VN-lijst met te vervolgen Syrische functionarissen - ‘ook Assad op lijst’

De Syrische president zou op een door de VN samengestelde lijst staan met eventueel te vervolgen Syrische functionarissen. Foto Reuters / Khaled al-Hariri

De Verenigde Naties hebben een geheime lijst opgesteld van Syrische functionarissen die eventueel vervolgd kunnen worden wegens misdaden tegen de menselijkheid. Ook president Bashar al-Assad staat op de lijst, zegt een panel van mensenrechtenexperts van de VN.

Sinds het begin van de opstand in maart vorig jaar zijn in Syrië duizenden mensen omgekomen. Onder hen zijn volgens het panel zeker vijfhonderd kinderen. Dat schrijft persbureau AP.

Volgens de door de VN aangestelde Onafhankelijke Internationale Commissie van Onderzoek over Syrië is er inmiddels een vracht aan bewijzen dat:

“bepaalde individuen, onder wie bevelvoerende officieren en functionarissen op de hoogste regeringsniveaus, verantwoordelijkheid dragen voor misdaden tegen de menselijkheid en andere grove schendingen van mensenrechten.”

Het door de Braziliaan Paulo Sergio Pinheiro geleide panel heeft de namenlijst in een verzegelde envelop aan de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN overhandigd. Op de lijst staan ook enkele cellen van de Syrische oppositie die ernstige schendingen zouden hebben begaan.

‘Syrië moet zaak worden van Internationale Strafhof in Den Haag’

De Mensenrechtencommissaris heeft eerder gezegd dat Syrië een zaak moet worden voor het Internationale Strafhof in Den Haag. Syrië is echter geen lid van het ICC. Het is ook onwaarschijnlijk dat de Veiligheidsraad Syrië voor het ICC sleept. Rusland zal dit met een veto blokkeren.

Maar volgens volkenrechtexpert Andrea Bianchi kunnen mensen die op de lijst staat wel opgepakt en vervolgd worden als zij naar een land reizen dat het ICC wel erkent.

Het rapport van de commissie wordt volgende week door de Mensenrechtenraad van de VN in Genève besproken. Bianchi stelt dat het rapport steun biedt voor internationaal militair ingrijpen in Syrië.

De Veiligheidsraad beriep zich vorig jaar op “de verantwoordelijkheid om te beschermen” om een no-flyzone in te stellen boven Libië. Regionale coalities zouden op grond van ditzelfde principe op beperkte schaal kunnen ingrijpen buiten de VN om. Bianchi:

“Een van de triggers voor de verantwoordelijkheid om te beschermen is dat in een land misdaden tegen de menselijkheid worden begaan.”

‘Schendingen mensenrechten oppositie niet te vergelijken met die van staat’

Het VN-panel heeft geen onderzoek mogen doen in Syrië. Volgens de Syrische regering negeerde het panel informatie die van haar kwam en overschreed het zijn mandaat. Het panel heeft zijn informatie grotendeels verzameld met behulp van bronnen buiten het land, zoals mensenrechtenactivisten en overgelopen Syrische militairen.

Volgens het panel was het Nationale Veiligheidsbureau van de regerende Baath-partij verantwoordelijk voor de vertaling van het regeringsbeleid in militaire operaties die leidden tot het oppakken en vermoorden van burgers. De vier belangrijkste inlichtingen- en veiligheidsdiensten “waren in het hart van bijna alle operaties.”

Het rapport geeft aan hoe zakenmensen informele regeringsmilities, de Shabbiha, hielpen aantrekken en bewapenen. Het rapport noemt ook 38 detentiecentra waar martelingen hebben plaatsgevonden.

Gewapende oppositiegroepen, losjes verenigd onder de vlag van het Vrije Syrische Leger, begingen ook grove mensenrechtenschendingen. Het rapport noemt de marteling en executie van soldaten of veronderstelde leden van regeringsgezinde milities. Maar deze misdragingen “waren qua omvang en organisatie niet te vergelijken bij die van de staat.”

    • Niels Posthumus