Indonesië heeft genoeg van agressieve moslims

Steeds meer Indonesiërs weigeren zich te laten intimideren door het radicale Front ter Verdediging van de Islam. „We hopen dat dit een keerpunt is.”

Alweer protesteerde een Indonesische stad deze week tegen het Front ter Verdediging van de Islam. Dit keer was het de havenstad Balikpapan op het eiland Borneo die zich verzette tegen de islamitische knokploeg, die in de hele archipel wordt gevreesd.

Protestleider Bayer Gabriel van de Dajak-stam hield maandag een geëmotioneerd betoog. Het Front ter Verdediging van de Islam (FPI) bedreigt de harmonie tussen de godsdiensten en de eenheid tussen de stammen, zei hij. „Wij vragen de regering onmiddellijk een harde lijn te trekken. Of moeten we dit land laten verwoesten en verdeeld laten raken door de FPI?”

De demonstratie in Balikpapan is het jongste voorbeeld van hoe het protest in Indonesië tegen de radicale FPI groeit. Sinds twee jaar wint de radicale organisatie aan invloed: door te dreigen met geweld dwingt zij de autoriteiten om religieuze minderheden en liberale moslims in te perken. FPI’ers vernielen kerken, slaan drankwinkels kort en klein, molesteren andersdenkenden, en worden daar zelden voor gestraft. Maar sinds deze maand vragen burgers in verschillende delen van de archipel de regering om de organisatie te verbieden. Of om haar in elk geval hard aan te pakken wanneer ze weer eens geweld gebruikt.

De demonstranten hebben een diverse achtergrond. Het begon deze maand in Palangkaraya, een plaats in het hart van Kalimantan, waar vier FPI-kopstukken een lokale tak wilden oprichten. Maar leden van de Dajak-stam vreesden dat hun aanwezigheid het evenwicht tussen de religies in de stad zal verstoren. Dat is juist zo precair in Centraal-Kalimantan, waar Dajaks in 2001 nog honderden islamitische Madurezen onthoofdden. Met traditionele rode hoofdbanden, messen en speren togen tweehonderd Dajaks naar het vliegveld om ze tegen te houden. De FPI’ers moesten afdruipen.

De actie heeft burgerorganisaties elders geïnspireerd in actie te komen. In hartje Sumatra, in het noorden van Sulawesi, in Jakarta. „Palangkaraya was de katalysator. Als zij de FPI kunnen stoppen, waarom wij dan niet”, zegt Shinte Galeshka, een van de initiatiefnemers van de splinternieuwe actiegroep Indonesië Zonder FPI.

Shinte is ‘niet meer zo katholiek’, Een opgetrommelde vriendin blijkt moslim, een andere vriendin agnost. Zij protesteren omdat ze gruwen van het geweld. Zoals bij de lynchpartij in de plaats Cikeusik, waar FPI-sympathisanten vorig jaar drie leden van de moslimstroming Ahmadiyah doodsloegen. Shinte: „Vandaag vechten ze tegen de Ahmadiyah, morgen tegen een kerk in Bogor. Als ze morgen tegen mij vechten, wie neemt het dan voor me op?” Hoewel de online wereld van twitter en Facebook hun natuurlijke habitat is, besloten ze op Valentijnsdag een straatprotest te organiseren, waar een paar honderd mensen op afkwamen.

De acties lijken effect te sorteren. Publieke figuren spreken zich tegen de FPI uit, wat ze tot nu toe nauwelijks deden uit angst te worden gebrandmerkt als slechte moslim. Jeugdleider Saleh Daulay van moslimbeweging Muhammadiyah zei dat de FPI de islam een slechte naam geeft. Verschillende afdelingen van Nahdlatul Ulama, een moslimorganisatie met tientallen miljoenen leden, willen dat het Front wordt opgeheven. Minister van Binnenlandse Zaken Gamawan Fauzi zei dat de regering niet zal aarzelen de FPI te ontbinden als ze gewelddadig blijft.

„We hopen dat dit een keerpunt is”, zegt Bonar Tigor Naipospos van het Setara Instituut voor Democratie en Vrede. Het is volgens hem de eerste keer dat organisaties zo expliciet eisen dat de regering de FPI aanpakt. Maar hij vreest dat de interesse van korte duur is. Bovendien zijn het tot nu toe vooral burgerrechtenorganisaties die in actie komen, zegt hij.

Veel gewone burgers vinden de uitwassen van de FPI niet belangrijk genoeg om hun nek voor uit te steken. Bovendien: ze zeggen de islam te verdedigen en immoreel gedrag zoals gokken en drankgebruik aan te pakken, dat zal dan toch wel goed zijn? Ook is er veel angst. Shinte en zijn vriendinnen vertellen hun ouders niet dat ze protesteren tegen de FPI, die zouden maar bezorgd worden. Niet ten onrechte: ondanks bewaking door 500 agenten liep Shinte bij de betoging enkele klappen op.

En de FPI vecht terug. Ze heeft bij de politie geklaagd over de ontvangst in Palangkaraya. Ze beschuldigen een protestleider ervan een drugsbaron te zijn. Zo slaagt de FPI er weer in tegenstanders af te schilderen als toonbeelden van moreel verval. Wie tegen hen is, is tegen de islam.

    • Elske Schouten