'Dit is de zwaarste trip ooit'

February 17th 2012. Shanghai, China. The Royal Concertgebouw Orchestra on tour in Asia plays at the Shanghai Oriental Art Center in Pudong.

In de armen van een Madonna

Vervolg van donderdag 17 en vrijdag 18 februari: Shanghai

Het Concertgebouworkest is in een korte periode ingrijpend verjongd. Veel gezichtsbepalende musici uit de geboortegolf gingen de laatste jaren met de VUT, nieuw talent stroomde toe. Van de 114 orkestleden is de helft er de afgelopen vijftien jaar bijgekomen. Ouder dan vijftig zijn nu nog 34 musici, dertigers en veertigers domineren. Het niveau van de nieuwe spelers is hoog, mede omdat de aanvangssalarissen recentelijk zijn verhoogd. Een KCO-musicus verdient nu gemiddeld tegen de 70.000 euro per jaar. „Toen ik in het orkest kwam, was ik 24”, zegt cellist Johan van Iersel. „Samen met trombonist Jorgen van Rijen was ik de enige twintiger. Nu ligt dat totaal anders. Het orkest is ook in mentaliteit veranderd. Flexibeler geworden. Elke periode heeft zijn eigen charmes, maar als er vroeger een jonge dirigent voor het orkest stond, keken veel musici daar vaak wel met enige argwaan tegenaan. Nu is er meer openheid.”

Zijn collega Daniël Esser, in het orkest sinds 1979, beziet de verjonging van het orkest van de andere kant. „Het orkest speelt nu beter dan vroeger, maar beter is niet altijd hetzelfde als mooier. Als er vroeger nieuwe spelers kwamen, pasten die zich bedeesd aan bij de speltraditie van oudere collega’s. ‘You are not as good as you think!’ schreeuwde dirigent Antal Dorati ons eens toe. Nu heb ik soms wel eens het gevoel dat we die woorden opnieuw toegevoegd zouden moeten krijgen. Nieuwe spelers zijn excellente musici, maar ze weten dat ook. Dat is niet altijd goed, hun klank moet ook mengen. Maar ik ben optimistisch. Wij hebben het Concertgebouw, dat is ons geheim. Het orkest wordt door die geweldige zaalakoestiek gewiegd als een kindje in de armen van een Madonna. Daar ligt de bron van het ons typerende geluid.”

Hoboïst Jan Kouwenhoven zit in het orkest sinds 1973. Ruim veertig van zijn huidige collega’s moesten toen nog geboren worden. Favoriete herinneringen? Kouwenhoven lacht – er zijn er zoveel. Bernstein, voor wie de hotelbar gewoon uren langer openbleef. „Het meest bizarre voorval was dat hij eens zijn kunstgebit uitdeed en daarmee stond te dirigeren om onze aandacht te trekken.”

Kouwenhoven beziet de verandering van het orkest vooral analytisch. „De hobogroep bezit nu een wat donkerder geluid dan het typische, heldere Concertgebouworkestgeluid van vroeger, dat ik overigens prachtig vond. Maar ik weet oprecht niet of ik het verschil in klank overall blind zou herkennen. Het enige waar ik me weleens zorgen over maak is de cohesie. Bij personeelswerving kijken we nu vooral naar wie er het allerbeste speelt. Maar de allerbeste spelers willen ook kamermuziek blijven spelen en soleren. Terwijl het voor het orkest essentieel is dat musici een zwaartepunt leggen bij hun orkestwerk.”

Soloaltviolist Michael Gieler: „En we nemen doorgaans de beste spelers aan, maar ook de ‘schoonste’. Als iemand speelt als een temperamentvol beest, wordt hij afgewezen. Soms vind ik dat jammer.”

