Ali kon de armoede niet achterlaten

In deze serie doet de krant van dichtbij verslag van een grote buitenlandse ontwikkeling. De groeiende instabiliteit in Nigeria geldt als een bedreiging voor West-Afrika. Welke tegenstellingen verscheuren het land? Moslims van het noorden staan tegen over de christenen in het zuiden. En in het hele land groeien de tegenstellingen tussen arm en rijk. Deel twee: Een caddy probeert de armoede te ontgroeien.

Audu Abdullahi zit in de kamer van zijn overleden zoon Ali tussen diens oude spullen te rommelen. De magere, oude man draagt een versleten overhemd en een pantalon met vlekken. Hij bladert wat door een stapel programmaboekjes van golfkampioenschappen en verkreukelde foto’s van Ali op de golfbaan. Dan pakt hij een trofee die Ali heeft gewonnen. De glazen beker is van de zwarte sokkel afgebroken.

„Hij was net begonnen de wereld te veroveren, toen hij overleed”, zegt Audu haast onbewogen. Het is twee jaar geleden, maar in zijn diepliggende ogen ligt een treurige blik besloten. „Een vriend belde me: ‘weet je wat er gebeurd is? Ali heeft een auto-ongeluk gehad.’ ‘Is hij gewond of dood’, vroeg ik. ‘Helaas zijn we hem verloren.’”

Voor Audu was Ali meer dan een zoon, hij was een verlosser. Als de beste golfer van West-Afrika zou hij het gezin van twaalf kinderen uit de sloppenwijk van de noordelijke stad Zaria halen. Ali’s levensverhaal is tekenend voor de enorme kloof tussen arm en rijk in Nigeria.

Rijke Nigerianen laten geen mogelijkheid onbenut om hun welvaart te tonen. Ze wonen in protserige villa’s van marmer, dragen opzichtige, gouden sierraden en rijden in grote, geblindeerde Land Rovers. Ze zijn gek op Britse elitesporten zoals polo, golf, tennis en cricket. Caddies zien ze als een noodzakelijk kwaad: arme schooiers, die je nu eenmaal nodig hebt om je spullen te dragen.

Maar Zaria is geen stad van rijken. Hoge politici of zakenlieden prefereren de hoofdstad Abuja of de handelsstad Lagos. De golfers in Zaria zijn voornamelijk ambtenaren, onderzoekers en professoren, die werken in de talloze onderzoeksinstituten of aan de Ahmadu Bello Universiteit. Ze verdienen goed en brengen hun vrije tijd door op de golfclub, die in 1929 is opgericht door de Britse kolonisten.

Inmiddels heeft de golfclub zijn beste tijd gehad. De golfbaan is een groot, vergeeld grasveld naast een doorlopende weg. Brommertaxi’s rijden regelmatig over de baan als ze het kruispunt verderop willen afsnijden. De green is gemaakt van een mengsel van zand en motorolie. In de verte galoppeert een paard, dat grote stofwolken nalaat.

Hier hangt Ali elke dag rond. Zijn vader verdient zijn geld als golfleraar, totdat hij verslaafd raakt aan de drank en zijn gezin niet meer kan onderhouden. Ali gaat niet naar school, maar werkt als caddie om geld te verdienen voor het gezin. Voor een schamel loontje raapt hij de ballen van de rijken en sjouwt hij in de brandende zon met hun zware golftassen. Elk vrij moment gebruikt hij om te oefenen.

In 1999 wordt de Nederlander Bart van der Grienten lid van de golfclub in Zaria. Een nieuwe blanke betekent kassa voor de caddies. Ali is slim genoeg om te zorgen dat hij zijn caddie wordt. „Ik zag al snel dat hij talent had, maar hij kon er niets mee”, zegt Van der Grienten. „Niemand wilde dat een caddie lid werd van de club. Het heeft maanden geduurd voordat ik 45 euro contributie voor Ali ‘mocht’ betalen.”

