Stuur die taaie kunstfilms ook maar in

Lang werd gedacht dat de Oscar voor beste niet-Engelstalige film een prijs was voor sentimenteel drama. Nu niet meer.

Coen van Zwol

Filmrecensent

Hormonenmaffia: zo’n begrip moet je wel even uitleggen in Amerika. Dat groeihormonen verboden zijn, en in België om die reden ooit een eerlijke keuringsarts werd neergeschoten. In Amerika spuiten ze er hun rundvee vrij onbekommerd mee vol.

Twaalf uur ’s middags in Los Angeles: de Vlaamse regisseur Michael Roskam (39) is even in zijn hotelkamer voor telefonische interviews. Zijn film Rundskop, een noodlotsdrama over de aan testosteron verslaafde gangsterboer Jacky Vanmarsenille, is verrassend doorgedrongen tot de laatste vijf voor de Oscar van beste niet-Engelstalige film. Het is hard werken, campagne voeren.

Zondag zit Roskam in zijn nieuwe smoking bij het Oscargala – zijn tweedehands smoking met jubelpijpen uit Amsterdam heeft hij toch maar vervangen. Tot dan zijn de dagen van uur tot uur vol gepland door zijn pr-agent. Volgens de nieuwe, strenge campagneregels mag hij nog maar twee filmscreenings met vragenuurtje bijwonen, maar er zijn ook ontmoetingen met producers, interviews, recepties, diners en symposia. De kansen van Rundskop? „Iedereen heeft het over A Separation, maar deze Oscarcategorie is vrij onvoorspelbaar.”

Rundskop, vorige week als Bullhead vervroegd in roulatie gegaan in Amerika, geldt als verre outsider op de shortlist van vijf bij de Oscar voor niet-Engelstalige film. Grimmig als een vroege Scorsese, deze Vlaamse misdaadfilm – maar misschien iets te lokaal en fatalistisch. Favoriet is dit jaar de subtiele Iraanse zedenschets A Separation, sterke outsider het Poolse In Darkness, een grotendeels in het donker opgenomen Holocaustdrama waarin Joden overleven in de riolen onder Lvov en een antisemitische opportunist verandert in een mensenredder. Andere kandidaten zijn het Canadese Monsieur Lazhar, over een getraumatiseerd immigrant die inspirerend leraar wordt, en het intense familiedrama onder Israëlische Talmoedgeleerden Footnote.

Een Oscar spreekt tot de verbeelding. Het is zoiets als in de finale van de Champions League staan, denkt acteur Matthias Schoenaerts, die voor Rundskop 27 kilo spierbulk kweekte. Het wereldkampioenschap voetbal, vindt regisseur Roskam. Zo ziet zijn geboortestreek het ook. Het stadje Sint-Truiden, waar Rundskop is gesitueerd, nam eerder deze maand bij dertien graden onder nul groots afscheid van Roskam op de Grote Markt. Bakkerij Neesen offreerde hem een chocolade-Oscar met bladgoud, de T-shirts met de filmslogan ‘Gekloeët zèè dzje altèèt’ (Gekloot ben je altijd) waren niet aan te slepen. Tot de nominatie is 50.000 euro in de campagne gestoken, de helft door het Belgische ministerie van Cultuur, de andere helft door de Amerikaanse distributeur Drafthouse Films. Nu nog eens 51.000 euro. Misschien dat België na vier eerdere nominaties zo zijn eerste Oscar wint.

Toch zijn er ook die twijfelen aan de waarde van zo’n Oscar: net als bij voetbal wint het sterkste team niet altijd. Wie kijkt naar Oscars uit het verleden, ziet terechte winnaars als 8 1/2. Maar was de melancholieke Argentijnse thriller The Secret in Their Eyes in 2010 echt beter dan Hanekes Das Weisse Band? Of de serene, maar ook wat kleffe Japanse lijkwassersfilm Departures beter dan Waltz with Bashir of Entre les Murs in 2009?

Maar wat opvalt: ’s werelds beste films worden wel degelijk genomineerd. Dat was vroeger anders. Lang gold het als vanzelfsprekend dat je geen kunstfilms, maar verhalend, laagdrempelig en sentimenteel drama naar Amerika moest sturen om kans te maken op een Oscarnominatie. Films als de Nederlandse inzending van dit jaar, Sonny Boy.

Wie dat anno 2012 nog steeds denkt, heeft slecht opgelet. Bij de vijf nominaties voor beste niet-Engelse film tref je nu de titels die indruk maakten op de grote filmfestivals: Berlijn, Cannes, Venetië. In 2010 haalde het magisch-minimalistische The Milk of Sorrow uit Peru de laatste vijf, vorig jaar zelfs het bizarre Griekse filmexperiment Dogtooth. Dat is andere landen niet ontgaan: dit jaar stuurden onder meer Duitsland (Pina), Hongarije (Turin Horse) en Griekenland (Attenberg) weerbarstige kunstfilms in.

