Franse autobouwer PSA hoopt op GM

De Franse autobouwer PSA gaat mogelijk samenwerken met General Motors. Maar een deal mag geen Franse banen kosten.

Echte vreugde, of alleen opluchting? Feit is dat aandeelhouders en beleggers gisteren met groot enthousiasme hebben gereageerd op de aangekondigde mogelijke samenwerking van de Franse autobouwer PSA (Peugeot en Citroën) met de Amerikaanse branchegenoot General Motors, de mondiale nummer één. Op Euronext Parijs, waar het aandeel PSA het afgelopen jaar zijn waarde zag halveren, schoot de koers eerst tot 20 procent omhoog, om uiteindelijk af te sluiten met een winst van iets meer dan 12 procent.

„GM-PSA kan het nieuwe Fiat-Chrysler worden: ondanks eerdere problemen, nu een succesverhaal ”, zei een analist tegen de zakenkrant Les Echos. Hoewel General Motors later verklaarde dat het met verschillende partijen in gesprek is, laat de waardestijging van het PSA-aandeel zien dat veranderingen bij de producent van Peugeot en Citroën meer dan welkom zijn.

Minister van Arbeid Xavier Bertrand bevestigde gisterochtend in een radio-interview het bericht van de zakensite Latribune.fr dat PSA al enkele maanden in gesprek is met GM over een ‘strategische alliantie’. GM is in Europa eigenaar van Opel en Vauxhall, twee merken die het de afgelopen jaren erg moeilijk hadden. Het zou niet gaan om een fusie of om een grote aandelenparticipatie, maar om industriële samenwerking bij de productie van motoren. Ook wordt gekeken naar gezamenlijke aankoop van onderdelen.

De schaalvergroting door samenwerking moet vooral kosten besparen. Volgens analisten kunnen PSA en Opel-Vauxhall op die manier tot 3 miljard euro kosten besparen. Ook door samen te werken op het gebied van onderzoek, bijvoorbeeld naar elektrische modellen, hopen beide groepen te snijden in de kosten. Minister Bertrand juicht de samenwerking toe, maar wil er tegelijkertijd op toezien dat dit niet leidt tot nog meer banenverlies in de Franse auto-industrie. Vanaf volgende week worden ruim 6.000 arbeiders van de PSA-vestigingen in Mulhouse en Sochaux tijdelijk werkloos, door gebrek aan opdrachten.

Philippe Varin, de nieuwe algemeen directeur die door de aandeelhouders van PSA is aangezocht om de groep weer winstgevend te maken, zinspeelde eerder al op een mogelijke samenwerking naar het voorbeeld van Renault en Nissan. Die Frans-Japanse combinatie mikt ook vooral op industriële samenwerking, en minder op gedeeld aandeelhouderschap of zelfs een fusie.

De achtste generatie van de familie Peugeot, samen goed voor 30 procent van de aandelen en 45 procent van de stemmen op de aandeelhoudersvergadering, heeft al laten weten geen zin te hebben in een verwatering van de participatie. Dat was ook een van de struikelblokken bij de toenadering tot Mitsubishi in 2009, al werken beide groepen sindsdien wel samen op het vlak van 4x4 en elektrische auto’s. Ook met Fiat heeft PSA een samenwerking, voor het bouwen van grote bestelwagens. PSA heeft verder ook een gezamenlijke productie-eenheid met Toyota en deelt onderdelen van motoren uit met BMW en Ford.

Maar beleggers vinden de groep met een beurswaarde van 3,8 miljard euro en een omzet van 60 miljard euro over het algemeen te klein en te Europees, en dus te zwak om overeind te blijven in een erg concurrentiële markt. Vandaar dat er al wordt gejuicht bij de ontdekking dat de groep eindelijk bereid blijkt om uit zijn isolement te treden, en nauwe samenwerking te zoeken met de nummer één van de wereld. GM heeft een omzet van 108 miljard euro en een beurswaarde van 32 miljard euro.

Analisten zijn nog voorzichtig. De deal is zeker nog niet rond en de geruchten als zou de alliantie begin maart al bekend worden gemaakt op de autosalon van Genève worden afgedaan als veel te voorbarig. General Motors liet eerder al eens een deal op de valreep schieten. In 2005 had de groep een akkoord over strategische samenwerking met het Italiaanse FIAT, waarin het fors zou investeren. Maar toen FIAT er slechter aan toe bleek dan verwacht, zag GM af van de deal en betaalde het een boete van 2 miljard dollar. Dankzij die cheque kon FIAT van het faillissement worden gered en kon de groep enkele jaren later het Amerikaanse Chrysler overnemen.

    • Dirk Vandenberghe