Journalist en fotograaf gedood in Syrië

Ze bevonden zich in een geïmproviseerd perscentrum dat door mortiergranaten werd getroffen.

Damascus. Bij de aanhoudende, zware beschietingen op opstandige wijken in de Syrische stad Homs zijn gisteren twee westerse journalisten gedood. De Amerikaanse journalist Marie Colvin, die voor de Britse Sunday Times werkte, en de Franse fotograaf Remi Ochlik bevonden zich in een geïmproviseerd perscentrum in de wijk Baba Amro dat door mortiergranaten werd getroffen.

Het Syrische leger bombardeert sinds drie weken Baba Amro en andere wijken die in handen zijn van opstandelingen met zware artillerie en tanks. Daarbij zijn volgens de oppositie honderden doden gevallen, zeker zeventig gisteren. Die cijfers kunnen niet worden geverifieerd.

Omdat het regime van president Bashar al-Assad nauwelijks buitenlandse journalisten toelaat reizen journalisten clandestien naar Syrië met rebellen mee. Uit Homs, de zelfverklaarde ‘hoofdstad van de revolutie’, hebben verscheidene westerse journalisten de afgelopen tijd verslag uitgebracht.

Hoe een einde te maken aan het overheidsgeweld in Syrië is een belangrijk onderwerp op een internationale conferentie in Tunis vrijdag. Amerikaanse woordvoerders keerden zich dinsdag opnieuw tegen wapenleveranties aan de oppositie, maar sloten „verdere maatregelen” niet uit als als een politieke oplossing niet mogelijk blijkt. Reuters, AFP

Lees meer over Syrië op Opinie, pagina 18 & 19