Kissin brengt alles groots

Evgeny Kissin, piano. Gehoord: 22/2 de Doelen, Rotterdam. Herhaling: 26/2 Amsterdam

In het pianospel van Evgeny Kissin draait alles om spanning: zijn gespierde toucher, zijn zeldzaam grote toon (waaraan zijn hele bovenlichaam meewerkt), en een overheersende aandacht voor de grote lijn.

Heel goed pakte deze bloedstollende speelstijl gisteravond in de Doelen uit in de haast onspeelbare Sonate (1949) van de Amerikaanse componist Samuel Barber. De gejaagdheid en obstinate ritmiek van dit rusteloos-expressieve werk kwamen onder Kissins handen wonderwel tot hun recht.

Minder gunstig werkte Kissins benadering in Beethovens Mondscheinsonate. De vrijheid en flexibiliteit waar Beethoven expliciet om vraagt – hij noemde de sonate ‘Quasi una fantasia’ – verdwenen in Kissins beklemmende interpretatie naar de achtergrond. Het beroemde, verstilde openingsdeel kreeg niet de kans zich als een bloem te ontvouwen.

Dat Kissin het drama zoekt in de vergroting, en zelden in de verkleining, wreekte zich vooral in Chopins derde Pianosonate (1844). De intieme en vaak zo breekbare lyriek die tot de essentie van Chopins muziek behoort werd al te vaak verstoord door gezwollen crescendi, plotselinge accenten en groteske vertragingen. De onderhuidse, onheilszwangere atmosfeer van het slotdeel veranderde bij Kissin in een regelrecht onweer en een worsteling met de grenzen van het dynamisch haalbare. Van Chopins introverte retoriek bleef hier weinig over.

Gelukkig keerde Kissin in zijn derde toegift, Prokofjevs Mars uit de Liefde voor de drie sinaasappels (1922), terug bij het stevige en kordate repertoire waar zijn techniek en spel geknipt voor zijn.