Malinezen worden patriotten door rebellie van Toeareg

Zwarte Malinezen hebben geen goed woord over voor de „criminelen” die een eigen staat willen in het noorden. Ze verwijten de regering ook een gebrek aan daadkracht.

Toen Toearegrebellen dit weekend een dorp binnenvielen om de sleutel op te eisen van de auto van de plaatselijke gendarmerie, haalde het 78-jarige dorpshoofd verward zijn schouders op. Hij had geen flauw idee waar de sleutel was. De rebellen schoten de oude man dood en vertrokken weer in de richting waaruit ze gekomen waren.

Dit was de eerste keer dat de Toeareg-rebellen zomaar, zonder reden, een burger vermoordden. Een dorpshoofd nog wel. De president sprak zijn condoleances uit op televisie.

De minister van Defensie beloofde dat het leger korte metten zou maken. Het was niet genoeg. „We willen geen holle kreten meer horen”, schrijft het oppositieblog Le Combat. „We willen bewijzen zien dat de crisis wordt aangepakt.”

De opstand van de Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad, een groep militante Toeareg die nieuwe rekruten vond onder de terugkerende Malinese Toeareg die in het leger van Gadaffi hadden gezeten, zaait onrust en verdeeldheid.

Tienduizenden Malinezen zijn sinds het begin van de maand met koffers en kookpotten de grenzen overgestroomd. Inwoners van het dunbevolkte noordoosten vluchten naar Niger uit angst voor de gevechten. Inwoners van het zuidwesten trekken naar Mauretanië uit angst voor wraakacties.

Een protest in de hoofdstad tegen de rebellen en het gebrek aan daadkracht van de regering, liep begin deze maand zo uit de hand dat winkels en huizen van Toeareg bijna in brand werden gestoken. Volgens Amnesty heeft de opstand de „ergste humanitaire crisis van de afgelopen twintig jaar” in Mali veroorzaakt. Het aantal vluchtelingen wordt geschat tussen de dertig- en zestigduizend.

Heeft de zwarte bevolking al geen goed woord over voor de „criminelen” en „drugsdealers” die een eigen staat willen in het noorden, ook onder de Toeareg in het zuiden kunnen de rebellen op weinig sympathie rekenen. Mali telt ongeveer een half miljoen Toeareg, op een bevolking van zestien miljoen. Omdat ze vaak een lichtere huidskleur hebben, worden ze door de donkere Malinezen botweg ‘blanken’ genoemd.

Mohamed Ag Mohamed Mitta (46) is zo’n blanke, uit Timboektoe. Hij heeft zijn vrouw en tien kinderen naar Mauretanië gestuurd. „Ik ben bang voor repercussies,” vertelt hij aan de telefoon. De apotheek van zijn neef kreeg pas een paar stenen door het raam. „Een rebellenbeweging, het is wat het is,” zegt hij aarzelend. Dan: „Die lui komen uit het buitenland. Ze zijn gewoon een opstand begonnen, of wij het daar nu mee eens zijn of niet. Maar mij hebben ze niets gevraagd. lk hoop dat de regering snel de vrede herstelt.”

Dat is het probleem. Eind april gaat Mali naar de stembus om een opvolger te kiezen van president Amadou Toumani Touré, die er twee ambtstermijnen heeft opzitten. Onder de bevolking leven allerlei theorieën over de vraag waarom de regering er nog niet in is geslaagd de rebellen uit te schakelen, zegt de Malinese journalist Diakaridia Sembelé.

De president zou geen grootscheeps militair offensief aandurven omdat het buitenland aanstuurt op een dialoog met de rebellen. Hij zou geen beslissing willen nemen omdat hij binnenkort weggaat. Een andere complottheorie is dat de president de teruggekeerde Toeareg hun wapens liet houden, zodat de verkiezingen uitgesteld moeten worden en hij langer aan de macht kan blijven. Dat de president achter de opstand zit, is onzin. Maar het verklaart wel waarom veel Malinezen boos zijn op de regering.

Minder bekend is dat de rebellen een gebied voor zichzelf opeisen waar twee internationale oliemaatschappijen naar olie zoeken. Waarnemers denken dat de Toeareg-rebellen betrokken zijn bij cocaïnesmokkel in de Sahara. Maar veel Malinezen zien het conflict vooral als een sociaal probleem: de ‘blanken’ zijn verwend omdat de kolonialen hen vroeger een voorkeursbehandeling gaven, ze hebben een misplaatst meerderwaardigheidscomplex, ze willen niet bestuurd worden door zwarten.

Veel media grijpen de opstand aan om gevoelens van nationalisme de vrije loop te laten. Woorden als ‘patriot’ en ‘vaderland’ vallen steeds vaker. Sinds januari, toen de eerste gevechten in Noord-Mali uitbraken, circuleren digitale foto’s van de lijken van geëxecuteerde regeringssoldaten. Die foto’s wakkeren de volkswoede alleen maar aan.

Amadou Toumani Touré nam begin deze maand de hoogst ongebruikelijke stap op televisie een gesprek aan te gaan met echtgenotes van militairen. Ze mochten hem live vragen stellen. „Men zegt dat u de aanvoerder van de rebellen bent en dat u de rebellen helpt Mali aan te vallen”, zei een van de vrouwen. Touré ontkent dit ten stelligste, en zegt dat de crisis opgelost zal zijn voor de verkiezingen. Achter gesloten deuren stelde de regering vorige week een plan op dat een einde aan de opstand moet maken. Het is nog niet bekendgemaakt.

    • Pauline Bax