Verdragen mogen niet langer rechtstreeks werken

De VVD wil de Grondwet aanpassen. Europese regelgeving moet in de toekomst niet meer automatisch van kracht worden als ze botst met de Nederlandse wetten en regels, betogen Stef Blok, Klaas Dijkhoff en Joost Taverne.

De specifieke bijstand voor kunstenaars (de WWIK) is per 1 januari afgeschaft, zonder overgangsregeling. Kunstenaars krijgen hierdoor recht op dezelfde uitkeringsvormen als alle andere Nederlanders. Het is een democratisch besluit, gedragen door een meerderheid in het parlement, dat werd genomen na een stevig debat tussen voor- en tegenstanders. Dit is precies zoals het volgens ons hoort te gaan.

Toch spreekt de Nederlandse rechter op grond van het Europese mensenrechtenverdrag van een schending van de fundamentele rechten van de mens.

Dat het vervangen van de ene uitkering door de andere uitkering als strijdig met de mensenrechten wordt gezien, is tekenend voor de inflatie van het begrip ‘mensenrechten’. Zoals voorzitter Marc Bossuyt van het Grondwettelijk Hof in België onlangs stelde: „Als sociale steun een eigendomsrecht is geworden, dan zijn de rechters in Straatsburg erin geslaagd ook van wie niets bezit een eigenaar te maken. Dat was Marx zelfs niet gelukt!”

De inflatie is het resultaat van een eenzijdige ontwikkeling van de mensenrechten. Rechters hebben zich ijverig gekweten van hun interpretatietaak, waar de (internationale) wetgever haar taak heeft laten liggen. De VVD-fractie heeft de regering eerder opgeroepen de rol van het bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Hof in Straatsburg horende Comité van Ministers te versterken. De regering heeft deze oproep ter harte genomen. Zo kan de wetgever rechters voorzien van richtlijnen bij hun interpretatie en de kern van de mensenrechten bewaken.

Ook hier in Nederland moet de wetgever actiever zijn. Het parlement heeft de bepaling van de reikwijdte van de fundamentele mensenrechten uitbesteed aan adviesorganen als de Raad van State, maar vooral aan (inter)nationale rechters, die wetten toetsen aan de mensenrechten. Deze instituten horen hun rol te spelen, maar het parlement de zijne ook. De rol van de politiek houdt niet op bij het ooit eens goedkeuren van verdragsteksten.

Wij volksvertegenwoordigers moeten het onszelf verwijten dat het zover heeft kunnen komen. De bewaking van de mensenrechten is immers een belangrijke taak van het parlement; bewaking tegen schending, maar ook tegen ondermijning en uitholling ervan door overenthousiaste interpretatie. Iets is niet een mensenrecht omdat het als zodanig wordt bestempeld. Het moet het resultaat zijn van een politieke discussie, die nu te vaak stilvalt.

Dit speelt bijvoorbeeld als het gaat om de breed in het parlement gedragen wens om immigranten niet direct toegang te geven tot alle sociale zekerheidsrechten, maar ze deze geleidelijk te laten verdienen. Deze wens, die de afgelopen jaren is geuit door partijen als PvdA, CDA en VVD, wordt steevast afgewezen door de regering en de Raad van State. Als motivatie wordt gegeven dat verdragen als het EVRM en het ‘Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten’ geen ruimte bieden. Zo’n bewering kan legitiem zijn, maar hoort het debat te doen ontvlammen – niet te doven.

Dit debat is des te belangrijker omdat het later ook een basis biedt voor de rechter, als deze zich moet buigen over een kwestie. De gebezigde argumenten, het oogmerk dat de wetgever had en de uit de discussie blijkende opvattingen over de reikwijdte van de betreffende mensenrechten – dit alles is dan belangrijke informatie voor de rechter bij het uitoefenen van zijn onafhankelijke, toetsende taak.

Deze actievere rol van het parlement wil de VVD-fractie stimuleren met twee voorstellen die de positie van het parlement verstevigen.

1Als een van de weinige landen ter wereld kent Nederland, in art 93 en 94 Grondwet, rechtstreekse werking toe aan alle internationale verdagen. Ons voorstel is om aan deze beide artikelen de zinsnede „behoudens voor zover bij wet anders is bepaald” toe te voegen. Zo blijft de algemene regel bestaan dat internationale regelgeving boven de nationale staat, maar kunnen regering en parlement preciezer aanduiden wat die doorwerking betekent.

2Ook stellen we voor de ‘Rijkswet bekendmaking en goedkeuring verdragen’ aan te passen. Wij willen dat de wetgever voortaan in de goedkeuringswetten van verdragen zegt in hoeverre bepalingen in die verdragen rechtstreeks verbindend zijn voor iedereen. Zo krijgt ook de rechter inzicht in de bedoeling van de nationale wetgever. Door zijn parlementaire taak te veronachtzamen, doet het parlement de rechter inhoudelijk tekort en laat het de rechter tegelijkertijd formeel te veel ruimte.

De VVD wil de balans tussen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht met betrekking tot het internationaal recht herstellen. Juist wie de mensenrechten koestert, moet bereid zijn bij te sturen om ze te behouden.

Stef Blok, Klaas Dijkhoff en Joost Taverne zijn respectievelijk voorzitter en leden van de VVD-fractie in de Tweede Kamer.