Scherper dan het oog

Twee van de bekendste fotografen van de Düsseldorfse school, Andreas Gursky en Thomas Ruff, imponeren op gelijktijdige exposities in Kopenhagen en München. Beiden spelen een subliem spel met de werkelijkheid. Gursky laat onmogelijke details zien en Ruff toont porno zonder prikkel.

Er moeten duizenden foto’s, miljoenen misschien wel, bestaan van de Tour de France-etappe over de Alpe d’Huez. Foto’s van wielrenners die zwetend op de pedalen staan, aangemoedigd door een dikke haag van supporters. Foto’s waarop soms een stukje van het kale berglandschap te zien is, of van de leuzen die op het asfalt geschreven zijn. Maar vooral foto’s die draaien om het afzien, de heroïek, om drama.

Hoe anders is de foto die Andreas Gursky (Leipzig, 1955) maakte van de Touretappe in 2007 – een van de zeventig werken die nu te zien zijn op zijn overzichtsexpositie in het Louisiana Museum in Denemarken. De Duitse kunstenaar weet in één beeld van ruim drie bij twee meter de hele Tourkaravaan te vangen, tien haarspeldbochten lang. Je oog glijdt als in een stripverhaal van linksboven, waar twee helikopters boven de berg stilhangen, zigzaggend de berg af, tot de laatste bezemwagens beneden in beeld. Halverwege kom je de kopgroep tegen, drie bochten later het peloton.

Tour de France I is een foto die het sportevenement afstandelijk bekijkt, alsof een roofvogel hoog boven het spektakel zweeft en ieder detail bespiedt. Want dat is nog wel het meest opvallende aspect van dit kunstwerk: de ongelofelijke scherpte. Er staan honderden auto’s en campers op de foto, en je kunt van allemaal het merk en model achterhalen. Zelfs de toeschouwers zijn met een beetje goede wil te identificeren. Je staat als kijker op afstand, maar kunt ook tot heel dichtbij inzoomen.

Dat is precies wat deze foto onderscheidt van alle andere Tour de France-foto’s. Gursky geeft ons een overzicht dat het blote oog nooit in één blik zou kunnen vangen. Gursky maakt er geen geheim van dat hij zijn voorstellingen samenstelt door op de computer talloze losse foto’s aan elkaar te lassen. „De realiteit kan alleen getoond worden door haar te construeren”, is een van zijn bekendste uitspraken. Zo creëert hij monumentale tableaus die net zo misleidend als hyperrealistisch zijn.

Mieren in de Alpen

Rondlopend over deze overdonderende tentoonstelling in het Louisiana Museum moet je regelmatig een paar keer met je ogen knipperen voordat je begrijpt wat je ziet. Een wirwar van kledingstukken in draadstalen mandjes blijkt bij nader inzien de kleedruimte van mijnwerkers in het Duitse Hamm te zijn. Een ogenschijnlijk abstract patroon van zwarte verfstreken tegen een okerkleurige achtergrond is een racecircuit in de woestijn van Bahrein. En wat zwarte bandensporen in de Alpensneeuw leken, zijn honderden langlaufers die als een sliert mieren hun parcours afleggen. Steeds is er die vervreemding: waar kijk ik naar, en zie ik dit wel goed?

Het museum heeft Gursky’s werken zonder veel uitleg en zonder strikt chronologische rangschikking opgehangen. Daardoor wordt des te beter zichtbaar hoe hecht zijn oeuvre is. Al dertig jaar lang beschouwt Gursky de wereld alsof het een theater is. Zijn foto’s zijn als decorstukken waarin de mens – anoniem en veelal in groepsverband – zijn rituelen opvoert. We hangen lamlendig in de rij op vliegvelden, zijn extatisch bij popconcerten, krioelen als vliegen op de beursvloer, staan met duizenden in het gelid voor de dictator.

Op de foto F1 Pit Stop I uit 2007 krijgt het banden wisselen van een raceauto haast het karakter van een opera, met links het in rode kostuums gehulde team van Ferrari, rechts de witte pakken van BMW en daarboven het publiek dat vanuit de skybox op de scène neerkijkt – precies zoals de adel dat vroeger vanaf de balkons in de schouwburg deed.

Veel van Gursky’s onderwerpen hebben te maken met de globalisering. Hij fotografeerde wereldhavens en fabrieken, vuilnisbelten en sweatshops. In die zin zou je hem een sociaal fotograaf kunnen noemen. Maar anders dan zijn documentaire collega’s mag hij de werkelijkheid graag een handje helpen. Hij fotografeerde de bio-industrie in Japan en benadrukte de intensiviteit door de koeienstallen als flatgebouwen op elkaar te stapelen. Hij portretteerde mandenvlechters in een fabriek in Vietnam en plaatste ze bijeen in een loods waar geen einde aan lijkt te komen. Zo wordt iedere koe, iedere werknemer, inwisselbaar.

Dat is wat deze foto’s van Gursky keer op keer pijnlijk duidelijk maken: we mogen dan allemaal zo graag benadrukken hoe verschillend we van elkaar zijn en hoe uniek ieder individu is, vanuit Gursky’s vogelvluchtperspectief gezien ogen we allemaal hetzelfde. Een stel bezige bijen in een veel te volle korf.

Rivieren en oceanen

In zijn meest recente serie Bangkok (2011), die hier haar Europese première heeft, laat Gursky zich van een meer romantische kant zien. De zes metersgrote foto’s bestaan uit details van nachtelijke reflecties op de rivier Chao Phraya, maar lijken van een afstandje nog het meest op impressionistische schilderijen. Totdat je naar de werken toe loopt en je op het wateroppervlak toch weer de uitwassen van onze consumptiecultuur ziet drijven: dode vissen, lege flessen, een oranje wuppie, een gebruikt condoom. Zelfs het paarse bloemetje dat een waterlelie leek, blijkt ineens van plastic.

Tegenover die close-ups van het vervuilde rivierwater plaatst Gursky dan weer de uitgezoomde beelden van de oceanen waarin dat water oplost. Eerst denk je nog dat je kijkt naar wat rotsen in een ondiep zeetje, maar dan herken je opeens de contouren van Nieuw-Zeeland en de zuidkust van Australië. Dit is geen vogelvluchtperspectief meer, zelfs geen helikopterstandpunt. Dit is wat je ziet als je in het vliegtuig op het blauwe schermpje naar de ‘flight-path’-informatie kijkt: een platgeslagen stukje wereldbol. Gursky gebruikte er satellietfoto’s voor, poetste de wolken weg en creëerde de ultieme foto van de Grote Oceaan.

Geen mens zal de aarde ooit zo te zien krijgen, zelfs niet als je vanuit de ruimte kijkt. En toch, zoals Gursky haar presenteert, lijkt deze wereld echter dan echt.

Andreas Gursky. T/m 13 mei in Louisiana Museum of Modern Art, Gammel Strandvej 13, Humlebaek, Denemarken. Inl. louisiana.dk

    • Sandra Smallenburg