Zijn Verlichting en moderniteit één?

Weer iemand die, zonder een beroep te doen op ‘hogere machten’, de keerzijde van de Verlichting laat zien – de Verlichting waarvan de meesten onzer, gelovig of niet, de invloed hebben ondergaan? Ik heb het over de Pools-Britse socioloog en filosoof Zygmunt Bauman, die een paar weken geleden te Nijmegen een lezing hield op Holocaust Memorial Day. Het is niet verrassend dat zijn lezing over de holocaust ging, de moord op zes miljoen joden. Bauman is per slot van rekening de schrijver van Modernity and the Holocaust (1989). Hetzelfde thema behandelde hij in Nijmegen. NRC Handelsblad gaf er een samenvatting van (Opiniepagina, 28 januari) die ik hier overneem:

„De Holocaust was geen terugval in barbarij, maar juist een uiting van moderniteit. Moderne mensen accepteren de wereld niet zoals zij haar aantreffen. Ze willen alles uit de weg ruimen wat de vooruitgang tegenhoudt. In dit opzicht waren de nationaal-socialisten en de communisten van de twintigste eeuw niet anders dan wij. Ze waren alleen veel radicaler en meedogenlozer. Hun maakbaarheidsgeloof nam groteske proporties aan, ze dachten hun wereld in een paar jaar uit de grond te kunnen stampen door de ‘creatieve destructie’ van iedereen die niet in hun nieuwe orde paste: van joden tot klassevijanden. Ze wilden in korte tijd repareren wat de natuur en de geschiedenis, althans in hun ogen, hadden bedorven.”

De overtuiging dat zoiets in korte tijd maakbaar is en de onweerstaanbare drang om dit doel te bereiken, is en blijft, volgens Bauman, het wezenlijke kenmerk van de moderniteit, die haar piek in de twintigste eeuw vond. Maar wanneer begon zij? Dat zegt Bauman niet. Is moderniteit gelijk te stellen met Verlichting? Dan zouden de massamoorden van Hitler en Stalin op de Verlichting terug te brengen zijn. Of heeft de moderniteit hun alleen maar de technische middelen verschaft om die doelen te bereiken?

Dit was de mening van Sartre, die in 1975 in een interview zei: „Dacht u dat de farao’s niet graag vijftig miljoen vijanden hadden vermoord? Ze deden dit niet omdat ze het niet konden. Het feit dat men dat vandaag wel kan, zou bijna een reden kunnen zijn voor optimisme, want het is een aanwijzing dat er op bepaald niveau vooruitgang is. Vanuit het oogpunt van het individu zal het doorstane leed nooit gerechtvaardigd kunnen worden. Ik bedoel alleen dat de duizelingwekkende hoogte van de slachtoffercijfers van deze eeuw (de twintigste dus) ook een functie is van de groei van de wereldbevolking en geen reden kan geven tot welke wanhoop dan ook.”

Verklaart dit de onverschilligheid die Sartre toonde ten aanzien van de moorddadigheid van Stalin en Mao, die hij bewonderde, en van de Rote Armee Fraktion, waarmee hij sympathiseerde?

De moderniteit heeft niet alleen de technische middelen verschaft waarover de farao’s nog niet beschikten, maar wordt, volgens Bauman, ook gekenmerkt door de ‘onweerstaanbare drang’ te bereiken wat mogelijk is. Zo waren het Engelse toeristen die het alpinisme in Zwitserland introduceerden. De Zwitsers hadden eeuwenlang tussen de Alpen geleefd zonder drang te voelen ze verder te bestijgen dan voor hun levensonderhoud nodig was. Waarom wilden de Engelsen dan zo’n berg beklimmen? ‘Because it is there.’

Is die drang een typisch westers verschijnsel? De Chinezen hadden eeuwen vóór de Europeanen het buskruit zonder er gebruik van te maken, en de Byzantijnen lieten het Griekse vuur liggen dat Constantinopel misschien had kunnen redden. Wanneer de Russische, Chinese en Cambodjaanse communisten wél tot massamoorden zijn overgegaan, dan is dat niet alleen doordat de techniek hun de middelen daartoe gaf, maar ook doordat het communisme een westerse ideologie was. Stalin, Mao en Pol Pot waren in die zin dus verwesterd.

Wél typisch westers lijkt de negentiende-eeuwse drang om de witte plekken op de wereldkaart te exploreren – niet uitsluitend uit imperialistisch motieven of om het christendom te verspreiden, maar ook gewoon uit nieuwsgierigheid. Is die laatste eigenschap eigen aan de westerse cultuur, dan is zij niet pas met de moderniteit ontstaan. Al daarvóór bloeide de wetenschap in het Westen. Met het ontstaan van de moderniteit werd zij tevens middel tot andere, bijvoorbeeld politieke, doeleinden.

In het bij de Harvard University Press uitgegeven boek The Unintended Reformation (How a Religious Revolution secularized Society) van de historicus Brad S. Gregory geldt het zeventiende-eeuwse Nederland als uitvinder van de moderniteit. Van dit boek weet ik niet meer dan wat de recensie ervan in de Financial Times (van 11 februari 2012) erover vertelt, maar zo te zien lijkt het verdacht veel op de bekende stelling van de Britse historicus Jonathan Israel dat niet Frankrijk, maar het zogenaamd calvinistische Nederland de bakermat van de Verlichting is. Zijn Verlichting en moderniteit toch één?

Helaas moeten wij het oordeel van de historici A. Th. van Deursen en Ivo Schöffer hierover missen, want zij zijn beiden kort geleden overleden. De beurt is aan een jongere generatie.

    • J.L. Heldring