Als snel wordt duidelijk dat Ali een uitzonderlijk talent is. Hij wint alle amateurtoernooien in Nigeria, vestigt baanrecords en neemt tv’s, airco’s en een enorme hoeveelheid trofeeën mee naar huis. Van der Grienten beseft dat Ali zoveel talent heeft dat hij veel verder kan komen. Hij richt de Co Foundation op om talentvolle caddies en ballenjongens van de tennisbaan te helpen een sportcarrière op te bouwen.

Op kosten van de Co Foundation gaat Ali twee keer per jaar drie maanden naar Nederland om te trainen bij de internationale academie Just Golf. „De eerste keer dat golfcoach Cees Niessen hem zag spelen, kwam hij na tien minuten wildenthousiast naar me toe: ‘Zoiets heb ik nog nooit gezien’”, vertelt Van der Grienten. Het betaalt zich uit: Ali ontwikkelt zich snel, begint toernooien te winnen en groeit uit tot de beste golfer van Nigeria.

Het succes heeft wel een prijs. Ali raakt enorm teleurgesteld in veel van zijn landgenoten. Hij speelt met de rijkste mensen, maar vanwege zijn afkomst gunnen die hem aanvankelijk geen blik waardig. Als hij de beste golfer van Nigeria is, komt daar verandering in. Iedereen wil met hem spelen, zelfs de voorzitter van de Senaat. Maar deze mensen, die hun kinderen naar privéscholen in het buitenland sturen, ondersteunen hem op geen enkele manier.

Na een paar jaar komt de klad in Ali’s spel. Hij heeft grote moeite om zijn arme achtergrond los te laten. Hij is gewend om geld bij elkaar te schooien voor zijn familie. Omdat het prijzengeld niet toereikend is, zoekt naar andere manieren om geld te verdienen. Hij begint golfspullen, die hij in Nederland heeft geritseld, te verkopen in Nigeria. Het gevolg is dat hij steeds minder tijd in golf steekt en steeds meer met zijn handeltje bezig is. Hij slaat toernooien over om naar Abuja te gaan om kopers te ontmoeten.

Eind 2009 heeft Van der Grienten een lang gesprek met Ali. Ze treffen elkaar in Asara, waar Ali een toernooi heeft gespeeld. „We zaten op de veranda en keken uit over de verlaten golfbaan midden in de bush”, herinnert Van der Grienten. „Hij realiseerde zich dat hij zich niet moest laten leiden door geld. Voor een arme sloeber als hij is dat erg moeilijk. Ik zei: als je echt ver wil komen, moet je alleen met golf bezig zijn. En ja, dan verlies je inkomsten.”

Dit is het keerpunt. Ali zweert zijn handeltje af en richt al zijn energie op zijn sport. In de laatste maanden voor zijn dood wint hij vijf van de zes toernooien die hij speelt, waaronder internationale toernooien in Kameroen en Gambia. Zijn tegenstanders erkennen dat hij op eenzame hoogte staat. En het prijzengeld begint eindelijk binnen te komen.

Van het geld laat Ali een nieuw huis bouwen op het terrein van zijn ouders. Maar hij overlijdt voordat het af is en de familie heeft geen geld. De muren van grijze baksteen staan nu als een monument voor de te vroeg gestorven verlosser naast de lemen hutjes van zijn ouders. Het dak ontbreek en er zitten nog geen ramen en deuren in. In de woonkamer scharrelen kippen rond.

Audu zit op de grond, omringd door Ali’s spullen. Een oude cassetterecorder speelt ‘I Believe In You’ van de countryzanger Don Williams. De muziek klinkt vals en slepend, want de batterijen zijn bijna leeg. „Ik hou van Don Williams”, zegt de oude man. „Ik draai het vaak voordat ik ga slapen. Dan ben ik binnen vijf minuten vertrokken.”

    • Toon Beemsterboer