Het heeft te maken met nieuwe stemregels, die sinds 2008 het niveau van de beste niet-Engelstalige Oscar hebben opgekrikt.

The Academy for Motion Picture Arts and Sciences reikt sinds 1947 een Oscar uit aan een ‘foreign language film’. Aanvankelijk ging het bestuur daarover, maar sinds 1956 mogen landen elk één film sturen: formeel wint het land de Oscar, niet de filmmaker. Het gaat dit jaar dus niet tussen A Separation en Footnote, maar tussen Iran en Israël. Voertaal is het criterium: als die voor de helft Engels is, komt een film niet in aanmerking. Britse, Australische en Brits-Canadese films doen mee met reguliere Oscars. Niet-Engelstalige films komen daarvoor overigens ook in aanmerking: zo is het Iraanse A Separation behalve voor de niet-Engelstalige Oscar ook genomineerd voor beste originele scenario.

In elk land selecteert een comité van filmmakers één film, in Amerika buigt een comité van 250 tot 300 leden van The Academy zich over het aanbod: dit jaar 63 films. Vier subcomités met elk een eigen kleurencode zien een kwart daarvan en geven cijfers. De films met het hoogste gemiddelde halen de shortlist.

Zo was het tot voor kort, maar het systeem lag onder vuur. Ten eerste worden niet altijd de beste films gestuurd, maar kan in het land van herkomst nepotisme of politiek een rol spelen; zo neigt België ertoe op toerbeurt een Vlaamse of Waalse film te sturen. Bovendien is het in een tijdperk van internationale coproducties steeds lastiger een film aan één land te binden: In the Land of Milk and Honey van Angelina Jolie gaat over Bosnië, heeft Servo-Kroatisch als voertaal en lokale acteurs, maar is wat regie, crew en financiering betreft te Amerikaans om mee te doen.

Het derde bezwaar ligt aan de ontvangende kant. In principe mogen, zoals bij elke andere Oscar, alle ruwweg zesduizend leden van The Academy stemmen, in praktijk gaat een vrij kleine groep leden over de Oscar voor niet-Engelse film. Ruimdenkende cinefielen, maar bejaard: wie in Hollywood de tijd en moeite neemt om zoveel films te zien, moet bijna wel gepensioneerd zijn. Met name omdat het niet volstaat de buitenlandse films op dvd te zien: je moet hem op een groot scherm bekijken tijdens een officiële screening. Dat ontslaat arme landen van de dure verplichting om ruim zesduizend dvd’s naar alle leden van The Academy te sturen, maar beperkt het electoraat tot gepensioneerden. En dat werkt avontuurlijke keuzes niet echt in de hand.

Daarom werd in 2008 een cruciale wijziging doorgevoerd. Het twintig man tellende ‘uitvoerend comité’ van de niet-Engelstalige Oscar voegt nu drie titels toe aan zes titels die via het oude systeem worden gekozen. Zo ontstaat een longlist van negen films, dat een zorgvuldig gekozen ‘fase 2 comité’ van dertig Academyleden vervolgens tot vijf films indikt. Dat comité is representatief, maar naast make-up- en reclamemensen zitten er toevallig steeds enkele filmmakers in met goede smaak en intellectueel overwicht: vorig jaar regisseurs Julian Schnabel en Michael Mann en de acteur Ryan Gosling. Critici noemen dat nieuwe systeem Byzantijns, maar ze kunnen niet ontkennen dat het niveau van de shortlist sterk is opgekrikt.

Maar als het op stemmen aankomt is men weer aangewezen op de groep oude kiezers, die de tijd hebben om alle vijf films in een bioscoop te zien, zoals de regels voorschrijven.

Of een Oscar voor niet-Engelstalige film veel gewicht in de schaal legt, waagt de Argentijn Juan José Campanella, in 2010 winnaar met The Secret in Their Eyes, te betwijfelen. „Nadat ik had gewonnen, boden ze me alleen scripts voor tweederangs films aan. Nu er weinig geld is, maakt Hollywood geen serieuze films met een budget tussen 15 en 50 miljoen dollar”, aldus Campanella. Hij werkt al jaren als tv-regisseur in de VS en steekt het geld thuis deels in zijn films. „Kleine films kun je überhaupt beter thuis maken, dan weet je waarover je het hebt.” Hollywood is natuurlijk een mooie droom, maar met Sint-Truiden is ook niks mis.

    • Coen van Zwol