Vleierij en intimidatie

Hoe pakken de grote investeringsbanken dat aan? Hoe halen ze zoveel van de allerslimste studenten van deze generatie binnen? Geld is deel van het antwoord, absoluut, maar er speelt meer. Ik ontmoet Wayne, niet zijn eigen naam, een student wiskunde uit het noorden van Engeland. Hij probeert al een tijd een stage te krijgen bij een grote investeringsbank en is in Londen voor een paar interviews. Hij is begin twintig, slank en hij straalt een merkwaardige mengeling uit van zelfvertrouwen en bescheidenheid. Bij de ober bestelt hij een cider, wat in Engeland geldt als een arbeidersklasse drankje.

Banken lokken studenten met een mix van vleierij en intimidatie, heeft hij gemerkt. Ze organiseren allerlei activiteiten op universiteiten, en daar werven ze hun kandidaten. Netwerkdiners bijvoorbeeld. „Daar geef je je voor op en dan word je uitgenodigd. Of niet. Vaak is er voor iedere student één iemand van de bank. Op een keer zat ik aan een tafel met een beurshandelaar van een grote bank. Ze vertelde over 7/7, de terroristische aanslagen in Londen. Iedereen helemaal in paniek, haar moeder totaal van haar water aan de telefoon, mensen die alleen maar kunnen praten over hoe erg het was. Toen kwam het commando: we gaan short sellen – speculeren op een val van de koersen. Ze hebben dat jaar niet meer zoveel winst gemaakt op één dag.

„Toen ik dat verhaal hoorde, dacht ik, hoe moet ik reageren? Onder de indruk zijn? Vol bewondering? Het is nogal een raar soort ‘stoer verhaal’, niet?

„Hoe dan ook is het hele recruitment proces niet iets waar ik met veel liefde aan zal terugdenken. Heb jij weleens een interview gehad van zes uur? Non-stop? Na vier uur heb ik maar gevraagd of ik naar de wc kon, en een kop koffie mocht. Ik viel steeds bijna in slaap. Je gooit je hart en ziel in een aanvraag, je slaat colleges over, je doet allerlei research over de bank, en dan zeggen ze ‘nee’. Ik ben hier zo ziek van.”

Maar ja, het geld. Engeland is een klassenmaatschappij met een schoolsysteem dat wel ontworpen lijkt om ongelijkheid in stand te houden. Kinderen worden op hun vijfde gescheiden in een rijke groep die naar goed toegeruste privéscholen gaat, en de rest die naar de staatsscholen mag. Drie keer raden welke categorie de beste scores haalt.

Wayne zegt: „Het geld is gewoon ongekend. In een grote bank krijg je 45.000 pond startsalaris plus bonus, en je weet dat je in twaalf jaar honderden en nog eens honderden duizenden ponden zult verdienen. Stel je voor dat je ouders een simpele baan hadden als verkoper of zo. Dan ga je het bankwezen in, en tegen de tijd dat je met pensioen kan heb je kinderen naar Eton kunnen sturen en zit je zelf bovenin de voedselketen!”

En toch is geld niet het hele verhaal. Wayne studeert wiskunde, en ik vertel hem hoe hij me doet denken aan andere ‘quants’ die ik heb gesproken; enorm analytisch begaafd, maar ook enigszins, hoe zeg je dat: niet van deze wereld. Hij knikt en zegt dat dit een van de redenen is om niet op de universiteit te blijven. „Ik snap heel goed dat quants bang zijn om zo gek als een deur te worden. Wiskunde is een verslaving, zo kun je dat echt noemen. Ik zou niets liever willen dan mijn naam te verbinden aan theorem – om zelf een grote ontdekking te doen, iedere wiskundige heeft dat. Maar ik blijf ‘toegepast’, zoals we dat noemen. Zo blijf ik verankerd in de werkelijkheid – en word ik hopelijk niet zoals sommige van mijn professoren.”

Journalist en antropoloog Joris Luyendijk schrijft op deze plek elke week een column over de financiële sector. Zie ook het blog guardian.co.uk/bankingblog, waarop Luyendijk verslag doet van het leven in de financiële wereld van Londen.

    • Joris Luyendijk