Brieven

Geen ronkende volzin? Afgeserveerd!

Het interview met Martijn van Dam bij het tv-programma De Wereld Draait Door op 22 februari liet twee dingen zien: een beoogd PvdA-fractievoorzitter die net zo stuntelde als zijn voorganger weleens deed, maar vooral de dubieuze rol van de media in de politiek.

Van Dam liet zich dicteren en overhoren en probeerde daar onderuit te spartelen door te stellen dat het om inhoud en visie zou moeten gaan. Onzin, vond presentator Matthijs van Nieuwkerk, het gaat er om of hij opgewassen zou zijn tegen Wilders en Rutte, het gaat er om goed te kunnen debatteren, om presentatie en voorkomen – niet om inhoud, want dat levert je vandaag de dag geen stemmen op, dat is de realiteit.

Hier schuilt iets bedrieglijks in. Van Nieuwkerk suggereert dat de realiteit een feit is waar hij geen invloed op heeft, hoe spijtig misschien ook. En dat is niet waar. Van Nieuwkerk en DWDD, Pauw & Witteman, andere televisieprogramma’s en in mindere mate media als radio, kranten en blogs creëren deze realiteit.

Is het relevant om komisch te zijn in de Tweede Kamer? Nee, het maakt je geen betere volksvertegenwoordiger (wel een aangenamere). Maar sinds de debatten worden uitgezonden, steeds vaker zelfs live, is het belangrijk voor een politicus zo nu en dan een snedige opmerking te plaatsen.

Maar relevant? De reden van het interview, de opvolging van een fractievoorzitter, is een interne partijaangelegenheid, tv-kijkers kunnen niet stemmen. Toch werd van Van Dam verwacht dat hij zich „in twee ronkende volzinnen” zou afzetten tegen zijn medekandidaat Samsom, die later die avond bij Pauw & Witteman zou zitten. Twee kandidaten, net als in The Voice of Idols, en dan willen we graag een verschil tussen de twee zien, liefst een conflict, want dat geeft ‘spannende tv’.

Politici zouden hier niet aan mee moeten willen werken, zeker niet als er geen verkiezingen in zicht zijn. Wanneer ze dat voortaan allemaal doen, als een soort beroepscode, zouden de media ook niet meer zo’n greep hebben op de democratie, maar weer slechts een controlerende macht zijn, zoals het bedoeld is.

Mark Schalekamp

Schrijver en publicist

Arts in de snoepwinkel

Mijn huisarts schrijft oogdruppels voor, die achteraf vijf keer de Etos-prijs blijken te kosten. Mijn AMC-arts klikt een MRI-scan aan (900 euro), maar bevestigt dat een CT-scan van 50 euro voldoet. In een aanbodgestuurde markt vinden fantastische, maar kostbare innovaties graag hun weg. Zoals een all inclusive buffet wordt verslonden; zoals een kind een snoepwinkel plundert tot het misselijk wordt.

En de arts? Die kiest voor de beste oplossing. In het belang van de patiënt. En omdat hij graag de beste middelen tot zijn beschikking heeft. Waarom ook geen MRI-scan als je hem gewoon kunt aanklikken? De betaling is een zaak van een andere afdeling, comfortabel uit zicht van dokter en patiënt. En CZ? Hun ‘Gezondheidslijn’ houdt gezonde afstand: „Wij laten het aan de arts over”.

De oplossing is niet ingewikkeld. Handhaaf een fatsoenlijke basiszorg. Maar hervorm de markt voor extra zorg. Zolang de afnemer niet rechtstreeks betaalt voor de nieuwste technieken, zakt de betaalbaarheid van onze zorg weg in drijfzand. Noodzakelijke behandelingen mogen we aan niemand onthouden. De lijst met basisverrichtingen staat allang in het basispakket; houden zo. Al het andere moet beprijsd worden. En de afnemer? Die mag kiezen: wat kost het me extra, wat krijg ik daarvoor?!

Erik Kok

Heerhugowaard

    • Erik Kok
    • Mark Schalekamp