Examen voor vlaggenschip

Het fregat Hr Ms Evertsen wordt gebombardeerd en getorpedeerd, geteisterd door lekkages, geplaagd door branden. De bemanning leert om te gaan met bommen en piraten.

Verenigd Koninkrijk, voor de kust van Plymouth, 13 februari 2012. FOST (Flag Officer Sea Training) De Hr.Ms. Evertsen simuleert een patrouille in de hoorn van Afrika. De oefening bevindt zich in fase 3 'freeplay' Een .50 schutter vuurt enkele waarschuwingsschoten af om 'piraten' te verjagen.

De scheepshoorn boven de brug blaast vijf korte stoten. Nautische code voor: ‘your movements are not understood’. Maar de snelle, onbekende, motorboot komt nog steeds in volle vaart en met een woeste boeggolf op Hr Ms Evertsen af. De commandant van het fregat, overste Boudewijn Boots, moet snel beslissen. „Terroristen, of toch toeristen?” Hij weet het niet. Over de marifoon blijft het ook stil.

„Waarschuwingsschoten!”

De mitrailleur op de brugvleugel beukt er een paar patronen uit, het bootje wijkt langs het grijze marineschip. Het gevaar is geweken. „Voor nu.”

Het luchtverdedigings- en commandofregat Hr Ms Evertsen, 6000 ton zwaar, doorliep vorige week de laatste fase van een verplichte vijfweekse praktijktoets om te bepalen of het dit voorjaar als vlaggenschip mag deelnemen aan Ocean Shield, de antipiraterij-missie van de NAVO in de Indische Oceaan.

De Flag Officer Sea Training (FOST) werd gehouden ten zuiden van Plymouth. De examinatoren waren overwegend Brits, maar de training leunt ook op Nederlands instructeurs. FOST is geen exclusief Brits/Nederlandse aangelegenheid. De marine van Duitsland, Zweden, Griekenland en zelfs Qatar maakt gebruik van de expertise die in ‘Plijmuiden’ is te vinden.

„FOST draait om het oude militaire motto train hard, fight easy”, zegt Boots in de longroom, het officierenverblijf. Dat het er al een tijd hard aan toegaat, zie je aan de afgeknepen gezichten in de rij voor de Zeeuwse rijsttafel. In de voorgaande weken zijn ze al gebombardeerd en getorpedeerd, geteisterd door lekkages, geplaagd door branden. De Evertsen draaide ook een HMS Sheffield-scenario, naar het Britse marineschip dat Argentinië in de oorlog om de Falklands in 1982 tot zinken bracht met een Exocet-raket.

Die rampen waren aangekondigd. Wekelijks culmineerden ze in een virtuele zeeslag, waarbij echte Britse jachtvliegtuigen op masthoogte langs denderden. „Er gingen heel wat rookpotten doorheen.”

In de fase waarin vooral de antipiraterij-missie wordt geoefend, „smijten ze met het verrassingselement.” De confrontatie met de snelle motorboot is de climax van een treffen met Somalische ‘piraten’, gespeeld door Brits marinepersoneel. Het begint met een paniekerige noodoproep van een kapitein van een vrachtschip, die piraten over zijn schip ziet zwermen. De bemanning trok zich snel terug in de saferoom. Daarop spurt De Evertsen naar het bedreigde schip – een ingehuurd loodsbootje van Smit – en laat twee versterkte rubberboten neer, de een met een boardingteam, de ander met een zwaarbewapend beveiligingsteam. De rubberboten deinen naast het fregat, in de ‘blinde hoek’ van de piraten op het schip.

Eén van de piratenbootjes, een skiff, gaat ervandoor, om later terug te komen. De resterende piraten worden gearresteerd, geboeid en aan boord van het fregat ondervraagd.

