsterende, zorgeloze musicalfilms uit Hollywood daarom zo populair waren in de depressieve jaren dertig. Volgens deze redenering zou Speer als favoriete nazi beter dan Heydrich passen bij de huidige tijden. Vermoedelijk is de vervanging van Speer door Heydrich slechts een historische mode of misschien zelfs alleen toeval.

Gitzwart

Wel moet vooral wegens Hitlers beul het gebruikelijke beeld van Heydrich als supernazi nu worden bijgesteld. Weliswaar noemt Gerwarth HhhH nergens in zijn boek, zelfs niet in de bronnenlijst, maar het lijkt alsof Hitlers beul is bedoeld als nuancering van het gitzwarte portret dat Binet van Heydrich schetst. Hoewel de romanvorm Binet de vrijheid gaf om van Heydrich een complexe persoonlijkheid te maken, is hij in HhhH een verrassend eendimensionale ploert. Hij is de verpersoonlijking van het kwaad en de ergste nazi van het Derde Rijk. Zelfs in Prague Fatale, waarin de hard boiled Berlijnse kripo Bernhard Gunther een moord op het Praagse landgoed van Heydrich moet oplossen, is Heydrich een boeiender figuur. Ook in dit boek is de Reichsprotektor een sluwe griezel maar bij een bezoek aan een circus in Praag blijkt hij in burgerkleding niet anders dan de rest van het publiek en lacht hij ook om de simpele grappen van clowns.

In HhhH is Heydrich van jongs af aan een rechtlijnige, ultrarechtse, nationalistische en antisemitische fanaticus. Al op jeugdige leeftijd wordt hij lid van een Freikorps dat communistische oproerkraaiers in elkaar slaat. Na de voltooiing van het gymnasium meldt hij zich in 1922 aan bij de Reichsmarine, bolwerk van Duits nationalisme dat hij in 1931 moet verlaten na een veroordeling door de ereraad wegens een ongepaste vrijage. Hoewel hij is verloofd met Lina von Osten, dochter van verarmde Noord-Duitse landadel, denkt een dochter van een hoge ambtenaar met wie hij een paar keer is uitgeweest, dat zij ook zijn verloofde is. Ze dient een klacht in, die eindigt in Heydrichs oneervol ontslag wegens het besmeuren van de goede naam van de marine.

Na een paar maanden werkloosheid neemt SS-leider Himmler Heydrich in 1931 in dienst om in München de inlichtingendienst van de SS op poten te zetten. Dit is het begin van een stormachtige carrière. Een jaar later is Heydrich al hoofd van de Sicherheitsdienst, drie jaar ook van de Gestapo. Uiteindelijk is hij eind jaren dertig hoofd van alle polities die de nazistaat heeft.

Als organisator van de nazi-terreur is Heydrich de aangewezen figuur om de Endlösung der Judenfrage vast te stellen en ook te organiseren. In hoog tempo verzint hij vele plannen, zoals de inzet van Einsatzgruppen van de SS in de veroverde gebieden die ‘alle elementen die een gevaar voor het Derde Rijk vormen’ moeten doodschieten. En begin januari 1942 organiseert Heydrich in Berlijn de beruchte Wannseekonferenz waar nazikopstukken bepalen hoe het er voorstaat met de oplossing van wat het ‘joodse vraagstuk’ wordt genoemd.

Heydrich is dan al een paar maanden Reichsprotektor van Bohemen en Moravië, als opvolger van de lankmoedige baron Von Neurath. Hij heeft de opdracht het Tsjechische verzet te breken en Tsjechië te ‘germaniseren’. Dit doet hij voortvarend en met een ongekende hardheid: duizenden Tsjechen worden gearresteerd en terechtgesteld. Uiteindelijk overlijdt ook Heydrich zelf een paar dagen na de aanslag aan een infectie die de nazi-artsen niet kunnen bestrijden doordat Duitsland niet over penicilline beschikt. De nazi’s nemen wraak door het uitmoorden van het dorpje Lidice.