Vertraging en verleiding

Zaterdag 19 en zondag 20 februari: Peking

Voor het orkest is dit de zwaarste dag: 6 uur op, vliegen van Shanghai naar Peking en ’s avonds meteen een concert. De reis zit ook niet mee. Vertraging, een zware vlucht – „de zwaarste trip ooit”, zegt concertmeester Liviu Prunaru – een zoekgeraakte lading koffers en file naar het hotel in het zakenkwartier van Peking.

Artistiek directeur Joel Ethan Fried hekelt het verloop van de dag. De zitrepetitie voor vanavond heeft hij een kwartiertje verdaagd, zodat de musici nog anderhalf uur kunnen rusten. Maar ook dat houdt niet over. Hij lacht. „Een Frans orkest had nu gewoon gezegd: we spelen vanavond niet.”

Fried tuurt naar het podium. Het KCO zit er wel. En dirigent Myung-Whun Chung begint een charmeoffensief. Hij biedt zijn verontschuldigingen aan. „De vorige keer ging ik bij die hoorninzet in Bartók de mist in. Dank u wel, dat u toen even niet naar mij keek.” Plaatsvervangend concertmeester Tjeerd Top: „Poeh, als ik me zou verontschuldigen voor alle foutjes die ik maak, werd ik een sorry-machine.” Concertmeester Liviu Prunaru: „Maar dat is ons werk, Tjeerd. Als wat wij deden altijd foutloos en hetzelfde was, zou zich ook nooit iets ontwikkelen.”

Reizen is voor het orkest een aparte discipline, en dat merk je. Om de bus te halen, trek je desnoods een sprint. Collega’s laten wachten is not done. Op het vliegveld lopen musici als aan een onzichtbare leiband naar incheckbalies en bagagebanden. „Tsja, zo gaat dat hier”, zegt Caroline Strumphler. „Op tournee hoef je nergens aan te denken, behalve aan spelen. Wij volgen de kudde.” Een collega mekkert illustratief. Strumphler: „En dat geluid maken we vooral als het misgaat, en de kudde weer eens blind de verkeerde kant op sjokt.”

In het vliegtuig heerst een schoolreisjesgevoel, net als in de bus. En er zijn de bijbehorende grappen (opgeblazen braakzakjes) en gesprekken over praktische tourneezaken als het hotel („Waar zijn we nu weggestopt? Het Buitenveldert van Peking!”) en het Chinese publiek. En tussen de bedrijven door zijn er noodgedwongen veel hazenslaapjes.

Voor de musici kunnen tournees belastend zijn, al heeft ook dat twee kanten. „Collega’s met kleine kinderen willen soms juist dolgraag mee op tournee om even uit te rusten”, aldus Jan Kouwenhoven. Deze tournee is ‘middelzwaar’: musici zijn al met al twee weken van huis. Maar voor volgend jaar, het jubileumseizoen van het 125-jarig orkest, is een wereldtournee gepland langs alle continenten. Weliswaar zijn de vijftig concerten in tien weken opgeknipt in een aantal losse tourneeperiodes, maar de gecombineerde reis naar Rusland, China en Australië zal 27 aaneengesloten dagen duren. Voor musici met kleine kinderen kan dat een probleem zijn. „Van tournees komen relaties tussen de musici, van die relaties komen kinderen en kinderen gaan weer lastig samen met tournees”, zegt violist Tjeerd Top. Hij kent zijn vrouw Ursula Schoch uit het orkest, hij kent haar ‘beter’ van een tournee. Op dit moment zijn er „minstens negen” inter-orkestrale relaties, elk wel met twee hotelkamers, „want je moet soms ook ergens kunnen studeren en even op jezelf zijn”. Uiterste consequentie van orkestliefdes zijn orkestdynastieën als die van de familie Waterman.

Het concert verloopt ’s avonds boven verwachting. „Je wil altijd toch zo goed mogelijk spelen – hoe moe je ook bent”, zegt altiste Eva Smit. Maar voor morgen heeft ze toch maar een afspraak gemaakt bij de masseur.