Brieven

Filosofisch gehalte

Onder de kop ‘Kritisch, in vredesnaam kritisch’ schrijft Sjoerd de Jong (Boeken, 17.02.2012) over, vrij vertaald, het gebrek aan filosofisch gehalte van de hedendaagse maatschappijkritiek: filosofen gaan vandaag de dag niet verder in hun denken dan de gemiddelde columnist.

Uiteraard geldt dat ook voor veel andere academici, zoals politicologen, sociologen en economen, maar je neigt er inderdaad toe van filosofen meer distantie en daarmee diepgang in hun denken te verwachten. Anderzijds kun je je afvragen of dat niet het logische resultaat is van een almaar vercommercialiserende beschaving, waarin niet filosofen uitgenodigd worden op de Toverberg in Davos, zoals de filosofen Martin Heidegger en Ernst Cassirer in het voorjaar van 1929, maar bankiers en leiders van financiële instellingen als het IMF en de ECB.

Niet dat je van filosofen per se het grote heil moet verwachten, maar zo’n intellectueel steekspel op hoog niveau is vaak wel zeer verhelderend voor alles wat zich lager op de berg en zelfs in de laagvlakte, op het niveau van de massamedia, afspeelt.

Paul Ophey, Nijmegen

Culture Club

Bernard Hulsman schrijft in zijn recensie van Craig Shuftans De Culture Club (Boeken, 17.02.2012) dat aan popmuziek nog minderwaardigheid kleeft. Vermoedelijk heeft hij het niet over popmuziek en -musici zelf, maar over de schrijvers van boeken over popmuziek. Popmuziek-essayistiek neigt traditioneel naar mythevorming in de context van de populaire cultuur. In bekwame handen als die Greil Marcus (Mystery Train), Stanley Booth (Rythm Oil) en Sam Sheppard (Rolling Thunder Logbook) leidt dat tot overtuigende boeken. De reden dat essays over popmuziek principieel wél te kort schieten is de vrijwel totale onderbelichting van het zuiver muzikale aspect van popmuziek. Het lichtende voorbeeld van een uitzondering is het boek Revolution in the Head van Ian MacDonald over de muziek en de sociaal-culturele context van The Beatles. Het een en het ander worden deskundig en levendig behandeld, het eerste in de bespreking van de melodieuze en harmonische kwaliteiten als ook die van de arrangementen – zonder de musicologisch minder gevormde lezer af te schrikken. Het kan dus wel.

Ir. J.M.M. Out, Alkmaar