Dat Ocean Shield vooral het beveiligen van het scheepvaartverkeer in de Indische Oceaan inhoudt, sluit niet uit dat de Alliantie de hulp van het schip bij ‘hetere’ conflicten kan inroepen. Zo moest een jaar geleden Evertsens zusterschip, Hr Ms Tromp, op weg naar patrouillegebieden bij Somalië, rechtsomkeert maken in verband met de strijd in Libië. De dreiging van ‘een Sheffield’ was toen reëel. Bij de inlichtingenbriefings worden ook de rules of engagement doorgesproken voor ontmoetingen met onbekende, potentieel vijandige onderzeeboten. De Iraanse onderzeevloot figureert al jaren prominent in westerse dreigingsanalyses, een status die met de oplopende spanningen rond de Straat van Hormoes, aan belang wint.

Die briefings bootsen de werkelijkheid zo reëel mogelijk na. De bewegingen van verdachte dhows, Arabische visserschepen, worden bijgehouden, het weerbericht beslaat het zeegebied van de Hoorn van Afrika tot Pakistan. Plymouth heet nu eens Mombassa, dan weer Salalah, een havenstad in Oman.

FOST is een zeer serieuze aangelegenheid . Kielhalen is uit de tijd, maar je ziet de bemanning toch echt gespannen blikken werpen op de tussentijdse rapporten die de examinatoren op een prikbord hangen. Er hangt fotografisch bewijs van een vuile toiletvloer en een kierende stalen kastdeur. Een paar jaar geleden zakte een zusterschip van de Evertsen voor de test. De bemanning moest herexamen doen. Pijnlijk.

Door de intercom schallen de namen van een dozijn matrozen. Melden, en wel meteen. Wat hebben ze misdaan?

„Iedere keer dat we ‘Mombassa’ of ‘Salalah’ binnenvaren, moeten alle mitrailleursposten bemand zijn”, zegt Boots, „en dat gaat niet zoals het hoort. Ze zijn te laat of komen niet opdagen. De ene matroos beweert dat hij dacht dat de order was bedoeld voor een naamgenoot. Dat soort geduvel.”

Aan de reling, achter een .50-machinegeweer, staat een hofmeester in een ruimzittend scherfvest, kevlarhelm tot net boven de ogen. Leuk, dit?

„Als het uitkomt.”

Hoezo?

„Nou, als je net tafels moet lopen, komt het niet uit.”

Uit ‘Mombassa’ nadert intussen weer een bootje. Er komt hoog bezoek. Bij antipiraterijmissies is ook de diplomatie een belangrijk wapen. De staatssecretaris van Defensie van Kenia, een moslim van Somalische afkomst – om het lastig te maken – komt aan boord.

Boots en een paar andere officieren overladen hem met egards. Vervolgens meldt de intercom dat er een brandstoflek is in het manschappenverblijf en dat er brand is uitgebroken in de bedieningsruimte van het goalkeeper snelvuurkanon. Er zijn gewonden. We lopen door de ingewanden van het schip, waar de kabels liggen, de munitie en de diepgevroren groenten. Onderweg komen we een stoet Darth Vaders tegen, brandweermannen op weg naar een vuurhaard. In hun kielzog zes bemanningsleden die een gewonde vrouw dragen, griezelig goed geschminkt. Ze kermt.

Op het havenbootje terug naar de pier bevindt zich ook de Keniaanse ‘staatssecretaris’. Hij moppert wat over de rondleiding die hij heeft gekregen. „Als er calamiteiten zijn, zou je eigenlijk niet door moeten gaan met het laten zien van kombuizen en diepvriesgroentes”, zegt hij.

Intussen is gebleken dat de bemanning van de Evertsen zich over dit gebrom geen zorgen hoefde te maken: het fregat slaagde. In mei kan het schip dus koers zetten naar de Indische Oceaan. Vooral om de drukke vaarroutes piratenvrij te houden – maar ook om af en toe wat plaatselijke hoogwaardigheidsbekleders het schip te laten zien.

Menno Steketee

    • Menno Steketee