In Hitlers beul laat Gerwarth zien dat Heydrichs carrière minder rechtlijnig was dan in HhhH. In zijn geboortestad Halle kreeg de jonge Heydrich een grossbürgerliche opvoeding die hem niet antisemitischer maakte dan de gemiddelde Duitser. Zijn flirt met het Freikorps stelde niet zo veel voor volgens Gerwarth: na de Eerste Wereldoorlog was hij domweg nog te jong om als volwaardig Freikorpslid te knokken. In zijn jaren bij de Reichsmarine was hij zelfs opmerkelijk apolitiek. Politiek vond hij beneden zijn stand. Hij was een Einzelgänger die liever viool speelde op het dek dan te kaarten met zijn collega’s. Heydrich was in die jaren beslist geen proto-nazi of extreem-rechts, schrijft Gerwarth. Wel werd het zijn overtuiging dat het leven in het teken stond van een voortdurende en gewelddadige strijd maar dat was toen een idée reçue.

Nazi werd Heydrich pas na zijn gedwongen vertrek bij de marine. Onthutst door zijn ontslag, beleefde hij volgens Gerwarth een existentiële crisis. Op advies van zijn verloofde, die wél uit een nazi-familie kwam, solliciteerde hij ten slotte op een vacature bij de SS in München. Nadat hij was aangenomen, werd Heydrich eindelijk een nationaal-socialist en weldra een bijzonder fanatieke. Hij werd een felle antisemiet en een gelovige in de missie van het Duitse volk. Vooral in het vertalen van het door nazi-leiders als Hitler en Himmler in vage woorden gestelde beleid naar de harde praktijk bleek hij een meester. Maar dit neemt niet weg dat hij misschien nooit bij de SS was gegaan als hij niet bij de marine was ontslagen, schrijft Gerwarth in zijn slotwoord.

Tournure

De tournure van apolitieke marine-officier tot fanatieke SS’er is een prachtig gegeven voor een roman over Heydrich, maar Binet laat de Saulus-Paulusverandering ongebruikt in HhhH. Ook laat Gerwath zien dat, anders dan Binet schrijft, Speer en Heydrich helemaal geen hekel aan elkaar hadden. ,,Ondanks het feit dat Heydrich de reputatie had dat hij ‘wreed en onvoorspelbaar’ zou zijn, was Speer aangenaam verrast door zijn gastheer, die hij ‘heel beleefd, absoluut niet arrogant en vooral heel zelfverzekerd en praktisch vond.’’ Over architectuur vond Speer Heydrich ‘verfrissend rechtdoorzee’: ‘Hij maakte slechts een paar bezwaren tegen mijn suggesties, die allemaal getuigden van zijn verstandige benadering van het probleem’, schrijft hij in zijn memoires.

Ook in Weils meesterwerk Mendelssohn is op het dak, dat Binet aanhaalt in HhhH, is de ontmoeting van Speer en Heydrich er een van gelijkgestemden. ‘De ex-architect en de huidige Reichsprotektor maakten een lange tocht door de stad’, schrijft Weil. ‘De minister vond het hartverwarmend dat hij een persoon met verstand van zaken aantrof in zo’n positie – hij had iemand verwacht die leek op de andere favorieten van de Führer, kleingeestige lieden die alleen kennis hadden van militaire zaken en slavendrijven. Maar Heydrich begreep muziek. Dat was zijn sterke punt.’

Zo blijkt het verschil tussen de ‘goede nazi’ en de ‘slechte nazi’ veel minder groot dan Binet suggereert. Ook Speer deed ‘zonder met zijn ogen te knipperen’ wat van hem werd gevraagd nadat hij in 1942 minister van Bewapening was geworden. En net als Heydrich bleek hij een onvermoeibare en briljante organisator. Ondanks de geallieerde bombardementen slaagde hij erin om de productie van de Duitse oorlogsindustrie te verveelvoudigen. Door Speers ongekende organisatietalent duurde de Tweede Wereldoorlog minstens een jaar langer, schatten oorlogsdeskundigen.

Het enige essentiële verschil tussen Speer en Heydrich was de aard van hun opdrachten: de ‘goede nazi’ moest wapens produceren, de ‘slechte’ moest mensen vernietigen. Maar ze deden het met eenzelfde inzet en toewijding.

Laurent Binet: HhhH. Himmlers hersenen heten Heydrich. Vert. Liesbeth van Nes. Meulenhoff, 347 blz. € 19,95

Jiri Weil : Mendelssohn is on the Roof. Daunt Books, 273 blz. € 15,- De vertaling, Mendelssohn is op het dak verschijnt 12 maart bij uitgeverij Cossee.

    • Bernard Hulsman