Leidersverkiezing duidt op een gezagsvacuüm in PvdA

Nu trouwe stemmers op partijen een minderheid zijn geworden, hangt steeds meer van de leider af. Daarom is het voorstel tot verkiezing van de PvdA-leider een waagstuk, betoogt Bram Peper.

Met het vertrek van Job Cohen als leider van de PvdA is de crisis in de sociaal-democratie compleet. Aan zijn lijdensweg in een wereld waarin hij zich niet thuisvoelde, is een einde gekomen. Nooit heb ik veel begrip kunnen opbrengen voor het besluit van Wouter Bos om op een jonge leeftijd de publieke zaak te verlaten. Want onbetwistbaar was zijn leiderschap, gestoeld op een sterk profiel en bijzondere communicatieve vaardigheden. Na de desastreuze verkiezingen voor de PvdA in 2002 – het (tragische) jaar van Pim Fortuyn –, wist hij al in 2003 het zetelaantal van de PvdA te verdubbelen. Die ontwikkeling zette zich voort bij de Raadsverkiezingen van 2006, waarbij de PvdA (omgerekend) op 60 Kamerzetels uitkwam. Dat viel terug bij de echte Kamerverkiezingen van 2007, maar toch voldoende om met CDA en ChristenUnie een coalitie te vormen onder leiding van Balkenende.

Als we teruggaan in de tijd, dan zijn de ongekende grote schommelingen in de verkiezingsuitslagen begonnen in 1994, na de val van de Muur (1989). Vanaf 1994 tot op de dag van vandaag duurt deze instabiliteit voort. Trouwe stemmers zijn een minderheid geworden. Na 1994 is de betekenis van het politiek leiderschap alleen maar gegroeid. De communicatierevolutie heeft er – naast ontzuiling en individualisering – voor gezorgd dat er ongefilterde, rechtstreekse communicatie is ontstaan tussen de leiding van een partij en de kiezer. In overtuigend leiderschap zijn samengebald: ideologie, politieke koers, persoonlijkheid, vertrouwen en presentatie. Partijprogramma’s zijn nauwelijks bekend bij de burger.

Toen Wouter Bos in 2010 – na de val van het kabinet-Balkenende-Bos – bij verrassing het stokje overdroeg aan Job Cohen, waren de verwachtingen hooggespannen. Cohen gold immers als een bedachtzame, geslaagde burgemeester van Amsterdam die een onrustige stad redelijk op koers wist te houden. De opiniepeilingen, die voor de PvdA op verlies stonden, schoten omhoog. Velen keerden terug naar de PvdA, anderen wilden Cohen een kans geven. Aan het positieve beeldmerk dat Cohen met zich droeg, is al tijdens de verkiezingscampagne veel afbraak gepleegd doordat hij zich in situaties begaf waar weinig voor hem te winnen was. De nipte nederlaag tegen concurrent Mark Rutte was daar het gevolg van. Het is daarna eigenlijk nooit meer goed gekomen. Het verhaal is inmiddels bekend.

Minder is opgevallen dat in het gezags- en machtsvacuüm dat in de loop der tijd door en om Job Cohen ontstond de vacante positie van partijvoorzitter – door het plotselinge vertrek van Lilian Ploumen (nota bene de campagneleider van Job Cohen) – werd geambieerd door de met volkse, bestuurlijke en parlementaire ervaring gelooide Hans Spekman. Eén ding stond meteen vast: Spekman verliet het parlement niet om zich alleen bezig te houden met het weer tot leven wekken van de futloze partijorganisatie. Spekman wil politiek bedrijven, nu vanuit een andere positie. Dat is volstrekt legitiem, maar staat wel haaks op de in de laatste twintig jaar gegroeide rolverdeling tussen fractie en partijbestuur, waarbij de politieke koers wordt bepaald door de fractievoorzitter, c.q. partijleider. De laatste partijvoorzitter die zich nadrukkelijk met de koers bemoeide was Felix Rottenberg, die halverwege de jaren 90 wegens gezondheidsproblemen opstapte. Vóór en na hem heeft de PvdA voorzitters gehad die zich in de luwte ophielden. Zo niet dan werden ze op hun plaats gezet of zwaaiden vervroegd af. Ik noem hier Sint, Koole, Van Hees, Van Hulten en Ploumen.

In dit vacuüm is Spekman gesprongen door de keuze van de fractievoorzitter te onderwerpen aan een ledenraadpleging. De fractie kon niet anders dan dit voorstel overnemen – dit tekent ook haar zwakte.

Maar deze ongewone werkwijze draagt wel grote risico’s in zich. Wat te doen bij een uitslag waarbij de voorkeuren voor kandidaten niet ver uit elkaar liggen? En zo is er nog meer te bedenken, zoals een heel lage opkomst. Enfin, de vreugdeloze conclusie dringt zich op: het blijft nog lang onrustig in de PvdA.

Bram Peper is oud-minister (Binnenlandse Zaken, PvdA) en voormalig burgemeester van Rotterdam. Dit stuk verscheen vandaag op leefbaarrotterdam.nl

    • Bram Peper