Een beetje voetbalinternational gaat naar Rusland

Nog nooit wisselden in de 33 hoogste Europese competities zoveel spelers van club als in 2011, blijkt uit een studie. Vooral in Oost- en Zuid-Europa wordt gehandeld.

A picture taken on January 22, 2012, shows Brazilian defender of Russia's Anzhi Makhachkala, Roberto Carlos (L) hugging Argentinian football legend Diego Maradona (R) during his meeting with the Russian Premier League's team at the Park Hyatt hotel in Dubai, United Arab Emirates. Anzhi Makhachkala set up a training camp in Dubai. AFP PHOTO / NEWS TEAM/ SERGEI RASULOV JR. AFP

De Russen komen eraan. Niet met eigen troepen, maar met een steeds omvangrijker vreemdelingenlegioen. Stormachtig veroveren ze het Europese profvoetbal. Van de zestien clubs die nu nog actief zijn in de Champions League, het belangrijkste Europese clubtoernooi, komen er twee uit Rusland: Zenit Sint Petersburg en CSKA Moskou. Hoger aangeslagen profcompetities als de Spaanse of Engelse hebben hetzelfde aantal clubs in het lijstje van de momenteel beste zestien clubs van Europa.

Op de transfermarkt voor topvoetballers zijn Russische clubs in korte tijd uitgegroeid tot een gevreesde concurrent voor de traditionele topclubs in West-Europa. Uit een recent verschenen demografische studie van het Europese profvoetbal blijkt dat in de Russische competitie in 2011 zelfs meer internationals, voetballers die uitkomen voor een nationaal team, speelden dan in de Spaanse, Italiaanse of Franse competitie. Het onderzoek van de CIES Football Observatory, een sportwetenschappelijke onderzoeksgroep die is gelieerd aan de universiteit van Neuchâtel in Zwitserland, bevestigt de opmars van het Russische voetbal. In het algemeen geldt: hoe meer internationals, hoe hoger het niveau.

De Oost-Europese voetbalcompetities – de Russische en in iets mindere mate de liga’s van Oekraïne, Polen, Roemenië en Bulgarije – zijn in korte tijd snel veranderd, vertelt de Zwitserse onderzoeker Raffaele Poli in een telefonisch interview. Hij is het hoofd van de Football Observatory en een van de auteurs van de demografische studie. „Russische clubs halen tegenwoordig overal ter wereld voetballers vandaan.” De internationalisering van de competities in Oost-Europa vormt een van de twee verklaringen voor de belangrijkste conclusie in de studie: Nog nooit wisselden in de 33 hoogste nationale profcompetities in Europa zo veel spelers van club als in 2011.

De private financiers die steeds vaker opduiken bij clubs in Oost-Europa willen zo snel mogelijk naar de top en kijken niet op een miljoen meer of minder. Dankzij de gasroebels van energiemaatschappij Gazprom speelt de Portugese verdediger Bruno Alves bij Zenit Sint Petersburg. Nederlander Wesley Sneijder zei deze week dat hij een miljoenenbod van Zenit had afgeslagen. CSKA heeft Pontus Wernbloom uit Zweden (oud-AZ) en de Japanse spelverdeler Keisuke Honda (ex-VVV) in de ploeg.

In de Russische deelrepubliek Dagestan wordt door Anzhi Machatskala, de nieuwe club van trainer Guus Hiddink, ook flink aan de weg getimmerd. Aanvaller Samuel Eto’o uit Kameroen verdient er 20 miljoen euro per jaar. Bij een gemiddelde Russische club arriveerden in 2011 veertien nieuwe spelers, een van de hoogste aantallen in Europa.

De tweede oorzaak van het toegenomen aantal transfers in het profvoetbal is te vinden in Zuid-Europa. Door de economische crisis wordt er meer gehandeld in voetballers, en niet minder, stelt onderzoeker Poli.

