'Jouw Bach is een tikje te Brahms'

February 17th 2012. Shanghai, China. The Royal Concertgebouw Orchestra on tour in Asia plays at the Shanghai Oriental Art Center in Pudong.

Toonladders met passie

Vervolg zaterdag 19 en zondag 20 februari: Peking

Concertmeester Liviu Prunaru en plaatsvervanger Tjeerd Top geven zondagochtend in de muziekbibliotheek van Pekings imponerend gigantische National Centre of Performing Arts een masterclass aan jong talent van vijf middelbare scholen. De voorzichtigste raming is dat tien miljoen Chinese kinderen viool spelen. Voor vanochtend zijn er vijf violistjes uit 135 aanmeldingen geselecteerd.

In de taxi bespreken Top en Prunaru hun aanpak. Prunaru: „Je denkt toch niet dat wij hen zullen intimideren? Ik verwacht het tegenovergestelde. En als ze echt goed zijn, moeten ze vooral auditie komen doen. Het is jammer dat het Concertgebouworkest nog geen Chinese musici heeft, al snap ik het wel. Chinese musici worden opgeleid voor een carrière als solist, orkestspel beschouwen ze niet als een volwaardig alternatief. Gevolg is dat de meeste Chinese orkesten niet goed zijn. Maar ik herken de situatie. Ik kom zelf uit Roemenië. Toen mijn studiegenoten hoorden dat ik in een orkest was gaan spelen, vielen ze van hun stoel. Mislukt! Tsja, dat ligt toch iets genuanceerder.”

In de bibliotheek zitten de kinderen die niet werden geselecteerd voor de masterclass klaar in T-shirts van het Concertgebouworkest om als toehoorder toch wat op te steken. Ze worden omringd door honderden meters recente cd-opnames van alle denkbare klassieke muziek in talloze uitvoeringen. Wie wil, hoeft hier geen informatieachterstand te hebben. Het eerste meisje dat deelneemt speelt Bachs Chaconne met royaal vibrato en een nog weinig ontwikkeld gevoel voor hoofd- en bijzaak, waaraan Top – „Jouw Bach is misschien nog een tikje Brahmsachtig” – geduldig sleutelt. „Ze pakte dingen wel extreem snel op”, zegt hij enthousiast.

Prunaru werkt met de 15-jarige Du Yan aan het Vioolconcert van Tsjaikovski. Haar technisch niveau is nog niet zodanig dat van schaven aan de interpretatie sprake kan zijn. Dan maar terug naar de essentie. „Hoe studeer jij?” Het meisje begint bedeesd een toonladder. „Ah. Veel te zacht. Zo klinkt je Tsjaikovski ook. Dit is romantische muziek, die gaat over passie! Dan moet je ook toonladders met hartstocht en veel vibrato spelen. Meer armdruk!” In de zaal kijkt de helft van de kinderen alert toe, de andere helft zit gapend te sms’en (meisjes) of te gamen (jongens). Gelukkig, doodgewone pubers.

China heeft op dit moment tegen de twintig symfonieorkesten, Hongkong, Macau en Taiwan niet meegerekend. Ze halen geen van alle nog het niveau van de westerse toporkesten, al zijn er goede bij, zoals het (rijke) Hong Kong Philharmonic waar chef-dirigent Edo de Waart in september wordt opgevolgd door Jaap van Zweden. Maar een afspiegeling van de ontwikkeling van plaatselijke, klassiek geschoolde musici is dat orkest niet, of juist wel: vrijwel alle blazers zijn westerlingen. Gevolg is dat Europese en Amerikaanse toporkesten in China graag geziene gasten zijn, waarvoor door het publiek grif wordt betaald.

Het Concertgebouworkest dekt op dit moment ongeveer de helft (ca. 12 miljoen) van zijn begroting af met subsidies van de gemeente Amsterdam en het Rijk; na 2013 wordt het belang van eigen geld nog iets groter. Bij het Rijk is net de aanvraag ingediend voor de plek van „symfonieorkest van internationale statuur”. Ook voor de gemeentesubsidie geldt dat instellingen „bereikbaar moeten zijn voor internationaal publiek”. Met andere woorden: orkesten als het Concertgebouworkest moeten hun internationale status ook bekrachtigen op tournee. En wanneer ze dat doen, liften overheden graag mee op de uitstraling van hun culturele vlaggenschip. Het concert in Peking omlijst vanavond de viering van veertig jaar handelsbetrekkingen tussen Nederland en China in aanwezigheid van de locoburgemeesters van Peking en Amsterdam, Lu Wei en Carolien Gehrels; een uitgesproken voorbeeld van culturele diplomatie.

Lu Wei is blij met de Amsterdamse delegatie, en nodigt Janine Jansen uit vooral snel terug te komen. In de zaal schuift zwijgend een rij Noord-Koreaanse partijbonzen aan. Dirigent Myung-Whun Chung is óók chef-dirigent van orkesten in Parijs en Seoul en wil met muziek een brug slaan tussen de beide Korea’s. Volgende maand leidt hij in Parijs politiek gevoelige concerten met het orkest uit Pyongyang, Noord-Korea en zijn eigen Franse orkest.

Gelach en gejoel

Maandag 20 en dinsdag 21 februari: Seoul

Hotel Imperial Palace doet zijn naam recht aan. In de goud met marmeren hal links: een galafeest waar Koreaanse twintigers joelend hun best verklede leeftijdsgenoot verkiezen. In de hal rechts: een cocktailparty van het orkest, waar directeuren Raes en Fried het nieuwe seizoen presenteren aan het orkest. Sommige musici zijn enthousiast over de lef: juist in tijden van crisis uitpakken met een grote en kostbare wereldtournee, waaraan het ruim anderhalf miljoen overhoudt. Anderen twijfelen over de zin daarvan. „Ik vind het lastig te verkopen aan collega’s van andere orkesten”, zegt altist Michael Gieler. „Zo’n enorme tournee is een statement, maar wat is de artistieke meerwaarde? Wij zouden als ‘Beste Orkest van de Wereld’ in de komende jaren meer tijd en geld kunnen spenderen aan educatie en werken aan nieuw publiek. Datzelfde geldt voor repertoirekeus. Ik verheug me intens op sommige stukken, maar er zijn er ook die we de afgelopen seizoenen al veel vaker hebben gespeeld. We moeten oppassen geen museale instelling te worden en proberen te voorkomen dat het repertoire nodeloos wordt versmald.”

De volgende dag is vrij. Musici verheugen zich op de laatste twee concerten, hopend dat Chung – „Eigenlijk zijn alle concerten in China voor mij een opwarmer voor Seoul” – in zijn eigen thuisstad meer energie toont.

Het publiek in Korea is rijk, mooi, hyperverzorgd en uitbundig, de komst van het orkest een evenement. Tevoren is er een grote persconferentie. Als Chung zich voor de toegift in het Koreaans tot de zaal richt, wordt er gelachen en gejoeld. Wanneer het Concertgebouworkest hier terugkomt, is nog niet bekend. De wereldtournee slaat Seoul over.