Veel clubs in Italië, Portugal, Griekenland en ook Spanje gaan gebukt onder een enorme schuldenlast en zoeken naar alternatieve manieren om topvoetballers te verwerven. „Steeds vaker worden de transferrechten van voetballers uitbesteed aan investeringsmaatschappijen of ondergebracht bij rijke clubbestuurders, die iets terug willen voor hun investeringen”, vertelt Poli. Bij verkoop van een speler gaat het geld naar de houder van diens transferrechten. Vroeger was dat altijd de club, maar uit onderzoek van Poli en zijn collega’s bleek eerder dat niet alleen steeds meer clubbestuurders, maar ook eenderde van de zaakwaarnemers die in Italië, Spanje, Engeland, Duitsland of Frankrijk werken een deel van de transferrechten van hun spelers bezit.

De recordhandel in voetballers vorig jaar is een gevolg van deze ontwikkeling. „Clubbestuurders, investeringsmaatschappijen en zaakwaarnemers verdienen geld als zo’n speler wordt verkocht”, zegt Poli. Persoonlijk gewin op korte termijn wint het dan van wat op lange termijn het beste is voor de club, stelt de wetenschapper. Doordat clubs de winst moeten afstaan, kunnen ze het geld ook niet herinvesteren in nieuwe spelers en verergeren de problemen.

Volgens de onderzoeker zijn de transferrechten van duizenden voetballers in Europa in handen van derden. „Het is inmiddels gangbaar in Portugal en Italië, in Oekraïne en Bulgarije, maar zelfs in Zwitserland hebben officials bij bijna alle clubs transferrechten van spelers in bezit.”

Het speculatieve systeem creëert meer problemen. Alle Zuid-Europese competities kampen met de opkomst van illegale goksyndicaten die de uitslag van wedstrijden beïnvloeden. Misstappen kunnen in een cultuur van snel geld verdienen verleidelijk zijn. Clubbestuurders in Zuid-Europa zijn geregeld betrokken bij het manipuleren van wedstrijden en broodvoetballers die van club naar club trekken vormen een makkelijker doelwit voor de gokmaffia.

In Oost-Europa en op de Balkan zijn de werkomstandigheden ook niet altijd even prettig. Spelersvakbond FIFPro publiceerde deze maand een zwartboek met misstanden. Het was een lange opsomming van verhalen over omkoping, contractbreuk, racisme, bedreiging en mishandeling van voetballers.

Uit het onderzoek van de Football Observatory blijkt ook dat in Cyprus en Italië steeds vaker oudere, buitenlandse voetballers spelen. Waar de Nederlandse competitie wordt leeggeplukt door buitenlandse clubs en de gemiddelde leeftijd van voetballers verder is gedaald, is Cyprus verworden tot een toevluchtsoord voor oude spelers uit het buitenland. „Zeven op de tien voetballers zijn daar geïmporteerd. Ik zie het nut van dat beleid niet”, zegt Poli.

Competities hebben baat bij goede, buitenlandse voetballers, vertelt Poli. Lokale voetballers kunnen dan profiteren van betere medespelers en sterkere tegenstanders. „Maar het gaat om de balans. Als je de jeugdopleiding compleet verwaarloost, zal het nationale voetbal instorten. De sport heeft een geloofwaardigheidsprobleem als de jeugd geen kans krijgt om door te breken.”

Zelfs de grote Italiaanse competitie is volgens Poli in gevaar. „De helft van de spelers in de Serie A komt tegenwoordig uit het buitenland, nog niet zo lang geleden was dat één op de drie.” En belangrijker: van de tien vaakst opgestelde spelers onder de 21 jaar, heeft slechts één voetballer een Italiaans paspoort – en die kwam maar 38 procent van de tijd in actie. De andere negen komen uit het buitenland. Poli: „Dat hoeven niet eens de beste spelers te zijn. Ze kunnen ook van de makelaar zijn die de beste connecties met de clubvoorzitter heeft.”